Een van m’n grootste wensen en uitermate grote uitdagingen is het stichten van een nieuwe christelijke gemeenschap (kerk). Samen met René Barkema zit ik nu al, nee: nog maar een half jaar in het voor- en denktraject, zij het nog niet zo intensief als we zouden willen. Maar dat komt wel.
We hebben allebei het boek ‘Als een kerk (opnieuw) begint’ aangeschaft. Dit is een handboek voor missionaire gemeenteopbouw. Het boek leest lekker weg, omdat de praktijk en de theorie zo goed als voortdurend op elkaar worden betrokken.
Op een gegeven moment wordt ingegaan op de niet onbelangrijke vraag waarom je eigenlijk een gemeente zou willen stichten. De reden die het vaakst wordt genoemd is dat een gemeentestichter wil dat Nederlanders Jezus Christus leren kennen met het oog op zijn en haar redding. Zonder hem ben je namelijk verloren, voor altijd.
Ook ik ben iemand die van mening is dat de redding van de mens exclusief in Jezus Christus te vinden is.
Maar ja, wie alleen maar in die Jezus gelooft om ooit gered te worden, moet volgens de schrijvers van dit boek wel bij zichzelf te rade gaan waarom iemand in dit leven zich zo nodig als christen moet uitleven. Als Jezus alleen maar of voor een groot gedeelte bestaat om je eigen redding in het hiernamaals veilig te stellen, wat doe je dan nu met hem? Waarom moeten er dan zo nodig gemeentes gesticht worden, of kerken zijn?
Dit is een spannend punt, omdat in mijn christen-zijn de redenering is binnengeslopen dat Jezus Christus mij vooral resultaat garandeert. Redenen om christen te zijn, zijn dan bijvoorbeeld deze:
1. vergeving van mijn zonden (= resultaat van het geloof in Jezus);
2. de gerechtigheid van Jezus wordt op mijn conto gezet (= resultaat);
3. eeuwig leven, geen hel (= resultaat);
Dus je zou tegen de mensen kunnen zeggen: “Nou, geloof in Jezus, en je bereikt er bovenstaande resultaten mee!”
Maar om daarvoor nu een gemeente te stichten, of bij elkaar te komen? Waarom zou je?
Daarom is het goed om te beseffen dat de Zoon van God niet in eerste instantie op deze wereld liep om ons van allerlei goddelijke resultaten te voorzien. Natuurlijk, ze zijn hartstikke waar en hartstikke christelijk, maar ze vormen niet de kern van het christelijk geloof.
Jezus leefde niet resultaat-gericht, maar relatie-gericht. Zijn optreden wordt gekenmerkt door een voortdurende interesse in mensen in nood (lichamelijk en geestelijk). Maar vooral laat hij zijn leven in het teken staan van de wil van en de relatie met zijn Vader, God.
Daarom: een christen die wel de resultaten van van zijn geloof aanneemt, maar ze niet omarmt, liefheeft en gebruikt om daarmee God groot te maken, leeft voorbij aan een van de grootste geheimen van het christelijk geloof: een eeuwige relatie met God, met zijn Zoon en met Gods heilige uitgekozen mensen.
Dit is voor mij op dit moment de belangrijkste reden om nieuwe gemeenschappen op te zetten: nieuwe plaatsen waar we (het geheim) God aanbidden, ons om hem verwonderen en aan de hand van leraar Jezus ons laten omturnen tot zijn leerlingen.
Johannes 17, 3
Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.
