Archief van november, 2009

Om de mensheid voor altijd bij God te kunnen brengen, moest Jezus Christus zijn leven geven. Hij moest sterven aan een houten paal, het kruis van Golgota.
Maar waarom?

Het is de vraag die bij mij om de zoveel tijd terugkomt. Waarom moest Jezus per se sterven?

Een van de antwoorden staat in Matteüs 20, 28.

Matteüs 20, 28

[...] de Mensenzoon [Jezus] is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

Jezus moest dus met zijn leven betalen. Maar ja, aan wie? Wie zat om Jezus’ geld, dat wil zeggen z’n leven, te springen?

Dit zouden mijns inziens onjuiste antwoorden kunnen zijn:

1. Jezus moest God, zijn eigen Vader, betalen. Met dat oneindige geld kon God de Vader ons namelijk ‘loskopen’ om ons voor altijd bij hem in de buurt te hebben.

De reden dat dit een onjuist antwoord is, is gelegen in het Bijbelse feit dat Jezus zélf ook God is. En wanneer aan Jezus’ godheid voorbijgegaan wordt, gebeurt er iets absurds (wat voor veel mensen de reden is om geen christen te worden!).
Je krijgt namelijk hele enge ideeën over God de Vader. Jezus zou dan gestorven zijn om zijn machteloze en bloeddorstige Vader tevreden te houden of te stellen. “Hier, Vader, hier heeft u uw geld, mijn leven, doe ermee wat u ermee van plan bent!”

De onbijbelse indruk wordt dan gewekt dat Jezus zich liet vermoorden tegen zijn eigen, ook goddelijke (!) wil in. Hij zou onder druk zijn gezet door zijn Vader die om ‘losgeld’ verlegen zat…

Jezus kan dus niet zijn eigen Vader afbetaald hebben, omdat hijzelf ook volledig, als (Zoon van) God, in de ‘geldzaak’ betrokken is. Dat moet hij niet, dat wil hij. Daarvoor kwam hij in de wereld.
Jezus is, overigens net als zijn Vader, zowel lijdend voorwerp als onderwerp in deze discussie.

2. Als Jezus’ niet zijn Vader met zijn leven afbetaalde, dan zou je misschien kunnen denken dat hij Satan, zijn tegenstander, losgeld moest betalen. Omdat die Satan (helaas nog altijd) zoveel mensen in zijn macht houdt.

Dit tweede punt is de eigenlijke aanleiding voor deze blog. Ik las en overdacht vanmiddag namelijk Jesaja 52. En ik bleef steken, lang steken bij vers 3 van dat hoofdstuk.
Voorafgaand aan dat vers belooft de HEER het in ballingschap verkerende Israël nieuw geluk en vrede in Jeruzalem, hun thuisstad in hun thuisland.
En dan valt dit te lezen:

Jesaja 52, 3 ['ESV']

Dit zegt de HEER:
Jullie zijn verkocht voor niets [= zonder doel, nutteloos, DH]
en jullie zullen worden bevrijd zonder geld.

De HEER heeft Israël veroverd laten worden, ‘laten kopen’ door Assyrië. En in dat land leeft Gods volk jaren ‘voor niets’, doelloos.
En dat is de reden waarom de HEER zijn volk ook ‘zonder geld’ zal bevrijden.
Wat God hier zegt is dit:
a. “Je kunt in nog zo’n uitzichtloze, nutteloze, zelfs duivelse omgeving zitten… nooit, maar dan ook nooit laat ik je los. Ik, de HEER, verkoop en koop. Ik heb en houd de macht.”
Oftewel: hoewel het lijkt alsof je van Satan bent – je blijft altijd van God.

b. Wie Satan en de duisternis volgt, is als een zwerver die doelloos door het land zwerft. Wie zo’n zwerver een nieuw, nuttig leven wil bezorgen, hoeft niemand af te betalen. De zwerver is namelijk van niemand, zelfs niet van de staat.

Toegepast op het sterven van Jezus: zijn dood kan geen afbetaling van Satan zijn, omdat zelfs wanneer iemand onder die duivelse invloed leeft, nooit van de Satan kan zijn. Het enige wat Satan kan (en ook mag) doen is je doelloos en nutteloos laten leven. Maar tegen niemand kan hij zeggen: “Jij bent van mij!” (Vergelijk het verhaal van Jezus: ‘De verloren zoons’, te vinden in Lucas 15. De jongste zoon kiest voor een duister, satanisch leven maar hij blijft zoon van zijn vader!)

Goed, als deze twee antwoorden onjuist zijn, dan blijft de vraag nog altijd overeind staan. Waar slaat Jezus’ losgeld dan op?

Het eerste antwoord zit er dichtbij, maar het is dus van fundamenteel belang om Jezus en zijn Vader nooit van elkaar te scheiden, wat hun wil en hun godheid betreft.

Hieruit volgt dat ik geloof dat God door de dood aan het kruis zichzelf betaalt! Jezus, (Zoon van) God, sterft om daarmee zichzelf en de Vader een oneindig saldo op de hemelse ‘bankrekening’ te verzorgen.
En dit betekent dat wanneer een mens tegen deze God zegt: “Maar hoe kunt u mijn ongeloof, mijn natuurlijke drang om totaal geen rekening met u te houden, toch vergoeden?”, God/Jezus zal antwoorden: “Daar heb ik zelf voor gezorgd. Ik kan oneindig putten uit het losgeld dat ik mezelf heb bezorgd door in plaats van jou en met het oog op jou de toegang tot mijn koninkrijk te betalen. Door de door ons gekozen dood aan het kruis van Golgota, zul jij nooit meemaken wat het is om dood, dat is: zonder mij, te zijn!”

Goed nieuws hè? Kom binnen bij God, dan bouwen we een oneindig feestje. Kost niks…of: er is geld zat – net hoe je het bekijkt… ;)

November is qua voetbal voorbij.
Hierbij weer wat uitslagen en eventuele verslagen over m’n functioneren als scheidsrechter namens de KNVB.

1. RKAVIC 2 – Argon 3 (7 november 2009, geel: 2, rood: 0, uitslag: 4-0)

Klik hier voor een – als het om mijn persoon gaat – wat dubieus verslag van de kant van een van de heren van Argon.

2. Eemdijk 3 – UVV 2 (14 november 2009, geel: 4, rood: 0, uitslag: 1-7)

Geen wedstrijdverslagen gevonden.

3. WV-HEDW 3 – Vlug en Vaardig 2 (28 november 2009, geel: 1, rood: 0, uitslag: 1-3)

Geen wedstrijdverslagen gevonden.

Vanmorgen naar Beverwijk geweest. En heerlijk mogen voorgaan in een kerkdienst daar.

Deze laatste zondag van november is een van de eerste zogenaamde Adventszondagen. Niet dat dat nu zo belangrijk is, maar het helpt mij behoorlijk om me te focussen op het Bijbelse thema ‘de komst van Jezus Christus in de wereld’. Want ‘advent’ betekent ‘komst’.

Het door mij vaak beleefde nadeel van die vier Adventszondagen (en van Kerst zelf trouwens ook) is dat ik vind dat op deze zondagen vaak zoetig en irrelevant over Jezus’ komst gesproken en gepreekt wordt. En dat hangt dan weer samen met de knusse, warme, gezellige decembermaand. En niet te vergeten doen de romantische stal, het lieve baby’tje Jezus en de kerkhits ‘Stille nacht’, ‘Ere zij God’ en ‘Komt allen tezamen’ het altijd goed in de harten van christenen. Ik heb echter veel te vaak het vermoeden dat Kerst meer een religieuze aangelegenheid is dan een ‘geloofs-event’.

Wie de Bijbel serieus neemt, denkt bij de komst van Jezus echter aan totaal andere werkelijkheden dan december-feestmaand:

1. De komst van Jezus Christus in de wereld is het oordeel van God in/over diezelfde wereld; (Hoezo dan?)
2. Jezus Christus móest komen om die wereld te redden van Gods oordeel/woede; (Waarom dan?)
3. Jezus Christus werd en wordt maar al te vaak niet aanvaard door diezelfde wereld; (Waarom niet – en wanneer wèl?)
4. De komst van Jezus Christus in de wereld heeft dé clash tussen hem en de satan, zijn tegenstander, tot gevolg; (Waarom dan?)
5. De komst van Jezus Christus is Gods ultieme en meest genadige poging de mensen voor zichzelf te winnen; (Waarom dan? En: Is dat niet ontzettend egocentrisch van God?)
6. De komst van Jezus Christus laat de glorie van God zien: Jezus ís het glorieuze beeld van God; (Waarom moet je dit weten?)
7. De terugkomst van Jezus wordt een gebeurtenis om naar uit te kijken wanneer al het bovenstaande (en ik ga aan nog veel te veel voorbij) serieus genomen wordt. (Hoezo dan?)

Ik zal nooit van de kansel roepen dat Kerst niet om de heerlijke maaltijden draait. Want dat is 1. een open deur en 2. ik kan me niet voorstellen dat de dominees die dit wel van de kansels roepen hun eigen buik diezelfde dag niet rond eten.
Wat mij betreft stoppen we ons over een maandje weer vol met ossehaas, varkenshaas of kalkoen, want een feest blijft het.

Maar ik vraag het me af: zou er in de christelijke kerken confronterend (niet simplistisch of zoetig maar Bijbels) en bevrijdend (vrij van moralisme en ‘de gulden middenweg’) gepreekt worden? Op weg naar Kerst en op de Kerstdag zelf?

Nederland heeft het nodig. Ik in ieder geval wel. En het geeft me de meeste vreugde, niet in de laatste plaats omdat m’n overheerlijke varkenshaas niet veel later in zo goed als vergane vorm ergens in een Hooglanderveens riool wegdrijft… Maar het Woord van God houdt eeuwig stand!

Deze week heb ik geploeterd met Lucas 3, 1-7. Maar ik ben God erg dankbaar voor het resultaat. Ik ben deze week via Johannes de Doper veel over hem te weten gekomen.
Heerlijk!
Goed nieuws!
Gaaf om door te vertellen!

Lucas 3, 1-7 [Bereid je voor op Jezus, de Heer en redder van de wereld]

Vandaag las ik ergens dat je een beetje ziek moet zijn als je in de naam van God voor wilt gaan in een kerk of geloofsgemeenschap.

En ik herken dat deze week. Al dagen schieten de woorden van Johannes de Doper door mijn gedachten. Ik wil namelijk vier preken schrijven in het kader van Advent: de komst van Jezus in de wereld.
En als je dan leest wat die Johannes als een van de eerste dingen (!) zegt… ja, dan denk ik: moet ik dat ook gaan doen dan? En dat nog wel in een gemeente die ik niet ken: een honderdtal christenen in Beverwijk. (Het duurt niet lang meer of ik krijg een intense afkeer van dat preekconsent van me. Wat een flauwekul en gedoe is dat reizen-voor-een-preek-en-een-vergoeding ergens toch eigenlijk.)

Johannes 3, 7-9

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.’

Het is zo simpel om Johannes’ woorden te verzwakken door bijvoorbeeld te zeggen: “Ja, hij sprak die woorden voordat Jezus kwam en die was veel aardiger.” Of: “Johannes sprak deze harde woorden tegen Joden – en dat zijn wij niet, dus…”

Ik zou mijn vorige twee blogs tegenspreken en ontkrachten, wanneer ik Johannes’ radicaliteit en uitgesproken taal af zou afzwakken tot iets (saais) als: ‘Wees dankbaar dat je geen Jood maar christen bent’ of: ‘Een christen draagt goede vruchten voort’, zonder hierbij ook maar één woord te laten vallen over de hel en het oordeel van God.

Maar ja, het blijft eng om te doen. En het heeft iets ‘ziekelijks’ om het te gaan doen. Maar de reden dat ik het woord tussen aanhalingstekens moet zetten is precies dezelfde reden waarom Johannes deed wat hij moest doen: alle mensen de mogelijkheid geven om graag met (de redding van) de genadige God te willen leven.

Het vervolg op deel 1 vind ik spannender en relevanter om te doen. Want de vraag is: Hoe merk ik concreet, in deze blog toegespitst op m’n taak als voorganger, dat Jezus Christus in mij leeft? Of geredeneerd vanuit de hoorder: hoe kun je als serieuze volgeling van Jezus Christus (want daar ga ik nu van uit; dat je Jezus graag wilt volgen) je voorgangers op geestelijke waarde schatten?

Voorzichtigheid is hier geboden, omdat een te snel oordeel over je voorgangers – ze zijn gewoon van vlees en bloed – veel kapot kan maken wat niet kapot hoeft.

Toch meen ik wel bepaalde zaken aan te kunnen wijzen die er met vrij grote zekerheid op kunnen wijzen dat een voorganger niet met de Jezus leeft die zich in de Bijbel heeft bekendgemaakt.

De kans is aanwezig dat Jezus Christus niet in je voorganger leeft, wanneer je merkt dat je voorganger…

1. …niet Jezus’ maar zijn eigen evangelie (lees: gedachten) verkondigt.

In de kerkdienst wordt wel uit de Bijbel gelezen, maar in de preek die daarop volgt wordt niet of nauwelijks op het gelezen gedeelte terug gegrepen. (Je merkt dat je je hele Bijbel niet nodig hebt tijdens de preek. Vergis je niet, dit gebeurt vaak!)
Je hoort je voorganger aan, maar voor jou, als leerling van Jezus (!), is volstrekt onduidelijk waarom op basis van de preek die je hoort eerst uit de Bijbel gelezen moest worden.
Dit gedrag mondt vaak uit in allerlei onzinnige associaties en oppervlakkig gezwets.
(Laatste vertelde iemand me dat een prediker op basis van de Korintiërtekst dat ‘de kinderen in Christus geheiligd zijn’ een groot deel van zijn preek inruimde voor zijn visie op ’seks voor het huwelijk’. De beste man heeft óf bij zijn eigen gedachten een Bijbeltekst proberen te zoeken óf de Bijbeltekst niet boeiender gevonden dan z’n eigen associaties, waardoor hij de plank vervolgens dus totaal heeft misgeslagen en z’n hoorders – in ieder geval één – verbijsterd en gefrustreerd achtergelaten heeft.)

2. … niet radicaal en uitgesproken durft te zijn.

Dit is mijns inziens de grootste kwaal in de kerken. Dat er voorgangers zijn die op zich wel waarheid verkondigen, maar de scherpe inhoud, randen en toepassingen achterwege laten. Het zijn de voorgangers die de roos (God) uittekenen, zijn doorns misschien ook wel, maar het gevaar daarvan (en daarin juist de schoonheid!) bagatelliseren
Jezus, Petrus, Paulus, Jakobus, wiens woorden en brieven je ook maar leest: het is altijd op ‘t randje, soms er zelfs bewust over.

Haal je voorganger – en als je mij kent: ook mij – eens voor de geest. Merk je dit? Merk je dat je voorganger in die vlijmscherpe Geest van Jezus, Paulus en de zijnen spreekt? Zo ja, blijf onder zijn gehoor en onderga de goede pijnscheuten die tot eindeloze vreugde leiden. Zo nee, zeg er wat van.
Geen gehoor? Uitpakken en wegwezen, want grijze-muizen-prediking is goed voor je oude natuur maar zeer slecht voor je ziel! Bij Jezus en zijn apostelen is grijs geen kleur, maar grauwe mist die tot je ondergang leidt omdat je God niet meer kunt zien.

De reden dat een voorganger niet radicaal of uitgesproken durft te zijn is volgens mij gelegen in het feit dat hij denkt impopulair te worden (dit zal juist niet gebeuren, omdat radicaliteit bijvoorbeeld wat anders dan moralisme is!) én in het feit dat hij niets met de afschuwelijke kant van het evangelie kan of wil kunnen (hel, eeuwige verlorenheid, Gods woede) én in het feit dat vele voorgangers gewoonweg niet koste wat kost de meditatietijd willen nemen om een tekst te laten landen. Ze zien wel de roos, maar alleen oppervlakkig, vanaf een veel te grote afstand. En daar wordt een prachtige roos zo’n doodnormale en doodsaaie bloem van.

3. … structureel blijk geeft van hokjesdenken.

Waarschuwt je voorganger vaak tegen de dwalende evangelischen en de gevaren waaraan je in evangelische gemeentes blootgesteld wordt? Of, als je evangelisch bent, zet je voorganger jullie manier van doen en denken geregeld af tegen gereformeerd gedachtegoed?

Gaat het je veel te vaak over onderwerpen als kinderdoop/geloofsdoop, de (jullie, niet de algemene) kerk, het onderscheid tussen de (goede) kerk en de (slechte) wereld?

Grote kans dat je voorganger een hokjesdenker, een zwart-wit-denker is.

Als Jezus iets gedaan heeft is het wel ageren tegen een simplistisch wereldbeeld en hokjesdenken. En ook zijn volgeling Paulus manoeuvreert zo ruim en creatief mogelijk tussen de verschillende menselijke opvattingen (de eis van de besnijdenis acht hij in zijn Galatenbrief onchristelijk (Galaten 5), maar hij laat Timoteüs omwille van de redding van de Joden besnijden, Handelingen 16, 3).

Voorbeeld: ik zou zo graag zien dat een gereformeerde kerk de kinderdoop wil laten varen om daarmee mensen voor Christus te winnen! Natuurlijk kan ik de kinderdoop vanuit prachtige Bijbelse lijnen verdedigen, maar ik acht deze praktijk niet onopgeefbaar wanneer de eenheid van gelovigen en de redding van buitenstaanders in het geding komt.

Het grote risico van hokjesdenken is dat je naar binnen gekeerd blijft en het als primaire taak ziet je eigen denominatie te beschermen tegen nieuwe christelijke gemeenschapsvormen. Mijn eigen kerkverband, de GKv, maakt zich hier m.i. nog altijd schuldig aan door niet of veel te zachtzinnig op te treden tegen starre instandhouders van ‘vrijgemaakt’ gedachtegoed.

[Zo kwam me laatst ter ore dat een GKv-predikant vanaf de kansel (!) verkondigde dat de volgende zinnen uit een lied niet deugden:
‘En de Geest doorbreekt de grenzen
die door mensen zijn gemaakt.’

De visie van de voorganger was totaal anders. Hij vond deze zinnen onbijbels en stelde dit voor:
‘En de mens doorbreekt de grenzen
die door de Geest zijn gemaakt.’

Hij bedoelde hiermee te zeggen dat de door de Geest getrokken gereformeerd-vrijgemaakte grenzen niet door de mens doorbroken mogen worden.

Tenslotte: natuurlijk is deze blog me niet te doen om elke voorganger eens even lekker hard te gaan zitten beoordelen. Want dat zou betekenen dat ikzelf Jezus niet volg die mij opdraagt ‘elkaar niet te veroordelen maar lief te hebben’. Ik beleef dan ook geen plezier aan dit schrijven.
Ik wil met deze blog bereiken dat de hoorder die Jezus Christus volgt zich door hem begrepen voelt wanneer hij merkt dat hem vanaf de kansel dingen toegeworpen worden die niet met het radicale en vrijheidgevende goede nieuws van die Heer stroken. En ik zou graag willen dat alle voorgangers, inclusief ikzelf, geregeld bij zichzelf te rade gaan of we de dingen doen uit liefde voor Christus en zijn komende koninkrijk of uit liefde voor onze traditie, ons kerkverband of nog erger, voor onszelf en onze onderwerpen-van-houvast.

Dat God de Nederlandse (te stichten) kerken en (bestaande) denominaties met zichzelf verrijkt en vervult, niet in de laatste plaats in de harten en levens van de voorgangers.

Het geldt altijd al, maar in onze maatschappij speelt het een nog grotere rol. Voorgangers maken of breken de gemeente van Christus; ik raak daarvan steeds meer overtuigd. Juist nu mijn gedachten zich zo heftig in de richting van gemeentestichting begeven, is dit een belangrijk issue. Ik heb goed stil te staan bij mijn eigen persoon.

Ik heb mezelf te onderzoeken of Jezus Christus in mij leeft (2 Korintiërs 13, 5-6: Paulus zegt hier dat Christus in hem leeft, dit in tegenstelling tot sommigen van de gemeente van wie Paulus vermoedt dat ze zichzelf belangrijker vinden dan de Heer en zijn nieuws.)

Haal Matthijs van Nieuwkerk weg bij De Wereld Draait Door en er kijkt zo goed als geen hond meer. (Zelfs de persoon van de tafelheer of -dame heeft al invloed op de kijkcijfers!)
En je hoeft niet eens een sportliefhebber te zijn om aangetrokken te worden tot het authentieke enthousiasme van Mart Smeets, wanneer hij weer van die korte wieler- of basketkbalfilmpjes voor het Sportjournaal inspreekt. Laat Toine van Peperstraaten hetzelfde doen, en er wordt massaal weggezapt.

In de wereld van de kerk geldt exact hetzelfde principe, alleen wordt dit nog vaak niet geaccepteerd. Het werkt heel simpel: ben je prediker, sluit dan je ogen niet wanneer je op een kansel staat. Zit er niemand (of veel minder dan bij je collega) voor je, zie je meer stoel dan vlees voor je, dan ligt dat aan jou en niet aan je ongehoorzame, onwillige hoorders.

Maar in de kerk gaat het nog een laag dieper dan in de harde TV-wereld. Want zappen kijkers nog weg omdat een presentator hen gewoon niet bevalt, kerkmensen blijven naast diezelfde reden m.i. óók weg omdat ze geen stevig en aanstekelijk geloof bij hun voorganger(s) opmerken. Of, om het á la Paulus te zeggen, mensen merken niet dat Jezus Christus in hun voorgangers leeft.
Want dat is het criterium dat de nieuwere generatie kerkgangers hanteren. Niet of je het geregeld wel of niet eens bent met je voorganger, niet of hij wel in de gereformeerde lijn spreekt, maar of zijn optreden en zijn woorden matchen met de Geest van Jezus Christus.

Ik vind dit een zegen voor de bestaande kerken (maar krijgt die zegen de ruimte om te gedijen?). De huidige generaties ruilen verstokte loyaliteit aan hun voorgangers al jaren in voor begrippen als ‘echtheid’, ‘bezieling’ en ‘zichtbaar geloof’.

Concreet: in mijn kerkverband wordt steeds luider geroepen om de afschaffing van de tweede kerkdienst. Ik ben het met die ontwikkeling eens, maar ik vrees dat deze wens meer een verborgen (!) ‘geestelijke’ motivatie heeft dan een praktische of een eigentijdse motivatie.
Ik vrees dat menig kerkganger deze oplossing (nl. voor de lage opkomst van deze diensten) al te graag aangrijpt zónder ook eerlijk toe te geven dat ze te vaak bang zijn niet geboeid te gaan worden door het evangelie van hun voorganger.

Hoe het ook zij, ik kan niet anders concluderen dan dat deze kritische houding richting voorgangers voortkomt uit een hernieuwd verlangen naar God en de dingen ‘waarop het aankomt’. Je ziet het onder jonge christenen: de kerkgang neemt af, maar het geloof neemt toe. Ze volgen liever Jezus Christus dan een voorganger bij wie je je steeds moet afvragen of Jezus Christus álles voor hem is.

2 Korintiërs 13, 5-6

[Paulus schrijft:] Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u dat dit wel voor ons geldt.

Een van m’n grootste wensen en uitermate grote uitdagingen is het stichten van een nieuwe christelijke gemeenschap (kerk). Samen met René Barkema zit ik nu al, nee: nog maar een half jaar in het voor- en denktraject, zij het nog niet zo intensief als we zouden willen. Maar dat komt wel.

We hebben allebei het boek ‘Als een kerk (opnieuw) begint’ aangeschaft. Dit is een handboek voor missionaire gemeenteopbouw. Het boek leest lekker weg, omdat de praktijk en de theorie zo goed als voortdurend op elkaar worden betrokken.

Op een gegeven moment wordt ingegaan op de niet onbelangrijke vraag waarom je eigenlijk een gemeente zou willen stichten. De reden die het vaakst wordt genoemd is dat een gemeentestichter wil dat Nederlanders Jezus Christus leren kennen met het oog op zijn en haar redding. Zonder hem ben je namelijk verloren, voor altijd.
Ook ik ben iemand die van mening is dat de redding van de mens exclusief in Jezus Christus te vinden is.

Maar ja, wie alleen maar in die Jezus gelooft om ooit gered te worden, moet volgens de schrijvers van dit boek wel bij zichzelf te rade gaan waarom iemand in dit leven zich zo nodig als christen moet uitleven. Als Jezus alleen maar of voor een groot gedeelte bestaat om je eigen redding in het hiernamaals veilig te stellen, wat doe je dan nu met hem? Waarom moeten er dan zo nodig gemeentes gesticht worden, of kerken zijn?

Dit is een spannend punt, omdat in mijn christen-zijn de redenering is binnengeslopen dat Jezus Christus mij vooral resultaat garandeert. Redenen om christen te zijn, zijn dan bijvoorbeeld deze:

1. vergeving van mijn zonden (= resultaat van het geloof in Jezus);
2. de gerechtigheid van Jezus wordt op mijn conto gezet (= resultaat);
3. eeuwig leven, geen hel (= resultaat);

Dus je zou tegen de mensen kunnen zeggen: “Nou, geloof in Jezus, en je bereikt er bovenstaande resultaten mee!”
Maar om daarvoor nu een gemeente te stichten, of bij elkaar te komen? Waarom zou je?

Daarom is het goed om te beseffen dat de Zoon van God niet in eerste instantie op deze wereld liep om ons van allerlei goddelijke resultaten te voorzien. Natuurlijk, ze zijn hartstikke waar en hartstikke christelijk, maar ze vormen niet de kern van het christelijk geloof.

Jezus leefde niet resultaat-gericht, maar relatie-gericht. Zijn optreden wordt gekenmerkt door een voortdurende interesse in mensen in nood (lichamelijk en geestelijk). Maar vooral laat hij zijn leven in het teken staan van de wil van en de relatie met zijn Vader, God.

Daarom: een christen die wel de resultaten van van zijn geloof aanneemt, maar ze niet omarmt, liefheeft en gebruikt om daarmee God groot te maken, leeft voorbij aan een van de grootste geheimen van het christelijk geloof: een eeuwige relatie met God, met zijn Zoon en met Gods heilige uitgekozen mensen.

Dit is voor mij op dit moment de belangrijkste reden om nieuwe gemeenschappen op te zetten: nieuwe plaatsen waar we (het geheim) God aanbidden, ons om hem verwonderen en aan de hand van leraar Jezus ons laten omturnen tot zijn leerlingen.

Johannes 17, 3

Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.

De komende weken hoef ik ’s zondags maar één keer voor te gaan. Vandaag was dat in Hilversum. Daar ben ik een paar weken geleden ook al geweest, maar toen ’s middags. Vanmorgen zat er behoorlijk wat meer volk in de rijtjes.

Door ziekte en gebrek aan zin, inspiratie en werkdruk heb ik deze week geen nieuwe preek geschreven. Dus ik dacht: ik doe gewoon die preek van vorige week nog een keer. Alleen de liturgie heb ik veranderd (om het een beetje leuk voor mezelf te houden).
Hopelijk heb ik volgende week weer een nieuwe kunnen maken. Ik denk het wel, omdat dan Advent begint. Misschien een mooie prekenserie over ‘hoop’?

Ik kon vanmorgen lekker mezelf zijn – daarvoor dank, Hilversum! En het goede nieuws van Jezus Christus, de barmhartige of hemelse Samaritaan, deed ook mezelf na een vrij Geesteloos weekje weer goed .

Klik hier om de preek (nog ’s na) te lezen.