Lees Jesaja, en je ziet Jezus Christus.
Het is niet alleen een kort (slechts zes verzen), maar ook en vooral een absurd hoofdstukje: Jesaja 20.
Jesaja moet van zijn HEER drie jaar lang naakt en blootsvoets door Israël lopen. Dat zal hij vast niet continue gedaan moeten hebben, maar gedaan heeft-ie het. Maar waarom?
Je moet je voorstellen dat Egypte en Nubië (Noord-Oost Afrika) het Amerika en China van toen waren. En die twee landen hebben Asdod, een belangrijke handels- en havenstad aan de kust van Israël, toegezegd dat zij het altijd zouden blijven beschermen.
Maar… toen Assyrië, een derde grootmacht, dit Asdod binnenviel en het veroverde, waren de Egyptenaren en de zogenaamde Nubiërs opeens nergens te bekennen. En dus werd Asdod totaal kansloos met de grond gelijk gemaakt.
Daarop zegt God dus tegen Jesaja dat hij zich moet uitkleden en naakt rond moet lopen. Jesaja moet van zijn God voor gek staan, als een zichtbaar teken voor Egypte en Nubië. Want, zo is Gods bedoeling, zoals Jesaja naakt rondloopt, zo zullen de grootmachten Egypte en Nubië ooit ook naakt voor gek staan en als krijgsgevangenen van Assyrië weggevoerd worden.
En als dat gebeurd is, zullen de inwoners die op deze Noord-Afrikaanse landen vertrouwden, zuchtend, beschaamd en verbijsterd zeggen:
Jesaja 20, 6 “Als het hun [die twee grootmachten] al zo vergaat, onze hoop, bij wie wij onze toevlucht hebben gezocht om aan de koning van Assyrië te ontkomen, hoe kunnen wij dan gered worden?”
Oftewel: waar moet je heen als dat waarop je vertrouwt wegvalt?
Naar Jezus (nu). Want het is niet toevallig dat Jesaja drie jaar lang naakt en blootsvoets moest rondlopen.
Liep Jezus ook niet drie jaar in Israël rond te preken?
Jezus stond voor gek, vooral in de (op het eerste oog) laatste dagen van zijn leven. Toen z’n kleren werden uitgetrokken en z’n ontblote rug kapot gegeseld werd.
Maar het meest stond hij voor gek aan het kruis. Want daar hangt-ie, de man die zich Zoon van God noemt. Daar hangt-ie voor gek.
Zo goed als bloot: “Loser!”
Deze ‘gek’ hangt daar – net als Jesaja 6 eeuwen daarvóór – als een teken. Niet alleen voor de machtige landen van toen en nu, maar voor de hele wereld.
Want wie niet in deze (drie dagen later uit de dood teruggekeerde!) Jezus gelooft, zal hem ooit wel tegenkomen, wanneer hij deze wereld voor de laatste keer bezoekt en hem genadeloos verwoest en omkeert.
Jezus Christus zelf voorzegt en zijn leerling Johannes voorziet dat er dan veel mensen zullen zijn, die het verbijsterd en vol schaamte (over zichzelf) zullen uitschreeuwen: “De héle wereld gaat eraan – hoe kan ik nu nog gered worden?”
Diende Jesaja’s optreden nog als teken voor een relatief klein oordeel (ballingschap van ’slechts’ Egypte en Nubië), Jezus’ optreden betekent de komst van het oordeel op wereldschaal.
En als je bedenkt dat het eerste oordeel daadwerkelijk plaatsgevonden heeft, dan zal het tweede oordeel zeer waarschijnlijk – en veel te zacht gezegd – geen fabeltje zijn.
PS. Ik sta versteld om het vertrouwen dat zowel Jesaja als Jezus in hun God hadden. Ze luisteren naar wat God tegen hen zegt, en ze dóen het!
“God, hartelijk dank voor deze dienaren. Laat mij toch ook op deze manier uw dienaar durven zijn, wat ‘ze’ ook van me zullen vinden.”
Gisteren schreef ik dat Jezus met mij wil leven. Ik ben niet meer een vijand van hem, maar z’n vriend geworden.