Het houdt een gelovige, denk ik, geestelijk gezond wanneer hij zichzelf in de Bijbel uitgebreid identificeert met de heidenen in plaats van met de (gelovige) Joden.
Dit lijkt misschien een open deur, maar zelf ben ik grootgebracht met het idee dat mijn kerkgemeenschap het nieuwe, ware Israël was. En hoewel dit, hoop ik, nu niet meer (hardop) gezegd wordt, maar deze gedachten ongetwijfeld bij velen met de genen verkleefd zijn, heeft menig gereformeerde het recht opgeëist zichzelf zonder enige vorm van gêne, voorzichtigheid of nederigheid gelijk te stellen met Abraham (i.p.v. de verbannen Babyloniërs), met Isaäk (i.p.v. Ismaël), met Elisa (i.p.v. Naäman), met de gelovige Jood (i.p.v. de Joodse leiders of wreed-lompe Romeinen), met Paulus (i.p.v. bijvoorbeeld de Galaten) en met Jezus (in plaats van Pilatus of Jezus Barabbas).
In Lucas 7 moet het je lukken om je te identificeren met een heiden. Daar wordt namelijk erg positief gesproken over een Romein die niet op stereotype wijze voldoet aan de wreed-lompe kenmerken, maar gewoon een geweldige kerel is.
Kijk, dat kan dus ook. Dat niet-christenen die nog nooit van Jezus gehoord hebben in de praktijk veel beter leven dan menig christen die trouw z’n geestelijke dingen doet.
Het verhaal gaat over een Romein die het Joodse volk goedgezind is en zelfs een synagoge heeft laten bouwen. De beste man heeft een doodzieke slaaf. Maar dan vers 3.
Lucas 7, 3
Toen de Romein over Jezus hoorde, zond hij enkele Joodse leiders naar hem toe om hem te vragen bij hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden.
Ik heb het gedeelte ‘over Jezus hoorde’ er even uitgelicht, omdat ik dit als de kern beschouw vanwaaruit je het hele stukje (vers 1-11) begrijpen moet.
Want tussen horen en horen zit soms een wereld van verschil.
1. Je hebt de Joodse leiders die natuurlijk al veel over Jezus hebben gehoord, maar het volgende tegen Jezus over die Romein zeggen:
Lucas 7, 4b-5
Ze zeiden: “De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.”
2. Je hebt de Romein die ook over Jezus hoort en niet zelf maar de Joodse leiders verzoekt de aandacht van Jezus te trekken. Wanneer Jezus dat verzoek inwilligt laat de Romein vervolgens het volgende door een paar vrienden overbrengen (de Romein heeft Jezus nooit in de ogen durven kijken!).
Lucas 7, 7-8
“Heer, spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar u toe te gaan. Maar u hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.”
Jezus heeft het vaak over kleingeloof, maar hier prijst hij de heiden om zijn grootgeloof. Zo’n groot geloof heeft hij zelfs in Israël niet gevonden, zegt hij even later tegen zijn publiek.
Het klinkt logisch, maar kan voor velen een eye-opener zijn: luisteren naar Jezus betekent niet dat je aan zelfonderzoek gaat doen en vervolgens luistert naar Jezus en afwacht welk cadeau hij je aanbiedt. Het betekent volgens mij wel dat je eerst luistert naar Jezus, hem op waarde schat en vervolgens jezelf leert kennen.
Op een bekende gereformeerde manier gezegd: niet vanuit je eigen ellende (eindeloos graven in jezelf; tot een bepaald dieptepunt ofzo?) naar verlossing toewerken, maar in de persoon en daden van Christus jezelf leren kennen.
De titel van dit blog is de vraag op welke voorwaarden Jezus voor je klaar staat. Het antwoord lijkt simpel:
Jezus staat voor je klaar als je net als deze Romein bent of doet. De Romein erkent namelijk dat hij Jezus niet waard is en hij vertrouwt erop dat Jezus aan één genezingsbevel-op-afstand genoeg heeft om de slaaf weer vrolijk rond te laten rennen.
1. Maar klopt dit antwoord? Zijn dat de voorwaarden waarop Jezus wacht voordat hij voor jou in actie komt?
2. En is de houding van die Romein in het christelijk leven alle navolging waard?
Ad 1. Nee, Jezus staat namelijk óók klaar voor die Joodse leiders die zeggen dat de Romein het verdient om geholpen te worden. En dan kan ik me voorstellen dat gereformeerde haren meteen overeind schieten. Wat verdienen!? Je moet toch eerst je eigen zonde (of ellende) kennen voordat je Jezus’ genade (of verlossing) krijgt?
Maar het staat er toch echt. Jezus houdt geen preek waarin hij de leiders op hun nummer zet. Integendeel. Vers 6: ‘Jezus ging samen met die Joodse leiders op weg…’
Keurt Jezus die houding dan goed? Ik denk het niet (zijn uitspraak over het grootgeloof van die Romein dient wat dat betreft als een kraakheldere spiegel), maar hij staat wel voor hen klaar. En dat lijkt me een leerpunt voor gereformeerde mensen.
Ad 2. Ik vraag het me af. Natuurlijk, dat grootgeloof is geweldig, zet ook mij op scherp, en verdient alle navolging. Maar is het gezond dat je Jezus niet onder ogen durft te komen? Zit Jezus erop te wachten dat ik als grondhouding met gebogen hoofd op hem afstap en hem niet aan durf te kijken? Is Jezus’ Vader alleen blij met een gebed waarin ik consequent eerst mijn zondige aard belijd?
Welke vader wil dat zijn kind eerst zegt hoe ‘ellendig’ hij is, voordat hij vertelt hoe z’n dag op school was?
In die zin is het volgens mij onjuist om de houding van de Romein volledig te projecteren op het ideale beeld van christen-zijn. Ik denk dat Jezus het geloof prijst (één bevel is genoeg; u bent de heer zoals ik een heer over anderen ben). Maar met die angstige houding zou Jezus vervolgens aan het werk gaan, denk je niet?
Jezus stelt, net als zijn Vader, geen voorwaarden op grond waarvan hij zichzelf aanbiedt. Al denk je zelfs dat je recht hebt op Jezus’ nabijheid en zorg, dan nóg staat hij voor je klaar, loopt hij niet chagrijnig of boos weg! Oké, je beleeft dan geen plezier aan en vreugde in hem, maar m’n punt is nu: Jezus blijft voor je klaarstaan.
In plaats van mensen bij voorbaat af te houden, opzij te preken, een theologisch stempeltje op te drukken of weg te redeneren, geeft Jezus zijn medemens tot aan de laatste dag niet te weinig kansen om te ontdekken wat zijn genade inhoudt.
HET AVONDMAAL
Als dit verhaal klopt, dan is het, zoals iemand tegen me zei, de vraag of het avondmaalsgebruik in de gereformeerde kerken in plaats van een genademaal niet verworden is tot een lidmaatschapsmaaltijd (wel voor die, niet voor die) of een ‘first-feeling-bad-meal’ (je moet je zondig of onwaardig voelen voordat je Jezus kunt ontmoeten, zoals gesuggereerd lijkt te worden in Lucas 7, 1-11).
Ik verbaas me over de eenzijdige voorwaarde die vaak in de grefo-kerken gesteld wordt: “Alleen zij die een afkeer hebben van zichzelf, zich voor God verootmoedigen, berouwvol en zelfs vol verdriet over hun zonden zijn, mogen aan de tafel aangaan.”
Ik heb het idee dat we het avondmaal hebben overgeanalyseerd, -getheologiseerd en -gesacramentaliseerd, wat uitgemond is in ellenlange polemieken en vervolgens in strak belijnde (en oersaaie) avondmaalsformulieren.
Zie ik het verkeerd of te oppervlakkig als ik denk dat het avondmaal, zoals elke normale maaltijd, uitnodigend, ruimhartig en gedurfd van karakter dient te zijn?
Echt, het lijkt me werkelijk ondoenlijk én onnodig om je hoorders telkens een gevoel van berouw en zondebesef op te leggen (hoe waar dit element ook is).
Gevoelens zijn niet op te leggen, laat staan dat ze voorwaardelijk gemaakt worden. Iedereen beleeft het avondmaal anders – en dat moet mogen en kunnen.
Genade stelt geen voorwaarden vooraf. Genade werkt anders. En dat meen ik misschien wel te zien tijdens het Laatste Avondmaal van Jezus. Liet hij daar zijn verrader Judas niet uitnodigend, gedurfd en ruimhartig van ‘meegenieten’?