Als de stroomtoevoer intact blijft, krijgt morgenvroeg Psalm 16 een ruime plek op de beamer van de GKv-kerk in Zaltbommel.

Ik begin de samenkomst met het voorlezen van die prachtige psalm. We zingen ‘m helemaal, door het hele uur heen.

Maar ja, ik zit met een liturgisch probleempje. Ik vind de psalm schitterend, maar de berijming ervan vind ik werkelijk dramatisch ouderwets. Soms zelfs nietszeggend. Met als toppunt toch wel deze zinnen in couplet no. 3:

‘Het meetsnoer viel voor mij in schone dreven:
het erfdeel tot bekoring mij gegeven.’

Wat zing je hier in vredesnaam?
Gelukkig is de onberijmde psalm op dit punt duidelijk:

Psalm 16, 6

Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

1. Een dreef is een stuk land. Koning David heeft dus een mooi (schoon? Hm…) stuk land gekregen.
2. Bekoring is blijdschap (niet ‘beproeving’, wat menig katholiek zou kunnen denken: “En leid ons niet in bekoring”…).

Ik heb Psalm 16 vers 3 daarom maar even opnieuw vertaald. Daarbij heb ik veel van het oude laten staan.
Komt-ie.

O, trouwe HEER, u bent mijn enig goed.
U bent mijn heil, mijn erfdeel en mijn beker.
Wat u mij toewees, wordt door u behoed.
Ik weet bij u mijn toekomst eeuwig zeker.
U heeft de plek bepaald waar ik mag leven.
U maakt mij blij met wat u hebt gegeven.

En dat vind ik nu precies zo mooi aan Psalm 16. Hoe mijn geluk in God zelf tegelijkertijd betekent dat ik gelukkig ben met wat hij mij allemaal aan materieels geeft!

Psalm 16, 5-6

HEER, mijn enig [blijvend?] bezit, mijn levensbeker, u houdt mijn lot in handen.
Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

[UPDATE, 19:11 uur. De dienst gaat niet door vanwege de verwachte weersomstandigheden. Ik kreeg net een erg attent mailtje van een Zaltbommelse broer-in-Christus die bereid is om morgenvroeg mijn plaats in te nemen.
Haha... dan kan ik lekker naar dominee Dekbed gaan luisteren! :) ]

Reageer