Volgens mij maakt Erica Terpstra een terecht punt als het om Nederland en sport gaat. Als scheidend voorzitter van NOC-NSF heeft ze herhaaldelijk gezegd dat Nederlanders te snel tevreden zijn met een voldoende. Terpstra vat die maatschappelijke houding samen met de term ‘zesjescultuur’. Ze zet zich in om een cultuurverandering teweeg te brengen, ook met het oog op de organisatie van de Olympische Spelen van 2028 die zij en anderen graag in Nederland zou willen houden.
Ik hoop dat het haar en de haren lukt, want verzin ’s iets komischers dan een Erica Terpstra achter een rollator, met ingevallen ogen en een grote dos grijs haar nog net – maar wel enthousiast – te horen uitpiepen dat onze jongens en meiden fan-tas-tisch en grote kanjers zijn!

Er gaan in sportminnend Nederland geluiden op dat ons landje moet streven naar een topsportklimaat. Dat heeft namelijk positieve gevolgen voor de economie en bevordert de maatschappelijke cohesie. Sport verbroedert. Van onder tot boven. Van het trapveldje om de hoek tot aan het Wilhelmus op het podium.
Er moet daarom ook een minister van Sport komen. Ruud Gullit, hoofd van de organisatie om het WK-voetbal in 2018 of 2022 naar Nederland te krijgen, schoof gisteravond in het topprogramma Holland Sport de naam Richard Krajicek naar voren.

Ik moet zeggen: dat klinkt allemaal doordacht, er zit visie achter. Men wil iets goeds aan de dag brengen. Mijn steun krijgen ze. Ik wil namelijk ook zelf steeds meer het maximale uit mezelf halen.
Als scheids wil ik hoe langer hoe meer goed zijn, goed worden.

Ook als het om mijn rol in de kerk gaat. Kerkdiensten die ik mag leiden, moeten ‘kloppen’. Ik doordenk mijn liturgie, probeer een aanstekelijke en relevante preek te schrijven en bewogen en vol energie een kerkelijk uur te leiden. Na de kerkdienst, wanneer het adrenalinegehalte gezakt is, moet er (enige vorm van) vermoeidheid zijn. Vanwege concentratie en handeling.

Wat denk je? Zouden veel Nederlandse kerken niet genoeg nemen met die zesjescultuur? Een houding van: ‘We houden wekelijks onze kerkdiensten en we zien wel wat het met de mensen doet? Of het leuk en boeiend en aantrekkelijk wordt… laten we het hopen! En anders maar niet. Volgende keer beter!’
Of nog erger. Een houding waarin met vrome smoesjes God zelf voor het eigen kerkje wordt gespannen: ‘Het maakt niet uit of en hoe je je best doet, God maakt er wel een 10 van!’

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik maak niet of zelden een kerkdienst mee waarna ik naar buiten stap, en zeg: “Dit was echt een goed uur! Dit had ik vandaag niet willen missen!”

En dan denk ik dat er menig man of vrouw zal zijn, die zegt: “David, maar daar gaat het toch niet om!? Het gaat er toch niet om of een kerkdienst goed is? Je weet toch wel dat een kerkdienst draait om God en zijn heilige naam?”

En dan hoor ik mezelf reageren. “Precies, u raakt exact de kern. Het uur in de kerk draait om iets uitzonderlijk goeds.”

Psalm 4, 7 [Vertaling is mix van ESV en NBV]

Velen zeggen: “Wie kan ons iets goeds laten zien?”
HEER, laat het licht van uw gezicht over ons schijnen.

Reageer

Reacties

Reactie van: aaltje

Jammer, dat je zelden een kerkdienst meemaakt die je raakt.
Zelf heb ik totaal andere ervaringen (en velen in mijn gemeente met mij)
Elke kerkdienst is een parel, want God wil ons dan ontmoeten. De glans van de ene parel is mooi en van de ander is ze dof, of er zijn stukjes af. Het gebeurt ook dat de parel wel straalt, maar dat ik er vertroebelt naar kijk. Maar soms (regelmatig) zijn er parels die stralen en verbijsteren, je stil laten worden of je laten stamelen, die je wilt koesteren en meerdragen in je hoofd en hart!

Ik geef even een tip: Kom eens bij ons kerken, een kleine gemeente met bijna elke week, elke dienst een andere predikant!

19 mei 2010 om 9:03 uur