Archief van: ‘Johannes 6’

Gisteravond zat ik met wat geestelijke broers en zussen in een huiskamer. Dat doen we vaker op een avondmaalszondag.

Het was gezellig en bij tijd en wijlen had het gesprek een mooi, geestelijk niveau (daar hou ik van). Een oudere broer sprak me opeens belangstellend aan: “David, ik wilde het je altijd al vragen, maar jij bent de enige in onze gemeente die tijdens het avondmaal het brood wil ontvangen. Waarom doe je dat?”

Wij kennen in onze gemeente een lopend avondmaal, zoals katholieken dat al eeuwen doen. Je loopt naar voren en je pakt een stukje brood uit de schaal die de predikant vasthoudt. Vervolgens loop je door en neem je een slok wijn.

Maar ik pak het brood zelden of nooit zelf van de schaal. Ik houd mijn hand open en wil het brood krijgen. Ik heb deze wijze overgenomen van een medestudent.

Ik ben namelijk gek op het geheim, dat het avondmaal voor mij is. Ik mag Jezus ontvangen. Met lege handen komen en hem – en daarmee alles wat hij aan mij belooft – ontvangen.
Ik mag concreet beleven wat genade is: God Geeft Graag Gratis Goede Gaven. Hij geeft zichzelf. Zelfs aan mij.

En dus blijf ik – net als Jezus – voor altijd leven (Johannes 6).

Johannes 6, 50 [Jezus zegt over zichzelf:] Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet.

Volgeling van Jezus Christus zijn én ambitieus zijn, gaat dat samen? Ik bedoel: wie droomt er niet van de wereldreis van je leven, de top in je werk halen, misschien binnen jouw vakgebied beroemd worden, financieel onafhankelijk zijn?

De vraag is natuurlijk: hoe ging die Jezus met zijn ambities om? Ik lees het o.a. in Johannes 6. Hij heeft een amazing broodwonder verricht en de mensen willen maar één ding met hem:

Johannes 6, 15 Jezus begreep dat ze hem wilden dwingen om mee te gaan en hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok hij zich terug op de berg, alleen.

Jezus kan koning worden, dus het hoogste ambt in Israël gaan bekleden. Het volk staat in ieder geval al totaal achter hem – altijd handig. Maar hij trekt zich terug, alleen.

Ik stel me een teleurgestelde, verdrietige en eenzame Jezus voor. Teleurgesteld in de mensen, want ze weten niet wat macht is. Alsof macht het ultieme doel van het leven is. Alsof je gelukkig bent of wordt als je kunt bepalen wat er om jou heen gebeurt.

Ik heb vandaag geleerd om op de volgende manier over geluk te denken: je bent gelukkig als je

1. kunt wat je wilt
2. wilt wat je moet

Onze ambitie is vaak gericht op dat eerste: kunnen wat je wilt. Christelijke ambitie spreekt in één adem ook over dat tweede. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Want alleen dat eerste maakt ongelukkig (het is niet fijn om de maatstaf van het geluk in jezelf te vinden), terwijl alleen dat tweede je zal frustreren (omdat je moet kúnnen willen wat je moet).

Daarom trekt Jezus zich terug. Hij kan doen wat hij wil, namelijk zijn geluk in gebed bij God, zijn Vader, zoeken. En hij wil wat hij moet. Dat is de eer van God op de eerste plaats zetten. Maar ook de mensheid redden van z’n onzalige ideeën en praktijken. Dat moet echt om gelukkig te kunnen worden. En Jezus wil het.

Christelijke ambitie overstijgt dit leven. Een christen kent geen eeuwigheidswaarde toe aan vergankelijke zaken, hoe mooi ze ook zijn. Hij vindt zijn geluk en bevrediging nooit daarin.

Een christen vindt zijn geluk – zowel nu als straks – in God. Dat zie ik Jezus doen in de bergen. En daarom ambieer ik als volgeling van die Heer óók de nabijheid van God zelf.