Archief van september, 2009

Sinds dit seizoen ben ik officieel scheidsrechter namens de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB). Ik bevind me nu in de zogenaamde START-groep. Dat betekent dat ik tot ongeveer januari 2010 op een vrij laag niveau fluit.
Daarna wordt bepaald (door begeleiders/rapporteurs) op welk niveau ik vervolgens de wedstrijden mag leiden. Ik hoop natuurlijk zo hoog mogelijk.

Ik vind het leuk om op het web na te speuren wat de teams die ik gefloten heb van mijn leiding vonden. Dat is dus een kwestie van wedstrijdverslagen opspeuren en doorlezen.
Aan het eind van elke maand publiceer ik op deze site de voor mij relevante gedeeltes uit de diverse verslagen. En of ze me nu goed of slecht vonden fluiten, ik laat alles zien.

1. Delta Sports ‘95 2 – Jonathan 3 (5 september 2009, geel: 2, rood: 0, eindstand: 3-3)

Van de site van Jonathan:

“Binnen een minuut stonden de gastheren zelfs op voorsprong. Robbie B. maakte enigszins ongelukkig hands en de toekende penalty werd eenvoudig benut. Maar we wisten onze rug nog een keer te rechten. Laurens meldde zich achter een tamelijk gemakkelijk door de (overigens uitstekend leidende) scheidsrechter gegeven vrije trap. Zijn schot werd net voldoende van richting veranderd om de Houtense doelman te verrassen.”

2. Odysseus ‘91 2 – VRC 3 (12 september 2009, geel: 0, rood: 0, eindstand: 6-1)

Geen verslagen, wel beelden.

3. Eemnes 2 – Montfoort 3 (19 september 2009, geel: 1, rood: 0, eindstand: 2-2)

Wel een verslag uit Eemnes, maar niets over mijn persoontje.

4. Kadoelen 3 – Wartburgia 2 (26 september 2009, geel: 1, rood: 0, eindstand: 1-1)

Geen verslagen gevonden.

Bidden tot mijn God vind ik van tijd tot tijd moeilijk. Een van de redenen daarvan is dat ik vaak ongeveer hetzelfde bid. Daar is op zich niets mis mee, maar het maakt het allemaal wat saai en voorspelbaar. En dat heeft weer tot gevolg dat ik het niet doe, of zeer snel, op de geijkte momenten.

Bidden gaat me in de meeste gevallen goed, moeiteloos en met plezier af wanneer de Bijbel in m’n handen ligt. Ik lees en denk namelijk net zo lang door totdat ik iets aan God kan voorleggen.
En dat helpt me weer om voor m’n stille tijd ook werkelijk de tijd te nemen.

Nog een voordeel van die Bijbel op schoot is, dat God zelf mij leert te bidden. Er staan namelijk nogal wat gebeden in de Bijbel. In het Psalmenboek natuurlijk, maar ook gewoon door de geschiedenissen heen.
En dan denk ik: als God wilde dat die gebeden in zijn Bijbel kwamen te staan, dan staan ze er niet voor niets: ze zullen óók bedoeld zijn om overgenomen te worden.

Vandaag een eerste gebed van Hizkia. Zijn residentie wordt belegerd door Sanherib, de koning van Assyrië, het Amerika van toen. (Of was Babylonië/Babel dat? Het waren in ieder geval twee machtige landen.)

Deze Sanherib laat Hizkia een brief bezorgen met de volgende inhoud: ‘Laat u niet misleiden door de HEER, uw God, in wie u uw vertrouwen hebt gesteld omdat hij u heeft toegezegd dat Jeruzalem niet in handen zal vallen van de koning van Assyrië. U hebt toch zelf gehoord hoe de koningen van Assyrië alle landen die ze binnenvielen vernietigd hebben. Zou u dan gered worden? Gozan, Charan, Resef en de inwoners van Eden in Telassar, die door mijn voorouders werden uitgeroeid, zijn toch ook niet door hun goden gered? En wat is er geworden van de koningen van Hamat en Arpad, en van de koningen van de stad Sefarwaïm en van Hena en Iwwa?’

Met die brief gaat Hizkia naar de tempel. Hij legt hem open neer. Voor de HEER.

Wat kunnen christenen overnemen van het gebed dat Hizkia vervolgens uitspreekt?

1. Onze HEER is op verschillende manieren aan te spreken; hij is niet gemakkelijk in één aanspreektitel te vangen. Een gebed begint met hem en zijn onuitputtelijke eigenschappen en vaardigheden.

Jesaja 37, 16

“HEER van de hemelse machten, God van Israël, u die op de cherubs troont, u alleen bent God van alle koninkrijken op aarde, u hebt de hemel en de aarde gemaakt.”

2. Je kunt gerust verwoorden dat onze HEER, in tegenstelling tot welke andere god dan ook, de levende HEER is.

Jesaja 37, 17a

“Leen mij uw oor, HEER, en luister, open uw ogen en zie toe.”

3. Een gebed hoef je niet vroom te maken, alsof God niet zit te wachten op het feit dat je baalt van de ellenlange files van elke dag of je aan je hoofd zeurende projectmanager (ik noem maar wat). Aan onze God kun je gewoon de situatie voorleggen zoals-ie precies is.

Jesaja 37, 17b-19a

“Hoor met welke woorden Sanherib de levende God hoont. Het is waar, HEER, de koningen van Assyrië hebben alle landen verwoest en hun goden aan het vuur prijsgegeven.”

4. In een gebed kun je natuurlijk vreugdevol gebruik maken van de waarheid en het goede nieuws van je HEER.

Jesaja 37, 19b

“Dat waren dan ook geen goden, het waren slechts maaksels van mensenhanden, beelden van hout en steen, die ze vernietigd hebben.”

5. In een gebed is (vanzelfsprekend) alle ruimte voor de verwoording van wat je nu precies van je HEER verlangt.

Jesaja 37, 20a

“Ik vraag u, HEER, onze God: red ons uit zijn handen…”

6. Wat is het uiteindelijke doel van je gebed (mijn grootste leerpunt!)? Niet Hizkia’s en Jeruzalems redding, niet mijn dagsucces, maar de naam van mijn HEER! God-centered bidden, zou John Piper zeggen…

Jesaja 37, 20b

“…opdat alle koninkrijken op aarde zullen beseffen dat u, HEER, de enige bent.”

Opwekking 392 vind ik een prachtig lied.
Helaas wordt-ie door sommige mensen als ‘onschriftuurlijk’ (dat wil zeggen: niet in lijn met de Bijbel) bestempeld.

Hoewel ik me natuurlijk niet genoodzaakt voel om het tegendeel te bewijzen, leek het me leuk om het lied ’s naast de Bijbel te leggen. Ik noteer voor het overzicht steeds één Bijbeltekst, vaak zijn er talloze andere Bijkbelplaatsen aan te wijzen.

Hopelijk is deze blog voor heel veel andere christenen niet noodzakelijk, maar genieten ze er ondertussen wel van.
En hopelijk wordt hierdoor ook onmiddellijk duidelijk waarom ik het zo’n prachtig lied vind.

Opwekking 392: Mijn Jezus, ik hou van u

Mijn Jezus, ik hou van u, [Johannes 21, 16]
ik noem u mijn vriend. [Johannes 11, 11]
Want u nam de straf op u
die ik had verdiend. [Romeinen 7, 21-25]
De grote verlosser, [Matteüs 1, 21]
mijn redder bent u; [Jesaja 12, 2]
‘k Heb van u gehouden,
maar nooit zoveel als nu. [Efeziërs 3, 18-19: christenen zullen steeds meer van Jezus Christus houden, omdat ze hem - en met hem zijn en hun Vader - steeds beter zullen leren kennen]

Mijn Jezus, ik hou van u,
want u hield van mij. [1 Johannes 4, 19]
Toen u aan het kruis hing,
een wond in uw zij. [Johannes 19, 34]
Voor mij de genade, [Hebreeën 2, 9a]
een doornenkroon voor u; [Hebreeën 2, 9b]
‘k Heb van u gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Ik zal van u houden
in leven en dood. [Romeinen 8, 38-39]
En ik wil u prijzen,
zelfs dan in mijn nood. [Romeinen 8, 36-37]
Als ik kom te sterven,
dan roep ik tot u: [Filippenzen 1, 23]
‘k Heb van u gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Als ik in uw glorie, [Psalm 104, 1]
uw eeuwigheid kom, [Openbaring 22, 14]
dan buig ik mij vóór u, [Filippenzen 2, 9-11]
in uw heiligdom. [Openbaring 21, 22]
Gekroond met uw heerlijkheid, [2 Korintiërs 3, 18]
zal ‘k zingen voor u: [Openbaring 15, 1-4 (of misschien wel 14, 3!)]
‘k Heb van u gehouden,
maar nooit zoveel als nu. [In combinatie met Efeziërs 3, 18-19: 1 Johannes 4, 16]

TE IK-GERICHT?

Vaak zeggen critici óók dat de Opwekkingsliederen teveel ik-gericht zijn. Daardoor komt de aandacht voor Gods persoon dan te vervallen. En dat is fout.
Maar de vraag is dan of deze critici de psalmen net zo kritisch lezen en zingen. Zouden deze mensen bijvoorbeeld Psalm 16 uit hun mond kunnen krijgen? Want daar wordt – nog vaker dan in Opwekkingslied 392 – het woordje ‘ik’ en ‘mij(n)’ gezegd. In élk vers!
Dat zou wat zijn, zeg. Dat Psalm 16 als onschriftuurlijk bestempeld wordt…

Het was al weer een tijdje geleden dat ik twee keer op zondag gepreekt heb. Vanochtend eerst drie kwartier naar Leerdam gereden.
Daar werd me verteld dat ze de kansel eindelijk gaan afbreken. Hè hè, eindelijk word er ’s naar me geluisterd;)

Nog een grappig dingetje. Een vrouw uit Alblasserdam mailde me gisteravond. Ze kon vandaag niet naar de kerk, maar wilde wel graag naar een kerkdienst luisteren, via internet dus. Dus ze mailde met de vraag waar ik voorging.
Dus ik zeg dat dat Leerdam is. Maar ze had pech, denk ik, want de preek die ik vanmorgen uitsprak, heb ik voor het eerst gehouden in… Alblasserdam.

Vanmiddag heb ik voor het eerste de kerk van Ede van binnen gezien. Het ging wel goed, alleen maakte ik wat onnodig een opmerking over de liturgie (die niet in de preek te vinden is). Niet dat ik er niet achter sta (want om net als David voor de HEER te kunnen zingen en spelen, lijkt het me toch wel gemakkellijk dat je begrijpt wat je zingt en speelt), maar het was, denk ik, én wat kort-door-de-bocht én iets teveel eigen mening.

Maar goed, zie maar wat je ermee doet. De rest van de preek staat hopelijk stevig overeind. En anders hoor ik dat graag.

Leerdammers en Edenaren (? Eders? Edenieten? Ederiërs? Eden?), reageer gerust. Ik sta on-line voor u en jou klaar.

‘In het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia trok koning Sanherib van Assyrië op tegen de versterkte steden van Juda en nam ze in. Vanuit de plaats Lachis stuurde de koning van Assyrië een van zijn hoogwaardigheidsbekleders, de rabsake, met een geweldig leger naar koning Hizkia.’ [Jesaja 36, 1-2]

Deze rabsake heeft veel, maar liefst acht (!) kenmerken van de duivel of de satan, Gods tegenstander. Hij wil ons namelijk verwarren (duivel = diabool = iemand die verwarring strooit).

Lees maar ’s wat die officier van Sanherib allemaal voor duivelse dingen doet en zegt.

1. Hij hecht meer waarde aan spier- en mankracht dan aan Gods belofte van bescherming en nabijheid.

“Ik zou toch denken dat mooie beloften niet opwegen tegen strategie en militaire macht. In wie stelt u zo veel vertrouwen dat u tegen mij in opstand durft te komen?” [Jesaja 36, 5]

2. Hij spreekt de waarheid (!), maar biedt geen goddelijk alternatief. Dit is zó duivels!

“U vertrouwt op Egypte, die geknakte rietstengel die je hand doorboort wanneer je probeert erop te leunen! Want meer heeft de farao, de koning van Egypte, niet te betekenen voor degenen die hun vertrouwen in hem stellen.” [Jesaja 36, 6]

3. Hij stelt goede, geestelijke acties ter discussie. En probeert christenen tegen elkaar uit te spelen.

“En u kunt mij nu wel zeggen: “Wij stellen ons vertrouwen in de HEER, onze God,” maar was het niet juist die God wiens offerplaatsen en altaren u, Hizkia, hebt laten verwijderen? U hebt immers tegen de bevolking van Juda en Jeruzalem gezegd: ‘Alleen voor dit altaar mag u neerknielen’?” [Jesaja 36, 7]

4. Hij belooft veel goeds en moois (maar natuurlijk wel onder een voorwaarde; de duivel kent geen onvoorwaardelijke liefde!)

“Welnu, waag uw kans met mijn heer, de koning van Assyrië. Hij zal u tweeduizend paarden geven, mits u in staat bent de ruiters ervoor te leveren.” [Jesaja 36, 8]

5. Hij gebruikt de naam van de HEER voor eigen doeleinden!

“U denkt toch niet dat hij [koning Sanherib] zonder instemming van de HEER is opgetrokken om dit land te vernietigen? De HEER heeft hem gezegd: ‘Val dit land aan en vernietig het.” [Jesaja 36, 10]

6. Hij wil dat iedereen zijn leugens hoort, en pakt iedereen genadeloos hard aan.

Eljakim, Sebna en Joach zeiden tegen de rabsake: ‘Spreek alstublieft Aramees met ons, heer; wij verstaan dat. Spreek toch geen Judees tegen ons, het volk op de muur luistert mee.’ Maar de rabsake antwoordde: ‘Dacht u dat mijn heer mij gestuurd heeft om het woord uitsluitend tot uw heer en u te richten? Onze woorden zijn net zo goed bestemd voor de mensen daar op de muur, die binnenkort net als u hun eigen stront zullen eten en hun eigen pis zullen drinken.” [Jesaja 36, 11-12]

7. Hij trekt de geestelijke adviezen van koning Hizkia openlijk in twijfel. En hij paait het volk (en de mensheid) met loze beloftes.

“Dit zegt de koning: ‘Laat u door Hizkia geen rad voor ogen draaien, hij is niet in staat u te bevrijden. Laat hij u niet verleiden uw vertrouwen te stellen in de HEER. Als hij beweert: ‘De HEER zal ons vast en zeker redden en deze stad zal niet in handen vallen van de koning van Assyrië,’ luister dan niet naar hem. Want dit zegt de koning van Assyrië: ‘Geef u over en stel u onder mijn hoede, dan kan ieder van u van zijn wijnstok en zijn vijgenboom eten en het water uit zijn eigen put drinken, tot ik kom en u meevoer naar een land dat niet onderdoet voor dat van u: een land van graan en wijn, van brood en wijngaarden.” [Jesaja 36, 14-17]

8. Hij gooit de ene God en HEER op één hoop met alle andere goden.

“Laat Hizkia u geen valse hoop geven met zijn bewering dat de HEER u zal redden. Hebben de goden van andere volken hun land dan gered uit de handen van de koning van Assyrië? Waar zijn de goden van Hamat en Arpad gebleven, waar waren de goden van Sefarwaïm? Hebben die Samaria soms uit mijn handen gered? Als geen enkele god in staat is gebleken zijn land uit mijn handen te redden, hoe zou dan de HEER Jeruzalem kunnen redden?”

Zie hier de dadendrang van de duivel, wanneer hij bezit neemt van Sanherib en zijn rabsake.

Hoe reageer je daarop, wanneer je deze heilloze beloftes in je eigen leven herkent (en dat dóe je, als je goed om je heen kijkt of ’s op een andere manier TV kijkt). Misschien is dit nog wel het beste: laat hem maar. Laat de duivel maar lullen!

Maar zij zwegen en antwoordden met geen woord, want zo had de koning het bevolen. [Jesaja 36, 21]

[Opmerking vooraf: een weblog heeft ook negatieve kanten. Mensen kunnen onbehouwen, kortaf en hard op m'n stukjes reageren, en als ze dan ook nog persoonlijk worden, kan me dat een deprimerend gevoel geven.
Maar ik heb er een remedie voor. Voordat ik m'n weblog lees of er iets op schrijf, lees ik eerst wat God tegen me te zeggen heeft. En het mooie is dat dan werkelijk elke 'aanval' heerlijk van me afglijdt.]

Ja, genieten van heiligheid, wie kan dat?
Ik weet niet hoe jij, beste lezer, het ervaart maar ik merk vaak dat om het thema ‘heiligheid’ een wat somber sfeertje hangt. Als de term ‘heilig’ valt hoor ik daar onmiddellijk dit in:

1. Een dominee die voorspelbaar verkondigt: dat betekent dat je door God apart bent gezet. (Waarop ik denk: dus ik ben eigenlijk een verachtelijke allochtoon. Die worden toch ook collectief apart gezet, in achterstandswijken en vervallen huurflats met schotelantennes?)

2. Heiligheid betekent dat ik als christen anders dan de rest heb te zijn. Niet meegaan dus met de wereld om me heen. Niet opgaan in entertainment, sport, geld, voedsel en verre vakanties.

3. Heiligheid gaat altijd gepaard met stilte en ontzag.

Je kunt je door dit alles wel voorstellen dat genot en heiligheid niet lijken te matchen.
Nou, ik kan dit mooi vergeten!

Vanmorgen las ik hoe God heiligheid en genot aan elkaar verbindt. In Jesaja 35 belooft God in Israël een nieuwe weg aan te leggen. ‘De heilige weg’ noemt hij die.

Wie op die weg z’n reis (naar God en zijn rijk!) aflegt, zal ondervinden wat geluk en genot inhoudt.

a. Geen gevaar meer voor je leven;
b. Constant het gelukzalige idee hebben dat je gered bent;
c. Op die heilige (!) weg wordt gejubeld en gejuicht. Er is sprake van oneindige blijdschap.

Ik wil die weg gaan. Anders zijn (dan de rest van Nederland), maar dan wel vrolijk anders zijn.
Ik ga naar God en zijn rijk, dat wil zeggen: ik ga Jezus Christus achterna. Hij ging als eerste die heilige weg over.
Dat was een moeilijke weg, een verschrikkelijke weg. Een weg over een heuvel met een kruis erbovenop. Maar die heilige weg was nooit vreugdeloos. Nooit zonder genot in God!

Jesaja 35, 8-10

8 Daar zal een gebaande weg lopen,
‘Heilige weg’ genaamd,
geen onreine zal die betreden.
Over die weg zullen zij gaan,
maar dwazen zijn er niet te vinden.
9 Geen leeuw of roofdier zal daar komen,
geen enkel wild dier dwaalt er rond,
ze blijven er allemaal weg,
alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan.
10 Wie door de HEER bevrijd zijn, keren terug.
Jubelend komen zij naar Sion,
gekroond met eeuwige vreugde.
Gejuich en vreugde trekken de stad binnen,

gejammer en verdriet vluchten eruit weg.

Steeds vaker proberen kerkgemeenschappen hun kerkdiensten op te leuken. In dat ene uur dat ze elkaar zien, staat er dan ook van alles op het programma. Getuigenissen, drama, mime, kindermomenten, videofragmenten, een eindeloze rij aan afbeeldingen op de beamer omdat niemand (zo denk ik dan) begrijpt wat een telefoon, een honkbalknuppel en een stapelbed zijn, kinderen die een liedje komen zingen, en ik vergeet vast nog allerlei fopneuzen (want zo heeft iemand dit allemaal wel ’s genoemd).

Begrijp me goed, ik heb daar op zich helemaal geen problemen mee. Al verzinnen we 70 activiteitjes, ik vind het allemaal best. Maar waarom, mensen, waarom doen we dit allemaal? Er kleven zoveel nadelen aan:

1. Het kost heel veel voorbereidingstijd;
2. Het maakt dat je vermoeid de kerk verlaat;
3. Het gaat ten koste van je concentratievermogen tijdens de kerkdienst;
4. en m.i. het belangrijkste punt: het gaat ten koste van de aandacht voor God.

Ik denk dat wij (alleen al in de GKv dus) al deze dingen hebben bedacht, omdat het gros van de gemeente spuugzat is van de irrelevante, saaie, vervelende, nou, zeg maar gerust barslechte preken. (Maar er rust een taboe op om dit hardop te zeggen.) En dus maken we de kerkdienst op andere manieren verdraaglijk voor onszelf.

Kijk, ik schrijf dit niet op principiële of Bijbelse gronden, zoals de Zwarte Raven en de Giftige Slangen dat menen te moeten doen, want nogmaals: alle liturgische vormen staan ons vrij.
Maar ik zou de (onmogelijke!) vraag willen opwerpen: hebben we misschien genoeg van God zelf? Zijn we hem zat? Zijn Vader en Zoon en hun Geest ons nu wel zo’n beetje bekend?

Ik denk dat veel gereformeerden denken God zo onderhand wel te kennen. Ze begrijpen en geloven dat ze zondig zijn (zie Genesis 3), dat Jezus moest komen om ons te ‘verlossen van onze zonden’, en dat je, ervan uitgaande dat je ongeveer 70 jaar wordt, dat ‘evangelie’ 3.500 keer moet horen om het te kunnen blijven geloven.

Dit kan absoluut waar zijn, maar ik hoop dat je door hebt dat ‘God’ in deze beschrijving helemaal niet in het centrum staat. Sterker nog, het gaat hierin helemaal niet om hem, maar om mij (en mijn redding en mijn geloof e.d.).

Ik kom naar de kerk voor God. En als ik daar zelf de dienst leid, dan gaat het mét hem een uur lang óver hem.
Wedden dat dat hartstikke gaaf is (en dat werkelijk al die fopneuzen je graag gestolen kunnen worden)?

PS. Ik hoorde dat A.L.Th. de Bruijne, prof. in Kampen, een artikel heeft geschreven, waarin hij met de Bijbel in de hand pleit voor meer rust en soberheid binnen de kerk(m)uren. Als dat zo is, stem ik van harte in met deze christelijke topper!

PPS. Natuurlijk gebruik ook ik van alles in de kerkdiensten waarin ik voorga. Maar mijn criterium is functionaliteit. En dat is dus m’n punt: ik mis vaak de functie van onze toegevoegde acties.

Het blijft een mooie kerk, daar in Best. Ik kwam er voor de tweede keer. Het staat er heerlijk achter die tafel.
Twee nadeeltjes: het gehoor zit voor m’n gevoel vrij ver weg. En in het donker. Het licht valt – hoe katholiek – op het altaar, en dus ook op mij.

En ook die grote, houten stoel daarachter vind ik maar niks. Ik voel me net een koning als ik daar tijdens de collecte zit. Koning David… (tjonge wat flauw dit.)

Na de dienst (klik hier voor de preek) kreeg ik al snel wat kritiek in de ouderlingenkamer.
Ik zei, voorafgaand aan de wet, namelijk (ongeveer) het volgende: “Velen van ons kunnen veel met God de Vader, anderen kunnen wel wat zeggen over God de Zoon, maar we hebben helemaal niks met God de Geest!”
Dat was bij sommigen in het verkeerde keelgat geschoten. “Hoe weet jij dat, als gastprediker, en hoe meet jij dat? Sprak je deze zin niet teveel uit vanuit jouw vooroordeel?”

Ik denk dat ik deze uitspraak meer had moeten inkaderen. Óf ik had het zinsdeel ‘velen van ons’ door moeten trekken naar zowel Jezus Christus als de Geest. Oftewel: m’n uitspraak begon (shockerend) goed, maar hij werd te algemeen, té schokkend.
Mijn excuses daarvoor.

Natuurlijk blijft overeind staan dat we ons hebben af te vragen welke rol de Geest in ons leven speelt. Wie daarover meer wil lezen, kan hier klikken, voor een preek over de drie-eenheid.

PS. De komende anderhalve maand zal ik oude preken blijven gebruiken. Ik zit namelijk middenin een verhuizing cq in- en aankleding van ons nieuwbouwhuis (huur) in Amersfoort-Vathorst/Hooglanderveen. Dan ben ik vanzelfsprekend niet in de gelegenheid nieuwe preken te schrijven, denk ik nu.