Hoe zit het met de eenheid tussen het Oude en het Nieuwe Testament (OT en NT)? De laatste tijd hoor ik daar geregeld weer gesteggel over. Ik vind het een belangrijk onderwerp. Omdat ik, denkend aan de christenheid in Nederland, van mening ben dat gereformeerden en evangelischen elkaar in de komende jaren steeds meer gaan vinden. En ik weet dat dit een gevoelig onderwerp tussen beide christelijke groepen is.
Wat generaliserend: gereformeerden pleiten voor de eenheid tussen OT en NT (al slaat de twijfel geregeld toe), evangelischen zijn er vaak nog niet uit.
Met de komst van Jezus Christus zou het Oude Testament zo goed als ongeldig en onbruikbaar verklaard worden.
Ik kan daar helemaal niets mee. Niet in de laatste plaats omdat Jezus zelf dit nooit verkondigd heeft. Maar ook in m’n persoonlijke Bijbelstudie kom ik er steeds weer achter dat het Oude Testament exact belooft wat je in het Nieuwe terugziet.
En die vervulling maakt het Nieuwe Testament béter dan het Oude. Maar daarmee is het Oude niet meteen slecht. Als het Nieuwe beter is, dan is het Oude nog altijd goed, of niet dan?
Vanmorgen las ik in Jesaja 18 dat God Nubië – ongeveer het huidige Ethiopië – straft. Hij straft het ‘[zo]als de verzengende hitte op het middaguur’ het akkerland straft (18, 4). De negers (Jesaja noemt hen ‘volk met glanzende huid’; een prachtige benaming, vind ik) krijgen er flink van langs van de HEER.
Waarom? Omdat dit volk geen ontzag heeft (gekend) voor de HEER en zijn volk Israël.
En met welk doel?
Dit doel:
Jesaja 18, 7
In die tijd worden geschenken gebracht
aan de HEER van de hemelse machten
door het rijzige volk met glanzende huid,
door het alom gevreesde volk,
een volk van tirannen en geweldenaars,
uit een land van rivieren doorsneden.
Zij komen naar de Sion, waar de naam woont
van de HEER van de hemelse machten.
God straft niet om het straffen. Hij wil mensen veranderen. En soms moet je daarvoor de omgeving waarin ze leven veranderen, zodat ze bij zichzelf komen en zich gaan bezinnen. De Nubiërs moeten hun land uit (want dat ligt totaal braak), en gaan op weg.
Naar de HEER!
En laat dat nu exact gebeuren in het Nieuwe Testament. En (niet toevallig?) op het middaguur. Een Nubiër/Ethiopiër is naar de HEER in Jeruzalem gegaan. Om hem te aanbidden en ‘geschenken te brengen’.
De HEER brengt deze man op z’n terugreis in aanraking met Filippus. Deze Filippus brengt hem op de hoogte van Jezus Christus. De man gelooft, laat zich dopen en de gebeurtenis eindigt met:
Handelingen 8, 39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde.
En dat allemaal door die Oudtestamentische straf. De HEER van alles en iedereen straft een volk met het oog op aanbidding van hem en vreugde om hem.