Wanneer mensen me vertellen dat het in hun kerkelijke gemeente ‘helemaal niet zo verkeerd gaat’ of dat ‘het bij ons altijd erg gezellig en geweldig is’, kan ik een glimlach niet vermijden.
De reden daarvan is dat de mate van gezelligheid en het aantal (geestelijke) prestaties wel belangrijk zijn in onze westerse maatschappij, maar Bijbels gezien totaal irrelevant zijn. Eenheid, betrouwbaarheid, Bijbelse waarheid en de gezindheid van Jezus Christus, zijn enkele maatstaven die Paulus in een christelijke gemeente hanteert.
Wanneer het in gemeentes altijd erg fijn en gezellig is, vraag ik mij af of Jezus Christus er wel verkondigd wordt. Want hoe kan het zijn dat waar deze Jezus kwam een zeer klein gedeelte hem bleef volgen maar dat het gros van de mensen wegliep, kwaad werd, zich aangevallen voelde, en hem ten slotte kruisigde?
Zal dat in een christelijke gemeente dan anders zijn?
Nu denk ik dat veel christenen zullen zeggen: “Maar David, er zitten in een christelijke kerk toch allemaal mensen die Jezus juist willen volgen? Die zijn toch wedergeboren? Hoe kun je dan verwachten dat die kwaad gaan zitten worden op Jezus?”
Ik denk dat we onszelf wat dit betreft geregeld voor de gek houden. In een kerk van 400 gereformeerde (of evangelische of baptistische of katholieke) mensen zitten geen 400 wedergeboren christenen.
Ik denk dat we elkaar wat dat betreft de hand boven het hoofd houden. Ook vanaf de kansel. Ik denk dat in veel gemeentes jarenlang de lieve vrede (in plaats van Jezus, die Gods vrede is) verkondigd en in standgehouden wordt en dat we als gevolg daarvan één-pot-nat-gemeentes kweken.
Bovendien denk ik dat we vanaf de kansel vaak de verkeerde vragen toegeworpen krijgen, waardoor dit één-pot-nat-denken-en-leven in stand gehouden wordt.
Voorbeeld. Ik hoor vaak vanaf de kansel dat we moeten geloven dat Jezus Heer is (of is opgestaan uit de dood o.i.d.). Dan denk ik: ‘Ja, dat is lekker gemakkelijk! Want welke gereformeerde gelooft nu niet dat Jezus Christus zijn of haar Heer is, of dat hij écht is opgestaan (en niet in de harten van zijn leerlingen o.i.d.)?
En dus reageert elke kerkganger met ‘Ik geloof het’ en lijkt het net of er 400 wedergeboren christenen in een en dezelfde gemeente zitten.
En dat allemaal omdat gewoon de verkeerde vraag gesteld is.
(Het gaat er niet om of je gelóóft dat Jezus je Heer is, maar of hij álles voor je is! (Slik?))
Ik zie de gemeente als een snijplank met witlof erop.
Als ik voor m’n vrouw en kind witlof kook, snij ik natuurlijk altijd het niet te eten kontje eraf. En dan liggen er op één en dezelfde snijplank de eetbare witlof en de stukjes witlof die ik even later weg ga gooien.
Ik zie de gemeente als zo’n snijplank.
Een christelijke gemeente kent zowel rechtvaardige, wedergeboren mensen (de goede, eetbare witlof) als onrechtvaardige, niet-wedergeboren mensen (de stukjes witlof die weggegooid worden).
Dit beeld, dat ik aan Jezus’ onderwijs meen te ontlenen, doet meer recht aan de werkelijkheid. Maar dit is nog niet het einde van het verhaal.
Want… het punt is dat in een christelijke gemeente deze kontjes witlof geduld worden! En dat we Jezus hebben te volgen in het liefhebben van iedereen! We kunnen elkaar dus nooit een ‘gebrek aan wedergeboorte’ verwijten. Want hoe weet je dat bij een ander? Wie kan in het hart van een ander kijken?
Je weet het alleen van jezelf. En je merkt het bij jezelf – of niet.
Tot het moment dat Jezus Christus zelf het kaf van het koren gaat scheiden hebben we elkaar allemaal lief, en confronteren (gebeurt dit nog?) en verblijden we elkaar met deze Jezus, de Godmens.
Maar stop alsjeblieft met het verspreiden van die onzalige, onware, onbijbelse gedachte dat jouw kerkelijke gemeente de hemel op aarde is.
Streef er wel naar – waarom niet? Niet jagend en frustrerend, maar biddend, en biddend en biddend. En lezend, en lezend en lezend.
Matteüs 13, 37-43
37 Jezus antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38 de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk [waaronder kerkgangers, DH]; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad [waaronder kerkgangers, DH], 39 de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41 de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!