Ik kan me goed voorstellen dat je na m’n vorige blog denkt dat een christen na z’n wedergeboorte nooit meer zondigt. Want als ik in de kerk na de lezing van de wet weiger te zingen dat er in de afgelopen week weer een ’stroom van ongerechtigheden’ in m’n leven was, wek ik ook de indruk dat ik een zondeloos mens zou zijn.

Maar ook dat doet geen recht aan mijn leven. Want ik zondig nog altijd met m’n domme kop.
En de op leeftijd gekomen Johannes, een leerling van Jezus Christus, schrijft toch echt:

1 Johannnes 1, 8

“Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.”

‘We’ staat er, dus Johannes schaart zich hier zelf ook onder. Terwijl hij door Gods genade echt wel als een opnieuw geboren mens beschouwd mag worden.
Ook mensen die het licht, Jezus, hebben gezien zullen blijven zondigen.

Maar dan… diezelfde Johannes. Twee hoofdstukken verder:

1 Johannes 3, 9

“Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.

Nu lijkt de beste man zichzelf behoorlijk tegen te spreken. En de vraag is dan natuurlijk: zondig je nu wél of niet als je ‘uit God geboren’ bent?

Ik denk dat de ESV beter vertaalt. Die zegt in plaats van ‘Wie uit God geboren is zondigt niet’: ‘No one born of God makes a practice of sinning‘.

Dus wie uit God of opnieuw geboren is, blijft niet zondigen. Zo’n iemand baalt als hij bij zichzelf merkt dat hij toch weer gevallen is. Zo’n iemand overdenkt dat. Ligt er wakker van, al woelend.
‘Waarom koos ik toch weer tegen God? Was het ongeloof? Kleingeloof? Was het verlangen naar – ik dacht – iets beters dan God(s giften)? Zat er vandaag misschien een verband tussen mijn weigering om m’n ziel met Gods woord te voeden en mijn keuze om tegen hem te zondigen? Onderschat ik de sneaky en verleidelijke krachten van de satan? Bid ik regelmatig om Jezus in mij?’

Een wedergeboren christen ligt wakker van zijn zonden en doet er – als hij daadwerkelijk gelooft – middels gebed alles aan om er onmiddellijk mee te stoppen.
Paulus noemt dat ergens: je hartstocht en begeerten kruisigen.

Mocht je als christen nog nooit wakker hebben gelegen, of mocht je als christen nog nooit hebben gebaald van je niet-christelijke keuzes, ja, ik denk dat je je dan maar moet afvragen af of je wedergeboren bent.

Maar belijd je je zonden richting God en je directe omgeving dan is God van harte bereid om je zonden te vergeven, en nieuwe krachten te geven.

En dan dus niet elke week zingen dat ‘een stroom van ongerechtigheden’ over je heen is gevallen. Dat maakt Gods Geestkracht zinloos en jezelf depressief.
Laten we zo’n lied alleen zingen als er daadwerkelijk en aantoonbaar sprake is van een stroom aan zonden, bij een enkeling of in een gemeente.

Maar ja, dat vraagt een omwenteling in veel kerken, want we belijden elkaar in veel christelijke gemeenschappen nooit onze zonden. Deels omdat we het niet nodig vinden (”Geloven in Jezus’ kruisdood is toch genoeg!?”), deels omdat we vaak met een beangstigend, onveilig aanvoelend aantal mensen bij elkaar hokken, deels omdat we ons te vaak niet kwetsbaar durven op te stellen (ook niet in kleine wijkgroepjes), en deels omdat de kerk ons zondebesef plat en voorspelbaar gemaakt heeft (’Elke week hetzelfde zonde-vergeving-riedeltje’).

Reageer

Reacties

Reactie van: Leendert Hordijk

Mooi stuk als aanvulling op : van zonden naar vergeving etc.
Ik zie het ook als oproep om de Bijbel te volgen. Doen we in de GKV veel te weinig.

Als predikant zal je een aanwinst zijn voor een gemeente. Ik ben allen bang dat de een doorsnee GKV gemeente gemiddeld gezien nog niet klaar is voor directe boodschappen en een geheiligd leven. Laten we bidden dat dit mag gaan groeien en we de Geest kans geven Zijn werk laten doen. Laten we hier praktijk van maken en zo steeds meer op Jezus gaan lijken.

31 december 2009 om 18:00 uur
Reactie van: Ton de Ruiter

Zondigen en zondigen is twee.
Twee soorten zonden komen overal in de Bijbel voor. Dat onderscheid kenden Johannes en zijn lezers als algemeen bekend
Zie Hebr 10:26ev. Zo ook bij 1 Joh 5:16-18 – zij konden simpel met dit onderscheid werken en wisten hoe ze moesten bidden bij de ene en bij de andere zondaar. Even goed kijken of navragen en je weet het.
Zo zal Johannes het hebben over willens en wetens zondigen en per ongeluk zondigen (voordat je er erg in hebt). In het laatste geval belijd je het direct als je ontdekt dat je zonde deed – wie zo doet hoeft niet berispt te worden en is dus onbeispelijk (zie Luc 1:6 in de NV51). Zie mijn website http://www.Jezusinons.nl onder studies. Boeiend maar bij veel christenen onbekend onderwerp. Hartelijke groet.

5 januari 2010 om 17:52 uur