Archief van: ‘Lucas 24’

Laat ik eerlijk en bescheiden zijn. Als ik in dit blog wil uitleggen waarom Jezus voor mij (en jou) moest sterven, dan schiet ik natuurlijk hopeloos tekort. Jezus’ dood (Golgota) gaat zo diep, daar kun je boeken mee vol schrijven. En dat is ook al gebeurd en zal ook blijven gebeuren.

Maar goed, met z’n allen kunnen we stukjes van het geheim in beeld krijgen. En dat vind ik leuk en inspirerend.

De vaak gestelde vraag is waarom God onze zonden niet gewoon vergeven heeft. Waarom heeft hij niet eenmalig verkondigd: “Hierbij verklaar ik publiekelijk dat het weer goed is tussen jou en mij. Ik vergeef je!”

Deze vraag heeft te maken met schuld, en vooral: 1. de grootte daarvan, 2. de emotionele kant daarvan, en 3. de partijen hierin.

Stel dat een puber van 15 besluit de banden van mijn fiets lek te prikken. Ik zie dat gebeuren, ik word natuurlijk kwaad en laat hem dat ook even goed weten.
Vraag: kan ik die jongen vergeven? Natuurlijk!
1. De grootte van de schuld die hij veroorzaakt heeft, is niet groot.
2. Emotioneel doet een band van rubber (en een fiets) me niet zoveel.
3. En zowel hij als ik zijn tot dit soort ‘geintjes’ in staat. Op die leeftijd haalde ik ook dat soort fratsen uit.

Dat is een onschuldig voorbeeld, zou je kunnen zeggen.

Lees meer »

Een van de mooiste en spannendste verhalen in de Bijbel gaat over mij. Tenminste, over mijn naamgenoot. Het verhaal van David en Goliat (1 Samuël 17) kent dan ook werkelijk iedereen. Zelfs zij die wereldvreemd zijn, hebben er ooit wel ’s van gehoord.

Ik kende het, denk ik, al voordat ik naar de kleuterschool ging. En op de basisschool zal het me ook vaker verteld zijn dan op één hand te tellen is.

Maar wat moet je er nu mee? Ik denk dat de meeste christenen de volgende ‘les’ uit het verhaal trekken: geloof net als David in de kracht en nabijheid van God en al je (geestelijke) vijanden zullen – net als Goliat destijds – overwonnen worden.

Kijk, als kleuter vond ik dat geweldig. Dat paste toen bij mijn godsbeeld. God is dichtbij en God geeft je kracht. Het inspireert en maakt blij.
Het is belangrijk dat dat tegen een kleuter verteld wordt. Want geestelijke vijanden kent een kleuter toch niet.

Maar nu ben ik volwassen en weet ik wel beter. God is vaak helemaal niet zo dichtbij als hij bij die David was. En die bijzondere nabijheid die David kreeg, krijg ik toch echt niet.
Sterker nog: ik raak als ik niet oppas helemaal gedeprimeerd als dit de les van David en Goliat zou zijn. Want wat als het mij niet lukt om mijn (geestelijke) vijanden net als David te verslaan? Moet ik dan beter gaan geloven, zoals David dat ook zo goed deed?

Dit is het risico van – wat ik noem – de theologie van de kleuterschool. Want je neemt die theologie zomaar de rest van je leven mee. En dan kun je er zomaar aan onderdoor gaan.

Maar wat is dan de ‘les’ van David en Goliat? Ik denk dat de sleutel in de theologie van Jezus ligt.

Lees meer »

Veel preken die na Pasen volgen gaan over drie mannen, namelijk over Jezus en de twee mensen die op weg naar huis zijn. Naar Emmaüs, een plaatsje dat ongeveer 12 kilometer (60 stadiën) van Jeruzalem lag.

In Lucas 24, 13-35 maken we kennis met deze zogenaamde Emmaüsgangers. Een prachtig verhaal dat laat zien wat God met mensen doet als de bijbel eens goed open gaat. Jezus wijst verrassend genoeg niet direct op zichzelf. Hij had in vers 25 als antwoord kunnen geven: “Kijk toch ’s goed naar me, ik leef weer!” Jezus wijst daarentegen op de Oudtestamentische geschiedenis die op hem móe(s)t uitlopen.

Je hoeft de opgestane Heer niet eens te zien om het Oude Testament te begrijpen. (Maar ja, nu nog goede uitleggers van dat OT tegenkomen. Jezus hoort onder de helaas weinige mensen die dat goed kunnen…)

Deze week kreeg ik iets nieuws over deze twee mensen te horen. Want wie waren zij precies? Is daar iets over te zeggen? Een reconstructie.

De ene man heette Kleopas. Dus we hebben een naam. De naam van de ander is niet bekend. Maar het gekke is dat iedereen er vanuit gaat dat die ander een man is. Hoe kan dat?

1. Misschien geven we onbewust mannen het voordeel van de twijfel, omdat de bijbel naar ons idee een vrij mannelijk boek is. (Maar ja, juist bij Jezus komen er vrouwen in beeld die hij gelijk behandelt.)

2. Misschien denken we onbewust dat Jezus alleen mannelijke leerlingen (vers 13) had? (Maar ja, we weten dat Jezus ook ook genoeg vrouwen onder zijn gehoor en volgelingen had.)

Het hoeven dus niet per se twee mannen te zijn. Er is zelfs voor te pleiten dat de Emmaüsgangers een man en een vrouw zijn. Dit is totaal niet belangrijk (ik zou hier in een preek niet teveel over uitwijden natuurlijk), maar het idee is wel grappig.

1. De twee gaan naar huis en eten er. Ze nodigen Jezus in dat huis uit. Dan kunnen het altijd nog twee broers of twee vrienden zijn, maar het lijkt me veel aannemelijker dat het huis van henzelf ís. Ze wonen er.

2. De maaltijd geeft weinig ruimte aan de gedachte dat er méér mensen in dat huis aanwezig waren. Geen broers, geen ouders, alleen deze twee.
(Samenwonende mannen kende men in die cultuur nog niet, by the way.)

3. De naam Kleopas komt nog een keer in de bijbel voor. Niet bij Lucas, maar in Johannes 19, 25. Dat vers maakt melding van een paar namen van mensen die bij het kruis op Golgota staan.

Johannes 19, 25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.

Is Kleopas dezelde man als Klopas? Het Grieks staat toe dat een zelfde naam iets anders geschreven wordt. De ‘eo’ in Kleopas mag gerust een lange ‘o’ worden (Klopas). Zoals Simon Petrus ook wel Simeon Petrus mag worden genoemd zonder dat er sprake is van een ander persoon.

Concluderend zou dit alles kunnen betekenen dat de Emmaüsgangers Kl(e)opas en zijn vrouw Maria zijn.

Dat Lúcas Maria niet noemt zou te maken kunnen hebben met de (patriarchale) cultuur destijds. Een andere optie is dat Lucas de naam van de vrouw gewoon niet te weten is gekomen.

[Met dank aan mijn goedgelovige vriend René Barkema door en met wie ik de grote en dus ook kleine bijbelse geheimen van God ontdek]