Omdat mama vandaag werkt, heeft papa een ‘papadag’. Hoewel dat woord verschrikkelijk is – want: hoezo, de overige dagen zijn geen papadagen? – is het wel waar dat ik op maandag en donderdag meer tijd met Joram doorbreng dan op andere dagen.
Dus ik liep met Joram in de wagen naar de C1000. Heerlijk te genieten van zijn omhooggestoken wijsvingertje en de direct daaraan gekoppelde woorden ‘die’ en ‘da(ar)’. Hij wees naar het weiland.
De woorden ‘koe’ en ’schaap’ zullen niet meer lang op zich laten wachten, denk ik.
We liepen over een weggetje, de zogenaamde ‘Botermarkt’, waar het op het heetst van de dag bloedheet kan zijn. Vanmorgen was het er nog aangenaam en genoot ik van de warmte en van de tientallen bomen langs de zogenaamde Stadsgracht. Ik dacht: grappig, ze zwaaien allemaal op dezelfde manier naar God.
Heerlijk dus, die zon.
Maar ik dacht door. Wat is hij óók verraderlijk. Want hoeveel mensen zijn er niet die genoegen nemen met de zon, en het licht en de warmte die hij afgeeft.
Natuurlijk, de mens kan niet zonder zonlicht en -warmte. Maar het kan niet anders of God is een groot risico met de mensheid aangegaan. Hij wist dat de mensheid hem in zou ruilen voor de zon. Dat de mens de schepping zou gaan vereren in plaats van hem, de schepper.
Je zou kunnen zeggen: God heeft de zon te heerlijk, te mooi gemaakt en te goed op de mens afgestemd. Aan de andere kant: dat is ook precies wat hij wilde. Omdat hij het beste, het állerbeste met de mens voorheeft. Ik noemde de zon daarom vanmorgen Gods liefdevolle risico met de mensheid.
God laat de zon schijnen voor zowel rechtvaardige als voor onrechtvaardige mensen. Rechtvaardige mensen willen de schepper erom grootmaken, onrechtvaardige mensen gaan aan hem voorbij.
Er zullen mensen zijn die ooit recht in de ogen van hun schepper zullen kijken. Daar staan ze dan. Vóór God met een zongebruind lichaam, maar met een pikzwarte ziel.
Ik wil mijn tijd gebruiken vaak voor hen te bidden en hen actief proberen te bereiken met dit heftige nieuws dat op zoveel goeds gericht is.
Matteüs 5, 43-45 [Jezus, de Zoon van de schepper van de zon, zegt:] 43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Romeinen 1, 25 [Paulus zegt in de naam van de schepper van de zon:] Ze [nl. de ongelovigen/onrechtvaardigen] hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.
‘Ze aanbidden het geschapene.’
Ik heb het wel eens eerder geschreven: christenen zijn anders. Ze zijn geen zonaanbidders, maar Godaanbidders.