In een eerder blog over ‘ouders en bidden’ verwoordde ik dat een van de redenen is waarom ouders niet willen bidden op het volgende neerkomt: veel ouders hebben een resultaatgerichte visie op het gebedsleven vanuit gearriveerdheid bij zichzelf.

In dit blog wil ik de andere reden aangeven. En die zou ik zo willen neerzetten:

We bidden niet vanwege een gemis of gebrek aan verwondering om God.

Het lijkt me een van de grootste valkuilen van het christelijk geloof, vooral als je in een christelijk gezin bent geboren en opgegroeid: sleur, saaiheid, verveling staan zo goed als synoniem aan God!
Wanneer deze gedachte ingang vindt in je gedachten en daarin vervolgens ‘heerlijk’ gedijt, heeft dit direct effect op je gebedsleven. Óf je stopt ermee óf je komt terecht in een stroom van cliché’s en algemene waarheden die je na verloop van tijd de keel uithangen.

Natuurlijk, danken en bidden gaat nog prima. Want er is altijd wel wat te danken of er is altijd wel iets om aan God te vragen. Begrijp me goed: met bidden en danken is niets mis. Het heeft hun eigen plaats in het christelijk gebedsleven.
Maar alles staat of valt met verwondering. (Zie het ‘Onze Vader’, eerste bede: ‘Uw naam moet geheiligd worden’. Dat moet dan wel een wonderbaarlijke naam zijn!)

En dat klinkt je misschien vreemd of nieuw in de oren. Maar als ik zeg dat op een vriendschap of huwelijk exact hetzelfde van toepassing is, wordt de roep om verwondering misschien duidelijker en acceptabeler.
Een huwelijk lijkt me erg saai worden wanneer je elkaar alleen maar voor dingen (be)dankt en om dingen vraagt (bidt). Wanneer ik mijn vrouw stelselmatig alleen maar bedank voor bijvoorbeeld de was, de boodschappen en de verzorging van Joram, en haar bijvoorbeeld alleen maar vraag om mijn overhemd te strijken en de thermostaat lager te zetten, wordt onze bijzondere band saai, voorspelbaar en vol sleur.

Het is juist de kunst om mij te blijven verwonderen en verbazen om wie zij is. En daar heb ik voor te vechten, ik moet er de tijd voor nemen, ik moet goed kijken, voelen, proeven, luisteren en zelfs ruiken. Vooral als ik haar steeds langer mag kennen, want wat mooi is wordt al snel normaal.

Ook als je God al lang kent – en ik voel de hoogmoed van die woorden afdruipen – moet je goed naar hem blijven kijken en luisteren. Wie alleen maar kan zeggen dat God graag vergeeft en dat hij liefde is, hoort dit zichzelf op een gegeven moment wel erg vaak zeggen. En dat is saai. Dat maakt God saai. En dan verval je vanzelf in danken en bidden.

HOE LEER IK VERWONDERING?

Verwondering vraagt mijns inziens om aandacht voor het detail. Je kunt tegen je kind verwonderd zeggen: “Kijk, daar rijdt een trein!” En hij zal zich verwonderen, maar bij een derde of vierde keer niet meer.
Daarom is het belangrijk om regelmatig details te benoemen. Is het een lange trein? Welke kleuren heeft het? Wat is het type? Rijdt-ie snel of langzaam? Zie je de mensen zitten? Hoeveel wagons zijn het? Enzovoort enzovoort.

Hetzelfde geldt voor de schepping. Ik heb geleerd om niet meer te zeggen: “Moet je die vogel eens zien!”, maar om de vogelsoort te benoemen. Want tussen een duif en een kraai zit nogal een verschil om over hun eigen, specifieke geluiden nog maar te zwijgen.
Aandacht en waardering voor de details houdt de wereld om ons heen boeiend, en levert ook mijzelf de nodige uitdaging op (want ik ben bijvoorbeeld helemaal niet thuis in de vogelwereld).

Met verwondering om God in de persoon van Jezus Christus gaat het niet anders. Tuurlijk, God is liefde. Maar waaruit blijkt dat dan? Kun je dat aantonen? (Enne… wil je dat wel kunnen aantonen?)
Koppel die liefde eens aan de schepping. Of aan papa en mama. Of aan een TV-programma. Of aan een (gelezen) daad van een Oudtestamentisch figuur of aan een ontmoeting van Jezus Christus met een Israëliet.

In verwondering zit het woord ‘wonder’. Wie nieuwsgierig en ongehaast om zich heen kijkt, en wie nauwkeurig in de Bijbel leest, zal veel wonderen ontdekken en kunnen doorgeven.

Reageer