Een van de grootste kritiekpunten die ik geregeld op mijn bordje krijg, is dat ik te positief over God en de Bijbel zou (s)preken. Vooral uit conservatieve hoek vindt men die positiviteit vaak maar moeilijk te verkroppen.
Ik begrijp dat. Niet in de laatste plaats omdat ik zelf – en ik ken genoeg mensen die daarvan getuigen kunnen – nogal een behoudende jongen was voordat ik aan de theologische studie in Kampen begon. Ik had destijds nog lang niet door dat mijn behoudende houding niets anders dan angst verborg. Angst om mezelf te zijn, angst om de Bijbel zelf (en met andere goede theologen) te ontdekken, angst om ‘anders’ te zijn dan mijn leermeesters, angst voor mijn gelijken: de behoudende groep in de kerk die het niet kan verkroppen dat ‘haar’ kerk verloren gaat.
Ik praatte met goede vrienden, ik ontdekte Tim Keller maar vooral John Piper. Die laatste sprak, en dat was een geweldige openbaring voor me, over geluk in God. En over genieten van God. En over de glorie of heerlijkheid van Christus van waaruit hij Bijbels, dus prachtig, theologiseert en spreekt.
Inspirerend, en nieuw. Voor het eerst in mijn leven vond ik het christelijk geloof in plaats van een ‘kloppend leerstuk’ een aantrekkelijke manier van leven!
Toch denk ik dat er geen verschil zit tussen wat gereformeerden belijden en wat John Piper mij geleerd heeft. Ik denk wèl dat gereformeerden de Bijbel vaak tekort doen door minder aandacht te schenken aan bovenstaande typeringen over geluk, genot en glorie dan de Bijbel ons wil laten doen.
Ik vermoed dat de Heidelbergse Catechismus hier (onbedoeld) debet aan is. Want dit leerboek zet in met ‘troost’: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ Antwoord: ‘Dat ik in leven en sterven het eigendom ben van Jezus Christus.’
Dit is natuurlijk een wat negatievere inzet van een geloofsleer. Want wanneer moet een kind (van God) getroost worden? Als hij in een negatieve situatie zit.
John Piper werkt vanuit de Westminster Confessie uit 1646. Die start met de vraag: ‘Wat is het hoogste doel van de mens?’ Antwoord: ‘Het hoogste doel van de mens is God te eren en Hem voor eeuwig te genieten.’
Dit klinkt veel positiever, spreekt mij daarom ook meer aan.
Maar zit er verschil tussen die twee inzetten? Volgens mij niet. De reden daarvan is dat beide antwoorden op God zelf gericht zijn. En een mens kan alleen van God genieten als hij zich erin verheugt het eigendom van Jezus Christus te zijn. Antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus eindigt niet voor niets met de zin: ‘Hij (Jezus Christus) maakt mij van harte bereid om voortaan voor hem te leven.’
Het nadeel van deze laatste uitspraak is dat niet duidelijk wordt op welke manier ik voor Jezus wil leven. Het is in ieder geval ‘van harte’. Niet met tegenzin of een dwarse houding.
De Westminster is hierin duidelijker; die spreekt over eren en genieten. Spreken ze elkaar tegen? Nee, ze vullen elkaar aan. Maar juist naar die aanvulling, naar dat genieten van God, verlangde mijn ziel tot het moment dat het binnenkwam. Sindsdien groeit het, met vallen en opstaan. En vertel ik het graag door.
Als je mij zou vragen hoe ik kort en bondig antwoord zou geven op de vraag wat mijn enige troost in leven en sterven is, dan zou ik zeggen: “Gelukkig (!), God is er voor me!”
Reageer
Reacties
Beste David,
Vanochtend heb ik hier in Nijkerk een fijne kerkdienst beleefd waar jij voorging. Je sprak over de liefde voor en door Jezus en het afleggen van de zonde. Je moet eerst door het licht van Jezus je zonde zien en kennen (!) en Jezus heeft daar zijn bloed overheen gegoten zodat je verder kunt. Elke dag opnieuw proberen, vallen en opstaan zal ik maar zeggen. God is liefde!
Bij thuiskomst ben ik voor het eerst jou website opgegaan en mijn vreugde sloeg om in verdriet en boosheid. Niet door jou maar door enkele reacties op jou bijdrage bij het overlijden van Martijn de Zeeuw. Ontstellend wat een harde reacties van anonieme gkv-ers, horsters en andere. Waarom durf je je naam, die je van God heb gekregen, niet te noemen dacht ik. Na alles op mij in te hebben laten werken heb ik een vreselijke conclusie moeten trekken. GKV-ers als deze (er zijn dus ook goeie) zijn net als de Farizeeërs en Sadduceeën in Mat 3:7 Adderengebroed. Ze doen zich vroom, geleerd en wettisch voor. Beroepen zich op de HC en belijdenisgeschriften te pas en te onpas. Liefdeloos en respectloos. En hier kom ik op het punt waar ik mijn levenlang mee loop. Net als Johan Maters kom ik voort uit de behoudende gkv tak. Opgevoed in Amersfoort-oost (de schaapskooi) draag ik hierdoor een enorme last mee. Mijn geloof was gebaseerd op een prestatiegeloof en heeft hierdoor angst bij mij ingeboezemd. Op mijn 16e riep ik al dat ik in de kerk zit voor God en niet voor de mensen. Mat 23:6 legt namelijk bloot waar ik last van heb, namelijk van al die mensen die “vooraanstaand” zijn en mij wel op zullen leggen met vlijmscherpe woorden hoe ik moet geloven.
Mede doordat ik de vrouw van mijn leven tegenkwam (een Godsgeschenk!) heb ik mij de afgelopen 20 jaar kunnen ontwikkelen tot een positief christen. Ik ben nog wel actief geweest binnen de gkv (op een blauwe maandag nog diaken geweest) maar heb mij 10 jaar geleden bewust van alle activiteiten terug getrokken om mijzelf te beschermen. Ik ga nu regelmatig naar de kerk maar dit voegt helaas dit weinig toe aan mijn geloof. Volgende week hebben wij avondmaal in Nijkerk. Ik ga daar nu niet heen omdat ik besef dat onze kerk besmeurt is met mensen die getraind zijn door de trainer van de zwarte duivels.
Ik was verheugd vanochtend, maar David jij bent geen gkv-er, nee jij bent een apostel, en dus ben ik tot het besef gekomen dat ik een beslissing moet nemen. Ik voel mij betrokken bij mensen zoals jij maar niet bij de gkv. Mijn mening is vanochtend bevestigd: Geloof en kerk zijn 2 dingen. Liever een goed geloof voortkomend uit de liefde van Christus die mij heeft vrijgemaakt met zijn bloed en geleid door God die zijn heilige geest in mij laat werken dan lid zijn van een kerk waar……
Beste Johan e.a.,
Ik ben het helemaal eens met wat je zegt. Ook met wat je eerder zei: ‘onze God is een God van toorn’.
Ik heb al jaren telkens het idee dat ik de voorgaande maanden alles heb geleerd over God en telkens blijkt er daarna nog zoveel meer te zijn!
De afgelopen maanden heb ik me simpelweg verwonderd over hoe groot onze God is! En hoe groot Zijn Naam, Zijn glorie en Zijn liefde zijn. Maar daarbij horend ook hoe groot Zijn woede kan zijn. Ook in de bijbel staat veel over ‘Gods straffende hand’. En ga er maar eens aan staan wat ons goed recht is: een eeuwige pijn zoals je niet voor kan stellen. Ga maar eens na bij jezelf waarvoor je enorm bang bent, en bedenk dat je nog veel erger verdiend. Besef eens hoeveel pijn je God al hebt aangedaan in je leven. Terwijl Hij juist is gestorven voor jou!
Een diep besef van dit alles laat ook nog veel meer zien van Gods liefde. Want, God wil dit niet geven, Hij geeft de mogelijkheid om juist eeuwig gelukkiger te zijn dan je je kan voorstellen! Zo prachtig is onze God. En als je dit ten volle beseft (in de hemel dus?!) kan je niks anders meer dan juichen en jubelen voor deze grote God!
Ingaand op wat jij schrijft: een groter besef van je zonde, maakt de genade alleen nog maar mooier. En natuurlijk gaan die samen, want anders was de genade geen ‘genade’, maar meer iets wat verdiend is.
En ook David is hier volgens mij van bewust. Ik vind deze preek in ieder geval veel op jouw verhaal lijken: http://www.davidium.nl/wp-content/uploads/2009/04/lucas-4-14-30-preek1.pdf.
Ik kan hier nog zoveel langer over schrijven, en heb dat laatst gedaan naar aanleiding van een aantal preken van ‘behoudende’ dominees. Ik wil mijn eigen zegje niet teveel opdringen, maar ik kan op verzoek een link plaatsen.
P.S.: Zoals Jezus ook (bijna) alleen tegenover Zijn leerlingen sprak over de eeuwige straf, is ook dit schrijven bedoeld voor mensen die volgelingen van Jezus zijn.
He David,
Afgelopen zondag ben je bij ons in Nijkerk-West voorgegaan en ik wilde je bedanken voor de prachtige preek die je hebt gehouden en de voorbereiding in de dienst zelf daarop! Juist de positieve woorden die je preekte hebben mij bijzonder geraakt dat ik er af en toe een brok van in mijn keel kreeg. Ik ben denk ik ongeveer van jouw leeftijd (misschien een jaartje jonger) maar ik heb vaak gemerkt dat ook in deze groep positiviteit en oprechte blijdschap in het geloof soms moeilijk te verkoppen is, zoals je hierboven schrijft.
Ik vind je schrijven vaak heel verhelderend, leer er veel van en het geeft me zeker groei in mijn geloof (ook al zal ik het vast niet altijd met je eens zijn of bij sommige uitspraken wel vragen hebt waarom je het zo zegt of stelt!).
Groetjes Margreet!
Beste Breunie,
ik wilde nog even op je reactie reageren.
Je zegt niet aan het avondmaal te willen of kunnen gaan, omdat je vermoed/weet dat er mensen in de gemeente zitten die onder leiding staan van de satan.
Zo neem je jezelf, vermoed ik, in bescherming.
Ik meen dat je hier niet goed aan doet. Want wees eerlijk, wanneer kun je dan wel de genade van Jezus Christus ontvangen? Pas wanneer de gemeente waarvan je lid bent puur is? Echt? Volmaakt?
Dan wordt er dus tot aan de jongste dag geen avondmaal meer gevierd…
Ik adviseer je aanstaande zondag gewoon aan tafel te gaan. Niet vanuit hoogmoed, niet vanuit angst, niet vanuit beschadigd vertrouwen in je medemens, maar vanuit een geloof in en verlangen naar Jezus Christus die veel meer reden dan wie dan ook had om de hele wereld te wantrouwen en te veroordelen, maar dat niet deed.
Hij genoot zijn laatste avondmaal zelfs met zijn verrader!
Ook al heb je (wellicht) gelijk over de kille sfeer en het klein- of ongeloof in de gemeente, je doet Jezus én jezelf veel te kort door het brood en de wijn aanstaande zondag niet aan te nemen.
Het lijkt me een christelijke plicht om het lijden (om je medemens) te accepteren en te dragen. Juist naar het avondmaal toe. Waarheen moet je het anders brengen?
Maar laat het oordeel over aan de daarvoor aangestelde rechter. En heb er vertrouwen in dat het goed komt, met jou (want je bent van nature geen haar beter) en zelfs met de meest verstokte vrijgemaakte medemens.
David
Besta David,
hoe kan het toch zijn dat, als ik dit stuk lees, je weer anders uit de hoek komt? Immers zoals je dit nu verwoord kan ik “amen” zeggen. Dus mijn oordeel ligt puur in het feit om scherp te blijven want dat heeft onze kerk nodig. Niet om tegen heilige huisjes aan te schoppen. Zelf behoor ik tot de behoudende groep vanuit mijn opvoeding en vanuit mijn geloofsovertuiging. Ik ben niet bang, maar ga wel discussies, de confrontatie aan. Want waarom is alles wat “oud” is niet goed? Zelf ervaar ik dagelijks de troost en kracht vanuit de voor mij dierbare psalmen en zondag 1. Dat geeft moed om door te gaan elke dag weer opnieuw. En dan ervaar je dus ook dat God Liefde geeft. Geloof heeft maar twee woorden nodig, Zonde en Genade. Als één van beiden slechts centraal staat dan klopt het echt niet. En zoals het in de bijbel verwoord staat (in eigen bewoording) “wie niet ziek is heeft de dokter niet nodig”. Helaas wordt dat niet meer gehoord omdat het niet van deze tijd is. En als je dat zegt dan hoor je er niet bij. Maar dan ben je klaarblijkelijk respectloos. Dus daar de kerkmens vindt dat er niet geoordeelt moet worden oordeelt men zelf naar alle hartelust. Zie hoe bekrompen de gedachte al. Jammer, want zelf denk ik dat die mens bang is om de confrontatie aan te gaan.
Maar ik afsluiten door een ieder, links – rechts, arm – rijk, gezond -ziek en wat maar ook datgene toewensen dat in mijn stukjes altijd doe. Vind die God die zo genadig is dat je elke dag daaruit troost mag krijgen, die kracht geeft om, hoe zwaar soms het leven ook kan zijn, dat leven te dragen. En dan zullen er legio verschillen blijven maar die God blijft dezelfde.