Nergens ter wereld is de secularisatie (verwereldlijking, ontgoddelijking) zo toegeslagen als in West-Europa.
Is elke Amerikaan op een bepaalde manier nog ‘christelijk’, is de geestelijke strijd in Azië zelfs regelmatig in het 8-uur journaal voelbaar, en schieten de kerken in Afrika als paddestoelen uit de grond, bij ons weet men vaak zelfs niet meer dat Jezus Christus door christenen als de Zoon van God beschouwd wordt. Laat staan wat Pasen en Hemelvaart betekent.
In Kampen is het me al geleerd (in de lessen missiologie), maar ook de nieuwste literatuur geeft er blijk van: in West-Europa is het christendom al decennia lang voorbij.
Natuurlijk wordt met ‘christendom’ niet het christelijk geloof bedoeld, want ‘Gods woord houdt eeuwig stand’. Bedoeld wordt: de vorm, de manier waarop het christelijk geloof eeuwenlang beleefd en gevierd is. Oftewel: onze manier van kerk-zijn (en onze kijk op de kerk) is passé.
Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw lopen de kerken leeg. Om allerlei redenen. Vanaf toen zette de secularisatie door, kwam alle nadruk op individuele vrijheid en zelfontplooiing te liggen (vergelijk de opkomst van D’66 – inderdaad in de jaren ‘60 opgericht) en zitten kerkleiders als ze niet blind, doofstom of lui zijn met de handen in het haar.
Wat moeten we nog met het instituut kerk?
Natuurlijk, ook nu nog gaan veel christenen met plezier naar de kerk. En daar is niets mis mee. Maar diezelfde christenen moeten erkennen dat de aanwas van nieuwkomers al jaren vies tegenvalt. Hoe aantrekkelijk ze de diensten ook maken, hoeveel ‘vriendendiensten’ en Alphacursussen er ook georganiseerd worden.
Dan denk ik: als niet-christenen graag naar de kerk zouden komen, dan waren ze allang gekomen. Want we doen er werkelijk van alles aan om aantrekkelijk te zijn of te worden. Maar wees eerlijk: welke kerkganger heeft de afgelopen tien jaar even zoveel volwassendopen meegemaakt (en dan bedoel ik natuurlijk geen over- of recycledoop)?
Het moet daarom anders.
Niet alleen ik wil graag pleiten voor en werken aan een verandering in denken als het over de kerk(dienst) gaat. Traditioneel wordt namelijk vanuit het instituut, de kerk(dienst) gedacht. Daarmee bedoel ik dat de kerk(dienst) de kern van het christelijk geloof en de beleving ervan vormt. Deze kerkuren worden in veel gemeentes dan ook bomvol activiteiten gestopt, want “iedereen moet in dat uur z’n steentje kunnen bijdragen”.
Ik zou een andere beweging willen voorstellen, en dat is een behoorlijke cultuuromslag. We gaan leren te denken en te leven vanuit de weekactiviteiten naar de gezamenlijke vieringen.
Oftewel: de kerkdienst wordt in plaats van het hoofdgerecht het ‘toetje’ op het christen-zijn in de week. Of, wanneer je de zondag als eerste dag van de week ziet, het uur in de kerk wordt beschouwd als het ‘voorgerecht’.
Het hoofdgerecht houdt in: via kleinere kringen en netwerken – dat is/wordt m.i. de 21ste eeuws kerk – worden we aantrekkelijk voor én je eigen geestelijke broers en zussen én de ongelovige mensen in je buurt.
Kerk-zijn in de week. Dat betekent, moeilijk gezegd: incarneren in de samenleving (in plaats van ’s zondags je eigen feestjes te bouwen en dan nog maar te zien wat je in de verdere week met je christen-zijn doet). Via je huiskring of netwerk, armenzorg, meedoen aan maatschappelijk relevante activiteiten, gaan we laten zien waarom Jezus Christus onze Heer is. En dat we willen zijn en doen zoals hij is en op aarde deed.
En ’s zondags laten we ons heerlijk voeden, worden we bemoedigd, aangespoord of getroost. En maken we onze glorieuze God met z’n allen groot.
Deze spannende en (door Gods Geest) ongetwijfeld vreugdevolle christelijke incarnatie in de samenleving is in de 21ste eeuw het diner waarom het christelijk geloof heeft te draaien.
Deze zogenaamde derde kerk heeft dan ook alles weg van de eerste kerk, de kerk na Pinksteren. Met dit (missionaire) verschil dat destijds het woord ‘God’ en ‘gebod’ geen vieze woorden waren. In de eerste eeuwen van onze jaartelling konden christenen gemakkelijker aansluiten bij de religie dan wij op dit moment kunnen.
Het betekent een behoorlijke cultuuromslag, alleen al qua christelijke tijdsbesteding. Want maken veel christenen zich in de week niet veel te druk over van alles en nog wat (overwerk, Champions League, hobby’s, kerkelijke vergaderingen, huisbezoeken, verjaardagen, de kids)?
Hebben we het lef om andere prioriteiten, in het kader van de komst van Gods koninkrijk, te stellen? Zelfs als dat financiële achteruitgang en inperking van persoonlijke vrije tijd tot gevolg heeft?
Ik hoop het. Ik denk dat Jezus Christus dat wil. En zijn apostel Paulus ons daartoe oproept.
Romeinen 12, 1-2 (met een vleugje NBG ‘51-vertaling)
Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2 U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar wordt hervormd in de vernieuwing van uw denken, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.