Archief van: ‘Lucas 13’

Genieten van de redding die God in de persoon van Jezus teweeggebracht heeft.
En geestelijk en persoonlijk leren discussiëren.

Ik denk dat dit een korte samenvatting is van de twee kerkdiensten van vandaag. En hét actiepunt, dat ik in Amersfoort meer benoemde dan in Oegstgeest, is dat we als christenen de Geest van Vader en Zoon zo ongelooflijk hard nodig hebben.

Zonder die Geest valt het genot in God snel weg (om er iets uit de schepping voor in de plaats te stellen). En zonder Gods Geest kun je uren praten over Bijbelse onderwerpen, maar er ondertussen geen steek door veranderen.

Ik preek nu een klein jaartje in een redelijk groot gedeelte van Nederland. En eigenlijk ben ik al die maanden bezig met iets wat ik vaak in onze kerken mis (terwijl het heus wel onder de oppervlakte ligt en er soms ook wel boven uit komt). Ik ben bezig met God centraal stellen in onze kerken. Zoals een van mijn leermeesters, John Piper, dat al 28 jaar doet in z’n eigen gemeente.
Ooit stop ik met déze website en dan hoop ik dat ik een nieuwe website mag beginnen onder de titel: genietenvangod.nl of iets dergelijks. Naar analogie van Piper dus.

Soms twijfel ik wel eens, en zeg ik tegen mezelf: Draait het nu echt om God zelf, David? Is dat niet saai, voorspelbaar, irrelevant?
Kan ik niet beter preken over het huwelijk, over geldbesteding, over drugsgebruik, over onze tijdsbesteding?
En dan denk ik: natuurlijk zijn die onderwerpen niet onbelangrijk of onbespreekbaar, maar het blijft steeds weer gaan om wie God zelf is.
En dat mis ik te vaak in onze kerken. Dat ik wel een prachtige preek over het huwelijk of over rijkdom krijg te horen, maar dat de naam van God zijdelings genoemd wordt. En daar kan mijn arme zieltje niet tegen, en dan denk ik: die huwelijkpreek had een beetje christelijke psychotherapeut ook wel kunnen houden.

Ik mis, kortgezegd, vaak hartverwarmende theologie (dat is: hartverwarmende Gódsleer!) op de vrijgemaakte kansels. Dus én theologie én hartverwarmend cq confronterend.
Ik probeer dat naar eer en geweten te doen. Dat is mijn vak, mijn ambacht. (Als je problemen in je huwelijk hebt, heb je m.i. in eerste instantie niet naar je predikant te stappen. Maar wil je meer te weten komen van God, ja, dan moet je in eerste instantie wèl bij je predikant zijn. Tenminste, zo denk ik daar over.)

Wil je de preek over ‘geestelijk discussiëren’ (na)lezen, klik hier.
Wil je de preek over ‘Gods gegarandeerde redding door Jezus Christus en zijn Geest’ nalezen, klik hier.

Reageer gerust.

Deze week heb ik het laatste hoofdstuk van mijn afstudeerscriptie ingeleverd. Deze scriptie, die ik ooit op deze site zal plaatsen, gaat over het ontmaskeren van niet-christenen en loopt uit op enkele methodische basisprincipes om deze mensen te benaderen. Tegelijkertijd lever ik voer voor de homiletiek (preekkunde), m’n grootste passie.

Vanmorgen mocht ik voor de tweede keer voorgaan in Langerak. Het ging lekkerder dan vorige week (ik wen snel…), de sfeer was goed en het evangelie van Jezus Christus was scherp en (daardoor, denk ik) bevrijdend.

In deze preek paste ik toe waarmee ik mijn scriptie eindig: ik sluit me communicatief aan bij onze leefwereld, in dit geval een eigen ervaring in de trein. Ik distantieer me op vele manieren van onze (’gereformeerde’) praktijken en ik choqueer. Want het was best een pittige preek. Met maar één doel: maskers af! Achter Jezus aan, zoals je bent. Dan zal hij je transformeren in een mooi mens met wie hij eeuwig zal leven.

Klik hier voor de preek: de versie die ik ooit in Hoogland heb gehouden. Maar het overgrote deel heb ik onveranderd uitgesproken.

Wil je me (nog eens) horen? Klik hier.

PS 1. Samen met mijn broertje geef ik Langerak in het kader van de Nu-we-er-toch-zijn-competitie op basis van de afgelopen twee kerkdiensten een dikke bronzen medaille. Vorige week was mijn broertje niet te spreken over zijn ontvangst (”een metalen plak, meer niet!”), vandaag werd hij zowaar aangesproken. Door Henco Lopers, de predikant van Langerak (die mij in Kampen nog ontgroend heeft). De voorganger gaf dus even het goede voorbeeld aan zijn schapen :) .
Ikzelf ben iets positiever over deze gemeente. Vooral de kerkenraad vind ik relaxed, wijs, authentiek, en geïnteresseerd in hun gast. Ook is elke vorm van formeel gedoe ver te zoeken. En daar houd ik wel van.

PS 2. Na de kerkdienst was ik snel weg, omdat m’n broertje een andere afspraak had. Ik beloof na de dienst echter altijd klaar te staan voor eventuele vragen. Ik had even moeten communiceren dat ik meteen weg moest.
Stel je vragen of maak je opmerking(en) nog gerust.

Net terug van de ochtenddienst. Ik heb nu al een aantal keren gepreekt, maar ik moet zeggen: zo scherp en hard heb ik totnogtoe nooit gepreekt.

Ik kreeg dat ook wel terug na de dienst.

Preken is wat mij betreft een voorrecht, maar ook confronterend om te doen. Het is ook voor mij een harde boodschap van Jezus. En het is ook helemaal niet leuk om de gemeente op scherp te stellen. Het is wel nodig, voor ons allemaal.

Maar als ik bedenk dat ik dit zowel namens als dankzij Jezus mag doen, word ik blij en voel ik me inderdaad bevoorrecht.

En Jezus Christus belooft natuurlijk zoveel! Hij is de strijd meer dan waard. (Ik zeg het maar vooraf, in plaats van achteraf :) )

Hieronder de preek:

Lucas 13, 22-30

Gisteren lazen we op catechisatie een spannend gesprek tussen Jezus en iemand uit zijn publiek. Als een man in Lucas 13, 22-30 aan Jezus vraagt of er weinigen worden gered van het oordeel, weigert Jezus een theoretische discussie te voeren over de verkiezing.

Jezus wordt persoonlijk en roept de vraagsteller op om zelf alle moeite te doen om door de smalle deur het koninkrijk van God binnen te gaan.

Daarop tekende ik een plaatje van Nederland op het bord met aan de grens een toegangsdeurtje. Jezus is dat toegangsdeurtje – de smalle deur – maar deze man had dat niet door. Als geboren Jood en ‘zoon’ van aartsvader Abraham dacht hij dat hij vanzelfsprekend recht had op het koninkrijk van God.

Jezus waarschuwt hem echter dat er veel Joden zullen zijn die ooit Abraham, Isaäk en Jakob in Gods koninkrijk zullen zien terwijl ze zélf zullen worden buitengesloten. Bovendien zullen er véél volken wel in Gods koninkrijk worden toegelaten omdat velen zullen erkennen alleen via Jezus bij God te kunnen komen. Jezus geeft dus, al is het laat (in vers 29 pas), wel een antwoord op de vraag. Maar de vraagsteller moet ondertussen wel door Jezus van slag geraakt zijn!

Buiten ‘Nederland’ zullen arrogante Joden maar bijvoorbeeld ook hoogmoedige gereformeerd-vrijgemaakten die denken er wel te komen (”Maar Heer, ik ben toch gedoopt?” Of”: “Maar Heer, ik ben toch altijd trouw naar de kerk geweest?”) jammeren en knarsetanden. Dat is het vooruitzicht van het land waar Jezus, de koning, niet is. En dus de hel.
Tenzij ze zich bekeren tot de smalle deur Jezus. Want dat kan nog altijd. Elke dag die je hier op aarde leeft. Jezus geeft de man dan ook geen draai om de oren, hij biedt hem de juiste blikrichting aan. Zet ‘m op het goede spoor; op de smalle weg naar de smalle deur. En dat confronteert.

Daarop liep ik weer naar het bord en vroeg aan de catechisanten: “Als Nederland nu even het koninkrijk van God voorstelt, waar is dan de hel? Waarop iemand uit de groep antwoordde: “Doe België maar!” Ik vroeg, terwijl ik België uittekende, naar de reden van zijn keuze. “Nou”, antwoordde hij, “daar wonen toch de rode duivels?”

Oordeel en humor. Zelfs dat kan samengaan!

Ik kan me zo voorstellen dat een niet-christelijke collega of vriend(in) op je afstapt en zegt: “Hé, hoe zit dat nu met de schepping en de evolutieleer?”

Kijk, ik vind het niet verkeerd om daarover door te bomen. Maar het zou goed kunnen zijn dat iemand naar een heel ander antwoord op zoek is. En een heel andere vraag heeft. Want wie is nou de hele dag of week druk bezig met het zoeken naar de verhouding tussen schepping en evolutie?

Verder kijken dan de vraag of opmerking, dat leer ik van Jezus.

Lucas 13, 23-24 Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.

Het lijkt een sympathieke vraag. Maar hier zit meer achter. Deze man is namelijk helemaal niet benieuwd naar het aantal mensen dat behouden wordt. Hij is ook helemaal niet geïntereseerd in de boodschap van Jezus. Hij denkt namelijk dat hijzelf wél een van de weinige mensen is die behouden zal worden. En o,o,o, wat zou hij het toch jammer vinden als Jezus zijn vraag bevestigend zou beantwoorden (maar niet heus.)

Hij staat op een (geestelijke) afstand naar het groepje van Jezus te kijken en vraagt: “He Jezus, er zijn er zeker maar weinig die behouden worden?!”

Jezus prikt dan ook dwars door deze vraag en door het hoogmoedige hart van deze man heen. Hij antwoordt dan ook niet met: “Nee joh, er worden er wel 2 miljard behouden.” Of met: “Je hebt gelijk, het is moeilijk om mij te volgen.”

Jezus maakt deze man zélf verantwoordelijk. “Doe [zelf] alle moeite…” Oftewel: Jezus gaat geen ellenlange en vrijblijvende discussie aan, hij waarschuwt deze man juist en zet hem voor de keuze: ben ik jouw Heer of niet? Want alleen ik ben de smalle deur van Gods komende koninkrijk.
Deze man wordt totaal ontmaskerd.

En weet je wat ik hier dan zo verassend vind? Dat Jezus de vraag tóch beantwoordt. Niet meteen, maar heel bewust aan het eind van dat gesprek.

Lucas 13, 29 [Jezus zegt:] “Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.”

Neem van Jezus aan dat er veel mensen behouden worden. Maarre… is die man, ben jij, ben ik er ook bij?
Kijk, dit zijn pas gesprekken die op scherp staan.