Archief van: ‘2 Korintiërs 1’

Natuurlijk, het is geen gevoel dat in het leven als uitgangspunt of doel op zich moet dienen. Maar net zoals alle andere emoties heeft ook angst een eigen, niet onbelangrijke plek in het christelijk geloofsleven. En dan leg ik vandaag de vinger niet bij het feit dat een mens met zijn angsten bij God mag komen (dat staat als een paal boven water), maar dat een mens er niet aan kan ontkomen met enige regelmaat bang te worden van God.

Ik kan me goed voorstellen dat dit niet lekker valt onder christenen. Want God is toch liefdevol? En goed? Wie gaat er nu bang zitten zijn voor een liefdevolle en goede Vadergod die het beste met zijn kinderen voor heeft?

Jezus Christus spreekt over snoeien (wie ziet daar niet angstig tegenop?), Paulus spreekt hier, hier en tegen Timoteüs bijvoorbeeld hier over het m.i. niet geheel angstvrije lijden waarmee iedereen in zijn leven te maken krijgt.
Genoeg christenen kunnen ervan getuigen dat God hen meer met angst voor hem opzadelt dan met vreugde om hem.

Van John Piper heb ik geleerd dat een christen zelfs tijdens de meest angstige momenten nooit vreugdeloos is. (Hij zegt – en hij heeft daarin gelijk – dat Jezus zijn weg naar zijn dood nooit als vreugdeloos heeft ervaren.) Het is natuurlijk onmogelijk om tegelijkertijd angstig en blij te zijn, maar dat weet Piper ook wel. Maar dan nog: deze waarheid klinkt (waarschijnlijk door mijn nog jonge leven) nog meer als een mooie theorie dan dat ik dit in de praktijk zie gebeuren.

Pipers punt is dat onder de angst van het moment altijd de christelijke vreugde ligt in Gods beloften voor heden (zijn nabijheid en uitzicht op herstel en betere tijden) en toekomst (gegarandeerd leven met hem).
Maar de angst blijft bestaan, moet er zelfs zijn.
God blijft een liefdevolle en goede Vader. En inderdaad, hij heeft het beste met ons voor. Maar dat is nu ook precies het punt. Een christen heeft bij zichzelf door te laten dringen dat God inderdaad het allerbeste met hem voor heeft. Het punt is dat ik met (mijn idee van) een redelijk of goed leven veel te gauw tevreden ben.

Daarom: een christen die zegt geen angst voor God te kennen omdat God goed is, mag zichzelf op zijn of haar godsbeeld en levensvisie bevragen.
Een christen die geen angst voor God kent, heeft waarschijnlijk ook nog nooit een bezoek aan de dokter of de tandarts gebracht.

Filippenzen 2, 12 [ESV]

Therefore, my beloved, as you have always obeyed, so now, not only as in my presence but much more in my absence, work out your own salvation with fear and trembling.