Archief van augustus, 2009

Stel, je weet dat de Bijbel verrassend goed nieuws herbergt. En je weet dat Jezus Christus geweldig is. Want hij is de Zoon van Gód! En dat kan niet saai zijn.
Je weet dat de Bijbel je ertoe kan brengen van God en zijn redding te gaan houden. En je weet dat de Geest van God geweldig verrassende dingen kan uitwerken, tot geestelijke hergeboorte toe.
Je weet dat God verlangen naar hem in je wil opwekken, en vreugde, en spanning.

Maar je merkt er geen fluit van!
Sterker nog, je bent lid van een gemeente, je gaat er (vrij) regelmatig naar toe, maar je merkt na 129 preken van je dominee(s), na in totaal al 17 huisbezoeken van je oudsten, totaal geen verandering bij jezelf.
En je accepteert dat op een gegeven moment dan ook maar. En je zegt tegen jezelf: “Ach, laat ook maar zitten, deze teleurstellingen en frustraties zullen wel bij ‘het geloof’ horen.”
En je loopt vervolgens maanden van je leven maar wat rond op deze aarde. Als een blinde, als een dronkelap. Je doet wat de dag je ingeeft.

Ieder moet z’n eigen geweten maar checken, maar zit ik er ver naast als ik zeg dat dit voor heel veel (alleen al) gereformeerden geldt?
Dat je je voorgangers wel hoort praten, maar niks hoort zéggen. Dat je je oudsten wel een uurtje hoort praten, maar dat ze je – als je eerlijk bent – weinig tot niets over God zelf meegeven (maar wel over allerlei belangrijke processen in de kerk, processen “die erg doordacht en voorzichtig dienen te gebeuren, beste broeder en zuster”; en meer van dat soort geblaat)?

Ik las vanmiddag nog ’s een keer Jesaja 29. Daarin maakt God bekend dat hij Jeruzalem, na een verdiende belegering, toch van zijn vijanden gaat redden. De vijandige volken gaan er kansloos aan, als in een nachtmerrie. Goed nieuws dus voor Israël!

En dat goede nieuws wordt direct gevolgd door dit:

Jesaja 29, 9-10

9 Jullie staan daar verdwaasd, alsof jullie blind zijn.
Wees maar verdwaasd en wees maar blind.
De profeten zijn dronken, maar niet van de wijn,
de priesters waggelen, maar niet door de drank.
10 Want een geest van diepe slaap
heeft de HEER over jullie uitgestort
:
hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten
en jullie verstand, de zieners, verduisterd.

Dat kan dus gebeuren! Dat jij en jouw kerkelijke gemeente goed nieuws van God krijgen (elke dag te lezen en elke zondag, als het goed is, te horen), maar dat je in preken en gesprekken niks van dat goede nieuws merkt. Dat je denkt: ‘Waar heeft die man, waar hebben die mannen het in vredesnaam over?’
Je kunt er niks mee, je neemt hun blindheid vervolgens over, en je waggelt maar wat rond op je werk, zit als een stoned persoontje elke avond voor de TV je dagtijd uit te zitten, en je hoopt dat het snel weekend wordt (”want daarin word ik tenminste met íets gevuld”).

Weet je, dat doet God! Ja, echt, dat doet God! Híj, de HEER, kan een geest van diepe slaap over je gemeente uitstorten.
Dus je voorgangers (zeg maar: de kerkenraad inclusief predikanten) kunnen door God in slaap gesust worden.

Maar voordat jij, als gemeentelid, het beschuldigende vingertje naar de kerkenraad wijst, zegt de HEER in het tweede deel van vers 10 dat jouw voorgangers de ogen van de gemeente zijn.
Dus: ben je lid van een gemeente met onbezielde, op de winkel passende voorgangers (de ogen)? Grote kans dat de rest van het lichaam (de gemeente) ook onbezield is, en het allemaal wel best vindt. En dat jijzelf dus ook onbezield en ingekakt bent.

Heftig hè?

Wat staat je dan in zo’n geval te doen? In ieder geval niet gelaten en gefrustreerd bij de pakken gaan neerzitten.
Ik zou willen zeggen:

- bid voor bekering van jezelf;
- bid voor bekering van je voorganger(s);
- zoek zelf het koninkrijk van God, en zoek mensen in je gemeente die dat ook willen. Die zijn er altijd.
- en het belangrijkste: bid om de de komst van God de HEER zélf in je gemeente. Dat hij nieuwe wonderen doet, want hij kan dus ogen sluiten, maar de ogen van je voorgangers ook weer openen. Zodat zij, en dus ook u en jij, de HEER gaan zien.

Want zo vervolgt Jesaja (zie eerdere blog):

Jesaja 29, 13-14a

De Heer zegt:
Omdat dit volk mij naar de mond praat,
mij slechts met de lippen dient,
terwijl hun hart ver bij mij vandaan is;
omdat hun ontzag voor mij louter plicht is,
slechts aangeleerd en door mensen opgelegd –
daarom zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk,
indrukwekkende wonderen en grootse daden
.

Tjongejonge, het lijkt wel of de Bijbel voor vandaag de dag geschreven is!
En stel je je eens voor dat de HEER indrukwekkende wonderen gaat doen. Ook in vele GKv’s. Daar wil ik bij zijn!

Vanmorgen weer ’s in Loenen geweest. Margreet en Joram gingen ook ’s mee. En natuurlijk gooide onze kleine al z’n mannelijke charmes in de strijd. Een van de oppassers was “helemaal verliefd op dat jochie”.
Haha, Joram begint eerder dan z’n pappie met dit soort dingen.

In de kerkdienst stond Psalm 49 centraal. Een ontnuchterende psalm voor mensen die gaan voor rijkdom en bezit. En een heerlijke psalm voor mensen die hun geluk in en hun redding bij God zoeken.

Nalezen? Klik hier. Het is een oude preek.

Een tweede oude preek hield ik vanmiddag in Amersfoort-de Horsten, de gemeente waar ik het vaakst en het liefst kom. Lekker op het podium, dichtbij de mensen. En ik blijf het zeggen: deze gemeente kan echt goed zingen.
En de pianist – een toppertje, hoor – had er lekker het tempo in.

De boodschap was zowel mooi als relevant als heftig. De door God totaal vernietigde steden Sodom en Gomorra (en omgeving, behalve Soar, letterlijk: ‘een kleinigheidje’) kwamen weer aan bod. Dat lijkt een nietszeggende geschiedenis, zelfs een (wreed) sprookje.

Maar als je bedenkt dat Jezus Christus zelf deze geschiedenis zeer serieus te berde brengt, dan kijk je er toch wel anders naar.
Het is bloedserieus.
Maar de redding uit het laatste oordeel ook!

Nalezen? Klik hier.

Broers en zussen van Jezus Christus: goede week allemaal! Ga je weg met onze grandioze God!

Vorige week vertelde iemand me over een preek die hij had gehoord. Het ging over ‘vervolging’ waarmee een christen te maken kan hebben, of de ’strijd’ die hij kan ervaren.

Nu worden, voorzover ik weet, christenen in Nederland niet vervolgd (niet fysiek, bedoel ik dan, geestelijk absoluut wel). We worden niet fysiek vervolgd omdat enerzijds de meeste christenen het onderwijs van hun Heer Jezus Christus niet laten zien en horen, aan de andere kant omdat de tijd er niet naar is. (De gemiddelde Nederlander heeft meer moeite met moslims dan met christenen – maar wat gebeurt er na het tijdperk-Wilders?)

In de preek moest het echter wel over vervolging en strijd gaan. En dus werd verkondigd dat, wanneer je directeur je op je falie geeft omdat je bent vergeten bepaalde documenten op tijd te kopiëren, dit ook al een soort vervolging is.

Nu gaat het me niet om die bewuste preek of die predikant. Het gaat me om de manier waarop je met deze thematiek als prediker omgaat. Kijk, in de Bijbel gaat het vaak genoeg over strijd en vervolging. Denk bijvoorbeeld ook eens aan ‘de geestelijke wapenrusting’ in Paulus’ brief aan de Efeziërs, hoofdstuk 6.

Stel, je meent daarover te moeten preken, terwijl jijzelf en je gemeente totaal niet voelt of meemaakt dat er sprake is van of geestelijke of fysieke vervolging en strijd.

Ik denk dat je dan niet over die tekst of perikoop an sich moet preken. Maar dat je als prediker soms moet besluiten boven die stof te gaan staan, en je hardop, ja, hardop moet afvragen waarom wij, christenen, vaak geen vervolging ervaren. Want dan is er natuurlijk wel wat gloeiend mis, of niet dan!?

Ik denk dat je dan recht doet aan jezelf, aan de hoorders, maar vooral: aan het woord van God. Want de situaties waarover Paulus schrijft, zijn lang niet altijd een-twee-drie op de gemeentes van nu toepasbaar.
Ik denk dat de keuze voor meta-prediking soms de beste optie is. En dat jijzelf en de gemeente op weg geholpen wordt zich te bekeren (want daar komt het op neer) om daadwerkelijk christen te zijn.

Maar stap niet in de valkuil om gewone, vervelende situaties als vervolging te bestempelen. Want dan wek je alleen maar de illusie dat je recht doet aan het woord van God (je gebruikt namelijk wel vaak het woord ‘vervolging’ en ’strijd’…en dat staat toch in de tekst?).
Ook niet-christenen vergeten een belangrijke kopieeropdracht wel eens, waarna ze dat goed te horen krijgen.

Moet je ’s lezen wat Paulus met ’strijd’, de goede strijd, bedoelt. Dat klinkt veel spannender, geestelijker, en met het oog op de eeuwigheid veel relevanter.

1 Timoteüs 1, 18 [Paulus schrijft:] Timoteüs, mijn kind, ik vertrouw je deze opdracht toe op grond van de profetische woorden die destijds over jou zijn uitgesproken. Laten die je tot steun zijn in de goede strijd die je, toegerust met geloof en een zuiver geweten, moet voeren. Doordat sommigen hun geweten hebben verloochend, heeft hun geloof schipbreuk geleden. Onder hen bevinden zich Hymeneüs en Alexander, die ik aan Satan heb overgeleverd om hun te leren dat ze God niet moeten lasteren.

Nergens ter wereld is de secularisatie (verwereldlijking, ontgoddelijking) zo toegeslagen als in West-Europa.
Is elke Amerikaan op een bepaalde manier nog ‘christelijk’, is de geestelijke strijd in Azië zelfs regelmatig in het 8-uur journaal voelbaar, en schieten de kerken in Afrika als paddestoelen uit de grond, bij ons weet men vaak zelfs niet meer dat Jezus Christus door christenen als de Zoon van God beschouwd wordt. Laat staan wat Pasen en Hemelvaart betekent.

In Kampen is het me al geleerd (in de lessen missiologie), maar ook de nieuwste literatuur geeft er blijk van: in West-Europa is het christendom al decennia lang voorbij.
Natuurlijk wordt met ‘christendom’ niet het christelijk geloof bedoeld, want ‘Gods woord houdt eeuwig stand’. Bedoeld wordt: de vorm, de manier waarop het christelijk geloof eeuwenlang beleefd en gevierd is. Oftewel: onze manier van kerk-zijn (en onze kijk op de kerk) is passé.

Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw lopen de kerken leeg. Om allerlei redenen. Vanaf toen zette de secularisatie door, kwam alle nadruk op individuele vrijheid en zelfontplooiing te liggen (vergelijk de opkomst van D’66 – inderdaad in de jaren ‘60 opgericht) en zitten kerkleiders als ze niet blind, doofstom of lui zijn met de handen in het haar.
Wat moeten we nog met het instituut kerk?

Natuurlijk, ook nu nog gaan veel christenen met plezier naar de kerk. En daar is niets mis mee. Maar diezelfde christenen moeten erkennen dat de aanwas van nieuwkomers al jaren vies tegenvalt. Hoe aantrekkelijk ze de diensten ook maken, hoeveel ‘vriendendiensten’ en Alphacursussen er ook georganiseerd worden.
Dan denk ik: als niet-christenen graag naar de kerk zouden komen, dan waren ze allang gekomen. Want we doen er werkelijk van alles aan om aantrekkelijk te zijn of te worden. Maar wees eerlijk: welke kerkganger heeft de afgelopen tien jaar even zoveel volwassendopen meegemaakt (en dan bedoel ik natuurlijk geen over- of recycledoop)?
Het moet daarom anders.

Niet alleen ik wil graag pleiten voor en werken aan een verandering in denken als het over de kerk(dienst) gaat. Traditioneel wordt namelijk vanuit het instituut, de kerk(dienst) gedacht. Daarmee bedoel ik dat de kerk(dienst) de kern van het christelijk geloof en de beleving ervan vormt. Deze kerkuren worden in veel gemeentes dan ook bomvol activiteiten gestopt, want “iedereen moet in dat uur z’n steentje kunnen bijdragen”.

Ik zou een andere beweging willen voorstellen, en dat is een behoorlijke cultuuromslag. We gaan leren te denken en te leven vanuit de weekactiviteiten naar de gezamenlijke vieringen.

Oftewel: de kerkdienst wordt in plaats van het hoofdgerecht het ‘toetje’ op het christen-zijn in de week. Of, wanneer je de zondag als eerste dag van de week ziet, het uur in de kerk wordt beschouwd als het ‘voorgerecht’.
Het hoofdgerecht houdt in: via kleinere kringen en netwerken – dat is/wordt m.i. de 21ste eeuws kerk – worden we aantrekkelijk voor én je eigen geestelijke broers en zussen én de ongelovige mensen in je buurt.

Kerk-zijn in de week. Dat betekent, moeilijk gezegd: incarneren in de samenleving (in plaats van ’s zondags je eigen feestjes te bouwen en dan nog maar te zien wat je in de verdere week met je christen-zijn doet). Via je huiskring of netwerk, armenzorg, meedoen aan maatschappelijk relevante activiteiten, gaan we laten zien waarom Jezus Christus onze Heer is. En dat we willen zijn en doen zoals hij is en op aarde deed.
En ’s zondags laten we ons heerlijk voeden, worden we bemoedigd, aangespoord of getroost. En maken we onze glorieuze God met z’n allen groot.

Deze spannende en (door Gods Geest) ongetwijfeld vreugdevolle christelijke incarnatie in de samenleving is in de 21ste eeuw het diner waarom het christelijk geloof heeft te draaien.
Deze zogenaamde derde kerk heeft dan ook alles weg van de eerste kerk, de kerk na Pinksteren. Met dit (missionaire) verschil dat destijds het woord ‘God’ en ‘gebod’ geen vieze woorden waren. In de eerste eeuwen van onze jaartelling konden christenen gemakkelijker aansluiten bij de religie dan wij op dit moment kunnen.

Het betekent een behoorlijke cultuuromslag, alleen al qua christelijke tijdsbesteding. Want maken veel christenen zich in de week niet veel te druk over van alles en nog wat (overwerk, Champions League, hobby’s, kerkelijke vergaderingen, huisbezoeken, verjaardagen, de kids)?
Hebben we het lef om andere prioriteiten, in het kader van de komst van Gods koninkrijk, te stellen? Zelfs als dat financiële achteruitgang en inperking van persoonlijke vrije tijd tot gevolg heeft?

Ik hoop het. Ik denk dat Jezus Christus dat wil. En zijn apostel Paulus ons daartoe oproept.

Romeinen 12, 1-2 (met een vleugje NBG ‘51-vertaling)

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2 U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar wordt hervormd in de vernieuwing van uw denken, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.

Stel, je bent de laatste tijd erg kritisch op je kerkelijke gemeente. En terecht. Want je constateert de volgende vier misstanden:

1. Ze praten God naar de mond.
Je hoort dit: ‘Onze hulp is de naam van de HEER’. Jaja, jij weet beter. Want ondertussen helpen ze zichzelf aan meer geld en meer vrije tijd voor zichzelf. En de naam van de HEER? Ze weten niet eens hoe je die naam spelt!

2. Ze dienen God met de lippen, omdat hun hart ver van God vandaan is.
Wel in gebed tegen God zeggen dat er naar de armen moet worden omgekeken, maar ondertussen bedoelen: “God, dat moet ú maar doen! Ik moet nieuwe kleren kopen voor m’n kinderen, en dat lukt me al weken niet.”

3. Hun ontzag voor God is alleen maar plichtmatig.
Je ziet en hoort ze het zingen. “U bent oneindig groot!”
Met de armen over elkaar.

4. Je merkt dat dit gedrag hen aangeleerd is, en door mensen opgelegd.

En je baalt er van. En je denkt zelfs: ‘Als er zondagmorgen een bom op valt, is dat maar goed ook. Dat verdienen ze, stelletje hypocrieten!’

Ik moet eerlijk zeggen dat dit soort gedachten me vaak genoeg door het hoofd zijn geschoten. Wat vind ik het vaak een plichtmatige bende in de kerk. (En soms vind ook ik die plichtmatigheid wel lekker. Als ik zelf (ook) even geen zin in God heb.)

Maar wat ík vind, moet ik bij de politie brengen. Wat vindt God?

Ik had zo-even een behoorlijk schokkende én – niet veel later later – blijmakende leeservaring. Ik las dit:

Jesaja 29, 13

De Heer zegt:
“Omdat dit volk [Israël] mij naar de mond praat,
mij slechts met de lippen dient,
terwijl hun hart ver bij mij vandaan is;
omdat hun ontzag voor mij louter plicht is,
slechts aangeleerd en door mensen opgelegd –…”

En toen dacht ik: ‘O nu komt het! Gods ongelooflijke woede. Hij vaagt ze allemaal weg.’

Toen vers 14.

Jesaja 29, 14

“…daarom zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk,
indrukwekkende wonderen en grootse daden.”

Ik sta versteld van het geduld van de HEER. Terwijl ikzelf zo snel oordeel, stelt de HEER zijn oordeel uit.

Oftewel, nieuwtestamentisch gedacht: zolang God de Vader nog niet besluit Jezus Christus terug te sturen naar deze aarde, heeft en geeft hij nog tijd voor wonderen.
Ook voor die kerk, die gemeente waarin het op dit moment één grote, hypocriete bende is.

Vanavond heb ik een ’sollicitatiegesprek’. Dat klinkt gek, maar daar komt het wel op neer. Ik laat me namelijk niet beroepen (dat vind ik zó 20ste-eeuws), ik vind het veel logischer om jezelf ergens aan te bieden.
Dat daar in kerkelijk Nederland nog steeds een taboe op rust, begrijp ik dan ook niet.

Maar goed, ik heb mezelf dus ergens aangeboden. En daar is positief belangstellend op gereageerd. Op een geheime locatie, met het oog op mijn privacy, – haha, het klinkt echt spannend, dit – zal ik een gesprek voeren met een paar leden van een kerkenraad.

Ik heb een duidelijke brief geschreven, waardoor de mannen een goed beeld van mij en mijn visie op 21ste-eeuws kerk-zijn krijgen. Dus misschien gaat de bal nu echt goed rollen. En word ik binnen afzienbare tijd parttime prediker.

Ik heb er zin in.

PS:

Preekrooster David Heek (september – december 2009)

Aanstaande zondag, 30 augustus, eindigt mijn derde termijn. Dat betekent dat weer aan me gevraagd kan worden of ik in uw gemeente wil voorgaan. Het gaat dan om de laatste termijn: september tot en met december 2009. Wie helpt me aan werk? :)
Hieronder is te zien hoe het er met de invulling voorstaat:

6 september

’s morgens: spreken op kamp (Amersfoort-Hoogland)
’s middags: Amersfoort-Centrum

Wel eens van de Korachieten gehoord? Dat was een grote familie in het volk Israël. En de mannen die in die familie van Levi, het priestergeslacht, afstamden, zongen.

Je ziet het soms boven de psalmen staan. In Psalm 42 bijvoorbeeld. ‘Van de Korachieten’. Al zingend leerden deze zonen van Korach het volk aan wie God de HEER is, en hoe een leven met hem er uit kan zien.

Gisteren wees iemand me op een groep jongeren uit Australië, theologiestudenten. Ze hebben zichzelf de ‘Sons of Korah’ genoemd.
Die kunnen zingen, zeg. En ze zingen de Psalmen. Zeg maar de Engelse versie van Psalmen-voor-Nu. Maar dan tien keer mooier.

De kracht van deze groep ligt in het feit dat ze – meer dan Psalmen voor Nu, laat staan Opwekking – de Bijbeltekst laten spreken. Hierdoor krijg je niet van die eenvoudige, saaie teksten (Opwekking) en ook geen van de letterlijke tekst afgeleide nummers (veel Psalmen voor Nu).

Hieronder een voorbeeld, een vertolking van Psalm 99, 1-5.

PS. Psalmen voor Nu vind ik een prachtig en, zoals ze zelf zeggen, een ambitieus project. Ze pretenderen echter een nieuwe vertaling van de Psalmen te leveren. Toch zijn sommige liederen die ik wat beter ken meer afgeleid van de Psalmen dan een vertaling ervan.
Dat maakt niet uit, maar kom daar dan eerlijk voor uit.

Psalm 145 bijvoorbeeld gaat over de ontelbare eigenschappen en daden van God. Die ontelbaarheid zie je echter niet terug in het nummer. Daardoor wordt hét punt gemist.
Maar het blijft een heerlijk up-tempo nummer om te zingen. Duizend keer beter dan de grefo-versie van Psalm 145 met z’n taal uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw.
Voor wie de melodie kent: probeer regel 2 van vers 1 inderdaad maar ’s ‘verheugd’ te zingen.

[Psalm 145:1 uit het Gereformeerd Kerkboek]

Mijn God en Koning, aller vorsten Heer,
ik zing verheugd uw heil’ge naam ter eer.
Uw naam zo groot en vol van majesteit
zal ik verheffen tot in eeuwigheid.
Van dag tot dag zal ik U eer bewijzen.
De HEER is groot en Hij is zeer te prijzen.
Zijn grootheid gaat het scherpst verstand te boven.
Laat elk geslacht zijn werk met almacht loven.

Omdat mama vandaag werkt, heeft papa een ‘papadag’. Hoewel dat woord verschrikkelijk is – want: hoezo, de overige dagen zijn geen papadagen? – is het wel waar dat ik op maandag en donderdag meer tijd met Joram doorbreng dan op andere dagen.

Dus ik liep met Joram in de wagen naar de C1000. Heerlijk te genieten van zijn omhooggestoken wijsvingertje en de direct daaraan gekoppelde woorden ‘die’ en ‘da(ar)’. Hij wees naar het weiland.
De woorden ‘koe’ en ’schaap’ zullen niet meer lang op zich laten wachten, denk ik.

We liepen over een weggetje, de zogenaamde ‘Botermarkt’, waar het op het heetst van de dag bloedheet kan zijn. Vanmorgen was het er nog aangenaam en genoot ik van de warmte en van de tientallen bomen langs de zogenaamde Stadsgracht. Ik dacht: grappig, ze zwaaien allemaal op dezelfde manier naar God.

Heerlijk dus, die zon.
Maar ik dacht door. Wat is hij óók verraderlijk. Want hoeveel mensen zijn er niet die genoegen nemen met de zon, en het licht en de warmte die hij afgeeft.

Natuurlijk, de mens kan niet zonder zonlicht en -warmte. Maar het kan niet anders of God is een groot risico met de mensheid aangegaan. Hij wist dat de mensheid hem in zou ruilen voor de zon. Dat de mens de schepping zou gaan vereren in plaats van hem, de schepper.
Je zou kunnen zeggen: God heeft de zon te heerlijk, te mooi gemaakt en te goed op de mens afgestemd. Aan de andere kant: dat is ook precies wat hij wilde. Omdat hij het beste, het állerbeste met de mens voorheeft. Ik noemde de zon daarom vanmorgen Gods liefdevolle risico met de mensheid.

God laat de zon schijnen voor zowel rechtvaardige als voor onrechtvaardige mensen. Rechtvaardige mensen willen de schepper erom grootmaken, onrechtvaardige mensen gaan aan hem voorbij.

Er zullen mensen zijn die ooit recht in de ogen van hun schepper zullen kijken. Daar staan ze dan. Vóór God met een zongebruind lichaam, maar met een pikzwarte ziel.
Ik wil mijn tijd gebruiken vaak voor hen te bidden en hen actief proberen te bereiken met dit heftige nieuws dat op zoveel goeds gericht is.

Matteüs 5, 43-45 [Jezus, de Zoon van de schepper van de zon, zegt:] 43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Romeinen 1, 25 [Paulus zegt in de naam van de schepper van de zon:] Ze [nl. de ongelovigen/onrechtvaardigen] hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

‘Ze aanbidden het geschapene.’
Ik heb het wel eens eerder geschreven: christenen zijn anders. Ze zijn geen zonaanbidders, maar Godaanbidders.