In een eerdere blog heb ik wel eens geschreven dat ik fan ben van John Piper en zijn puriteinse gedachtegoed. Heerlijk is het om God in mijn hart en leven centraal te zetten, te ontdekken hoe ongelooflijk onnavolgbaar en soeverein hij is, wie hij is en wat hij allemaal voor mij over heeft (gehad).
In die blog schreef ik ook dat John Piper me soms moe maakt. Áltijd maar genieten, áltijd maar God centraal. Sorry hoor, maar dat kan ik niet altijd, dat wil ik niet altijd… ik ben een mens, geen God of Geest.
Ik praat m’n gedrag hiermee niet goed, ik wil gewoon mijn leven serieus nemen. En ik denk dat God ook wil dat ik dat doe.
Vanmorgen werd ik hierin door Gods woord bevestigd. Volgens mij zegt hij in Jesaja 52, 11-12 tegen mij dat hij méér is dan een God om naar te streven. Zoals John Piper vaak zegt: “Vecht voor vreugde!” en: “Verlang naar God” en: “Streef naar heiligheid!”
God zegt tegen Israël dat ze uit het nutteloze, perspectiefloze, onreine, satanische Assyrië moeten vertrekken. Israël is namelijk rein en heilig voor God, want hij heeft zijn eigen reine en heilige naam aan zijn volk verbonden.
Jesaja 52, 11
“Weg! Ga weg! Ga daar weg!
Raak niets aan dat onrein is.
Jullie die het heilige gerei van de HEER dragen,
ga daar weg en blijf rein.”
En dan… zegt God iets over de manier waarop zijn volk op weg naar Jeruzalem moet gaan. Toegepast op mij, christen: God maakt bekend hoe ik mijn weg uit de wereld van afgoden naar zijn koninkrijk heb te lopen.
Jesaja 52, 12
“Maar jullie hoeven niet overhaast te gaan,
jullie vertrek is geen vlucht,
want de HEER gaat voor jullie uit,
de God van Israël vormt je achterhoede.”
De HEER gaat voor zijn volk, ook voor mij, uit. En ik heb hem (en zijn Zoon Jezus Christus) te volgen. John Piper zou zeggen: ga achter hem aan, hij is geweldig! Streef, verlang en vecht voor vreugde!
Maar wat als het niet gaat? Als God te snel voor me gaat, te groot voor me is? Of als ik te klein van hem denk, en weer ’s vertrouw op mijn eigen inzichten en keuzes in dit leven?
Dan vind ik het heerlijk dat diezelfde vooroplopende God óók tegen me zegt: “Ik ben jouw God, David. Ik loop voorop, maar… ik vorm tegelijkertijd ook jouw achterhoede!”
‘Streef naar mij en mijn koninkrijk’, zegt God. En in zijn kracht wil ik mijn best doen. Maar ik mag ook, in slechte dagen, heerlijk op hem terugvallen. Ik ben namelijk al rein verklaard. Door geloof in zijn Zoon.
Bij deze God ben ik zeker van mijn eeuwige toekomst!