Wie bij een rouwsamenkomst aanwezig is, hoort het vaak gezegd worden: “Hij was een goed mens!” Zo wordt het leven van een overleden dierbare vaak samengevat. Want: over de doden niets dan goeds.
Een van de meest opmerkelijke uitspraken die gedaan zijn tijdens en na Jezus’ martelgang op Golgota, komt uit de mond van een Romeins hoofdofficier. Wanneer hij Jezus de laatste adem hoort uitblazen, zegt hij op basis daarvan:
Marcus 15, 39 “Werkelijk, deze mens was Gods Zoon!”
Dat vind ik vreemd, en ik vraag me af: hoe heeft Jezus zijn laatste adem dan uitgeblazen? Marcus schrijft dat Jezus een luide kreet slaakte (”Het is volbracht”, vermoed ik op basis van Johannes’ beschrijving) en dat Jezus daarna de laatste adem uitblies.
Hoe dat geklonken heeft is me een raadsel, maar het heeft de Romein zeer geïmponeerd.
Vroeger interpreteerde ik de uitspraak van de beste man positief. Ik dacht: Hé, een buitenlander die tot geloof komt, dat is mooi!
Maar wanneer ik er dieper over nadenk, verandert mijn positieve gevoel in het gevoel dat ik krijg bij een ‘normale’ rouwsamenkomst: “Ja echt, hij was een goed mens…”
Oké, hij waardeert Jezus als “Gods Zoon”, maar wat kon die Romein weten van de God van Israël? Kende hij het Oude Testament? Natuurlijk niet. Als een Romein iemand Gods Zoon noemt, is dat volgens mij vergelijkbaar met iemand die Luis Suárez een zoon van god, een godenzoon, noemt. Het is een oppervlakkige betiteling zonder diepgang.
En dan nog iets. De man zegt: “Hij was Gods Zoon.” Oftewel: hij vindt Jezus zeer bijzonder, hij heeft ook een bijzondere titel voor hem over, maar nu is die Zoon van God wel dood! Het is einde verhaal voor Gods Zoon. “Hij wás een goed mens!”
En de officier ging weer naar huis, stel ik me voor.
De Romein heeft het bijna goed. Hij vertelt bijna goed nieuws. Want wie deze Jezus kent, wie de God van de hele Bijbel kent, die zegt tijdens en zelfs na het sterven van Jezus: “Werkelijk, deze mens is Gods Zoon.”
Mijn HEER, Jahwe kennende, kan Golgota geen ‘einde verhaal’ betekenen…
Veel preken die na Pasen volgen gaan over drie mannen, namelijk over Jezus en de twee mensen die op weg naar huis zijn. Naar Emmaüs, een plaatsje dat ongeveer 12 kilometer (60 stadiën) van Jeruzalem lag.