Voordat ik ergens een kerkdienst mag leiden, krijg ik vaak een behoorlijke lijst aan liturgische verzoeken toegestuurd. Daar ga ik nu niet al te veel op in (maar ik kom werkelijk complete ‘liturgo-wetboeken’ tegen!). Ik wil het nu even hebben over een mededeling die regelmatig terugkomt. Die luidt zo:
‘Wij stellen het als gemeente erg op prijs wanneer u in de liturgie een ruime plek aan de psalmen toebedeelt.’
Nu moet ik zeggen dat ikzelf gek op de psalmen ben. Ze gaan zo diep, ze zijn zo inhoudelijk, zo wijs opgezet, zo troostvol, zitten vol met goed nieuws, God zelf staat er heerlijk centraal in, enzovoort enzovoort.
Maar er is één probleem. Ik ben namelijk gek op de onberijmde psalmen (die in de Bijbel dus), en niet op de berijmde. Want met die laatste kan ik veel te vaak helemaal niks.
De redenen daarvoor zijn:
1. archaïsch (= ouderwets) taalgebruik (waaronder ook de grammatica);
2. kromme en onduidelijke zinnen;
3. onjuiste vertalingen (met veel bijverzinsels)
Ik wil de eerste twee redenen graag kort aantonen. Laat ik het bij de eerste drie psalmen houden (maar ik zou gemakkelijk de overige 147 psalmen kunnen nagaan).
1. Archaïsch taalgebruik
In het algemeen:
- Het Nederlands kent geen gebiedende wijs meer met die typische ‘t’ aan het eind, zoals: ‘Vreest de HEER’ en ‘verheugt u en dient hem’.
- ‘Gij zijt’ kan echt niet meer. Het vervreemdt je bovendien van de rest van de tekst.
- Psalm 1: ‘Welzalig’, ‘der bozen raad’, ‘’s HEREN wet’, ‘rijke vrucht’, ‘gericht’, ‘bozen’.
- Psalm 2: ‘hun banden scheuren’, ‘grimmigheid’, ‘berg der heiligheid’, ‘Zie ik verwek u heden’, ‘ganse’, ‘rechters zonder rede’, ‘dient Hem naar zijn eis’, ‘te licht wordt hij getart’, ‘gramschap’, ‘zalig’.
- Psalm 3: ‘begeven’, ‘mijn hoofd verheffen’, ‘verkwikt’, ‘daar mij zijn hand behoedt’, ‘gewis’, ‘al is mij alles tegen’.
2. Kromme en onduidelijke zinnen
- Psalm 1: Deze psalm begint met ‘welzalig’, en dat woord wordt vervolgens in regel 3 en 5 niet herhaald. daardoor snap je vanaf regel 3 al niet meer wat je zingt.
‘Hij is gelijk een altijd groene boom’. (Is hij meteen/direct of lijkt hij op een altijd groene boom?)
- Psalm 2: ‘…, opdat gij niet te gronde (volgende regel:) gaat op uw weg.’
- Psalm 3: ‘U hebt, uw naam ter eer, gesmaad de goddelozen.’
Het zijn drie geweldige psalmen als ik ze in de Bijbel lees. Maar als ik ze moet zingen waan ik me in 30/40′er jaren van de vorige eeuw.
En dat verdienen de psalmen niet.
Dus men kan wel van me verlangen dat ik ‘ruimte toebedeel’ aan de psalmen, als ze niet snel worden hertaald heeft dat weinig zin.
De synode van mijn kerkverband loopt m.i. op dit punt al 20, 25 jaar te slapen. En ondertussen heeft men wel in alle wijsheid besloten het nóg ouderwetsere liedboek in te voeren en – ik haat het volgende woord – te toetsen.
Wat een beleid, wat een toekomstvisie! Tjongejonge, hoe kun je ervoor zorgen dat je de jongste generatie uit de kerk jaagt en – nog erger – al zingend van God zelf vervreemdt..!
Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat menig voorganger/synodeganger het een worst zal zijn of God in de eigen taal grootgemaakt wordt. Zou eigen taal misschien te dichtbij komen?
PS. Aanstaande zondagmiddag mag ik in Putten Psalm 40 bespreken en toepassen. Natuurlijk zingen we die psalm ook. Maar ik heb vers 3 maar opnieuw berijmd. Want ik weiger die laatste zin (”O Here, zie, ik kom!”) te laten zingen. Sorry hoor, maar dan denk ik aan andere dingen
.
Het ‘oude’ vers 3 gaat zo:
Het is geen offervuur wat U behaagt,
Gij wilt, Heer, dat ik naar U hoor,
en zelf ontsluit Gij mij het oor:
Gij hebt alleen gehoorzaamheid gevraagd.
Mijn God, ik draag uw wetten,
om op uw wil te letten,
gedurig bij mij om.
Het boek schrijft over mij.
Gij hoordet hoe ik zei:
“O Here, zie, ik kom!”
Mijn versie luidt (en die staat veel dichter bij het Hebreeuws):
Het is geen offervuur wat u behaagt.
U wilt, Heer, dat ik naar u hoor.
En zelf opende u mijn oor.
U hebt alleen gehoorzaamheid gevraagd.
Mijn God, ik draag uw wetten
en wil daar graag op letten.
Ik hou er zoveel van!
Het boek schrijft over mij.
U hoorde wat ik zei:
“Mijn God, hier ben ik dan!”
Reageer
Reacties
Hoi Anneke,
er zitten pareltjes in Psalmen-voor-Nu. Ik heb alle vijf CD’s. Daar kunnen we nu en in de toekomst wel wat mee.
Ik vind bijvoorbeeld Psalm 67, Psalm 121, Psalm 122, Psalm 137 en Psalm 150 (’Wat God zegt is hijzelf’ – prachtige vertaling van: ‘Looft God om al zijn deugden’) schitterend vertaald en bewerkt.
Het woord ‘halleluja’ is er lekker uit (wat moet je met dat Hebreeuws?). ‘Alle eer aan God’ is er voor in de plaats gekomen. Perfect!
Enkele nummers zijn niet te zingen (of je moet er avonden voor oefenen). Maar die kunnen we in eerste instantie als luisterlied gebruiken.
En ja, het zal vaker voorkomen – als ik de tijd en er het plezier voor vind – dat ikzelf psalmen ga hertalen en laten zingen.
Ik ga niet jaren wachten op beslissingen van hogerhand, waardoor ikzelf ook verantwoordelijk wordt voor liturgische moeheid en frustraties. Ik acht God en eigentijdse aanbidding van hem hoger dan loyaliteit aan de ‘kerkleiders’. (Haha, ik ben een échte vrijgemaakte, een vechter…)
En wees gerust – ik zal de kwaliteit bewaken (en als het even kan vergroten).
Tot ziens in je gemeente. Ik kom er de komende tijd weer geregeld. Leuk!
ja, ik ken de cd’s ook, en onze vorige predikant was gek van het lied; “wat hou ik van uw huis”, en ik vind dat lied ook er mooi, dus dat zongen we regelmatig, en af en toe zongen we er nog wel eens één, maar dat was het dan ook. Het is zo zuinigjes. Ik vraag me wel eens bij me zelf af waarom altijd zo kriegelig wordt als alles maar mondjesmaat ingevoerd wordt; ik denk zelf omdat ik wat geestelijk voedsel betreft honger heb geleden. En op m’n 51e wil ik dat inhalen, maar lukt het nog maar half ): In de kerk dan, en daarom kijk ik er naar uit als voorgangers zoals jij komen. Maar dat wist je al(:
De Psalmen voor Nu zijn toch door de laatste synode allemaal vrijgegeven?
Dag David,
De opmerkingen op je blog over plaatselijke diensten en kerken snap ik nooit helemaal: ze komen vaak wat hard over. Maar zolang je het Instituut en haar vreemde kronkels onder kritiek stelt lees ik je graag!
Sorry Niels.
Soms ben ik inderdaad een beetje pissig.
Ik mis dat eerlijk gezegd wel, die boosheid over de dingen die ertoe doen. Boosheid over onszelf en onze fratsen. Ook vanaf de kansels.
Ik ben er dus zeer tegen om psalmen te vervormen tot een populair, gangbaar taaltje. Wat is daarvan de toegevoegde waarde? Dat men het zogenaamd beter begrijpt, dat de jeugd er beter door aangesproken wordt?
Ik ben een groot voorstander van de Nederlandse taal en zeer zeker ook van archaïsch taalgebruik. Ik begrijp dat er woorden zijn die moeilijk te begrijpen zijn, maar ik vind het te ver gaan dat psalmen omgebogen worden. Zojuist gezongen: ‘uw oordeel is meters diep’ of iets in die strekking. De oorspronkelijke zin luidt: ‘uw oordeel is onpeilbaar diep’. Wat dekt nu beter de lading? Mijns inziens toch zeker de laatste versie. ‘Onpeilbaar’ heeft zo veel meer inhoud en dekt zo veel meer lading, dan ‘meters diep’.
Kortom; Ik zie in dat taal soms ontoegankelijk is voor wie dan ook, er zijn echter grenzen in het veranderen van die taal. Ik ben namelijk ook van mening dat de mens zich eerder naar de taal moet voegen, dan de taal naar de mens. Dit ook omdat taal schoonheden heeft, die anders verloren gaan. Dit laatste is natuurlijk een zijweggetje op dit onderwerp.
Ik ben benieuwd naar de reactie.
Beste Marijke,
de reden is niet een introductie te bieden van een ‘populair gangbaar taaltje’. Want dat vind ik zelf ook helemaal niks. Bovendien knap je daar na twee keer op af.
Ik wil zo nu en dan alleen dichter bij de grondtekst blijven.
In de grondtekst staat in ps. 36, 6: oordelen (meervoud). In onze berijming staat ‘oordeel’, waardoor je het idee krijgt dat het over één (het laatste?) oordeel van God gaat.
Ik vind ‘onpeilbaar’ inderdaad ook mooier, maar omdat ‘oordelen’ een lettergreep meer heeft dan ‘oordeel’ kon ik dat woord niet gebruiken.
In de Bijbel staat trouwens (en de Engelse ESV-vertaling staat het dichtst bij het Hebreeuws): ‘your judgments are like the great deep’.
Oftewel:
1.oordelen (meervoud).
2. bedoeld wordt: de diepte van de oceaan. Het woord onpeilbaar hoeft dus niet per se gehandhaafd te blijven.
Daarom besloot ik tot: ‘uw oordelen gaan meters diep’. Dat roept wel het beeld van (zee)waterdiepte op, denk ik.
Overigens ben ik het niet met u eens dat de mens zich naar de taal heeft te voegen. En uw voorkeur voor archaïsch taalgebruik begrijp ik al helemaal niet.
Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken dat ik u opeens moet aanspreken met ‘gij’, omdat u of ik nu eenmaal liefhebber van de taal uit de eerste helft van de vorige eeuw zijn.
Taal is niet te ‘regelen’. Je praat zoals je praat, taal ontwikkelt zich vanzelf.
Alleen zijn de psalmen stil blijven staan. En dat kan m.i. niet, want dan loopje kans op psalmtaalverheerlijking. En dat proef ik een beetje in uw reactie.
U noemt de vertaling ‘populair’, ik noem hem (als u wilt met argumenten) zowel eigentijds als Bijbels(er).
En neem van mij aan: de Bijbelse dichters dichtten over God in hun eigen taal. Ze hielden niet van archaïsche taal.
En vraag het eens met mij af: waarom zou je de God van élke generatie in ouderwetse taal moeten toezingen? Eist hij dat? Vindt hij dat prettig?
Groet,
David Heek
PS. We zongen ook psalm 73, couplet 1 tot 4. Daar heb ik niets in veranderd. Terwijl dat m.i. wel nodig is!
- Kent u het woord ‘welhaast’ (couplet 1)?
- Kan ‘afgunst’ nog (couplet 2)? Misschien wel, maar bij mijn weten noemt iedereen dat tegenwoordig ‘jaloezie’.
- Weet u wat ‘op je verbeelding bogen’ betekent (couplet 3)? Heeft u dat in de laatste 15/20 jaar ergens gelezen of iemand horen zeggen?
- Kent u het voegwoord ‘daar’ (couplet 3), wij gebruiken daarvoor tegenwoordig ‘aangezien’ of ‘omdat’.
- Wat is ‘listigheid’ (couplet 4)?
Goedenavond,
Zeg maar ‘jij’, ik ben slechts 21. Afijn, ik beweer nergens dat, omdat ik archaïsch taalgebruik mooi vind, dat ik verwacht dat men dat gaat gebruiken. Mijn voorkeur doet er in die zin ook totaal niet toe, het was slechts een opmerking dat ik er toevallig van houd.
Ik denk zeker niet dat God iets op het gebied van taal m.b.t. psalmen ‘eist’, maar ik vind het enkel belangrijk dat niet zomaar de psalmen veranderd worden, omdat -zoals gezegd- er mogelijk een kern verloren gaat. Ik vind dat je daarin wel kritisch moet blijven en ik geloof ook wel dat je dat doet, maar ik vraag me af of je dat zomaar op eigen houtje moet doen…
Of is dit wel een heel vrijgemaakte opmerking?
Tot slot; de woorden die je opnoemt, ken ik allemaal en sommige ervan gebruik ik zelfs nog. Maar inderdaad, dat is persoonlijke voorkeur.
Aanvulling:
Plus, als jouw vertalingen zoveel dichter bij het Hebreeuws staan, kan ik dan concluderen dat je kritiek hebt op de huidige vertalingen?
Geachte heer Heek
Ben het niet helemaal met u eens.
De taal van de berijmingen is soms niet van deze tijd.
Maar als u palmen wilt met; idd, ff, g4u,;)
Soms moet je ook de Nederlanders eens duidelijk maken dat
een taal niet moet gaan lijken op wat beesten voor een geluid
produceren, dus probeer taal gewoon weer taal te laten zijn.
En niet een stuk of 20 grondtonen die met een verschillende klank
eventueel een zin kunnen vormen.
Maar hoe ieder denkt over taalgebruik en zins vormen.
De psalmen zijn inderdaad compleet. Dus hou je vast aan hun inhoud!
Hartelijke groet
Ton Haanschoten
Ik ben het er helemaal mee eens! Fantastisch stuk, helemaal waar. Wat denken we wel niet met onze bijna heilig verklaarde taal in de psalmen, alsof de originele ‘liederen’ (ook al zo’n woord!!) ook in een soort hoger-Hebreeuws waren geschreven. Echt niet! Soms zou je mensen gewoon door elkaar willen schudden. Ik zing trouwens ook altijd gewoon ‘U bent’ en ben Oost-Indisch doof voor ‘gij zijt’.
Trouwens, weet men hier dat in Engeland en Duitsland God een ‘Jij’ is (’You’ en ‘Du’, terwijl het Duits ook ‘u’ kent (Sie) maar dus NIET gebruikt voor God)? Wat zouden we daar wel niet van vinden hier in Gereformeerd Vrijgemaakt Nederland? Pffff… het gaat God nou eenmaal niet om welke taal je gebruikt, áls je je taal maar gebruikt om Hem te eren…
Reactie van Klaas
Als vertaling leidt tot onduidelijkheid dan moeten we daar iets aan doen. Niet individueel maar samen ook elkaar daarin vasthouden en er over met elkaar communiceren. Dat verhoogt betrokkenheid en verbondenheid. Wat mij wel steeds verbaast is dat we snel spreken over oud taalgebruik en daar maar aan vast knopen dat het niet (meer) begrepen wordt. Ik geloof daar nog niet zo in. Laat ik een voorbeeld gebruiken. In de computertaal worden heel veel begrippen gebruikt die behoren tot die (programmeer)taal. En het zal best logisch zijn, maar begrijpen doe ik het niet (altijd). Wordt dit nu aangepast? Ik denk het niet. We leren het gewoon. Van oud tot (vooral) jong. En soms ben je jaloers op hoe makkelijk en (vooral) snel jongeren dit al heel jong leren. Wie past zich nu aan? Het probleem zit m.i. meer in: Hoe is onze betrokkenheid, wat is onze belangstelling. Wil ik dat. Want als ergens in een taal blijkt dat we iets willen leren, dan is het computertaal. Moraal: Aanpassen van het taalgebruik is niets mis mee, maar verhef het niet tot doel aan zich. En met het oude taalgebruik is ook niets mis: Leg elkaar maar uit wat je bedoelt. Dat bevordert het gesprek en geeft je de ruimte om met elkaar door te spreken over de essentie van onze relatie met God. Waar gaat het om en begrijpen we elkaar. Om ons persoonlijk geloof te verdiepen en ons gemeenschappelijk geloof te delen met elkaar.
Mee eens David. Komisch ook waarom je die laatste zin niet zingt{:
Zingen we jouw vertaling ook als je de komende weken in de Lichtkring voorgaat?
Vaak als ik een psalm zing die ik niet goed kan “rijmen”, denk ik aan de cartoon van Dokus waar een meisje op een schommel luidkeels “Dééé Filistijnen Tieriejers en Mooooren!”zingt, en de buren dan opmerken: “wat hebben ze dat kind nu weer geleerd?” dan lig ik in een deuk in gedachten. Zo herkenbaar namelijk. Hoe zit het eigenlijk met de psalmen voor nu/ Ik hoor er eigenlijk niet zoveel meer van…