Archief van: ‘Lucas 3’

Vanmorgen naar Beverwijk geweest. En heerlijk mogen voorgaan in een kerkdienst daar.

Deze laatste zondag van november is een van de eerste zogenaamde Adventszondagen. Niet dat dat nu zo belangrijk is, maar het helpt mij behoorlijk om me te focussen op het Bijbelse thema ‘de komst van Jezus Christus in de wereld’. Want ‘advent’ betekent ‘komst’.

Het door mij vaak beleefde nadeel van die vier Adventszondagen (en van Kerst zelf trouwens ook) is dat ik vind dat op deze zondagen vaak zoetig en irrelevant over Jezus’ komst gesproken en gepreekt wordt. En dat hangt dan weer samen met de knusse, warme, gezellige decembermaand. En niet te vergeten doen de romantische stal, het lieve baby’tje Jezus en de kerkhits ‘Stille nacht’, ‘Ere zij God’ en ‘Komt allen tezamen’ het altijd goed in de harten van christenen. Ik heb echter veel te vaak het vermoeden dat Kerst meer een religieuze aangelegenheid is dan een ‘geloofs-event’.

Wie de Bijbel serieus neemt, denkt bij de komst van Jezus echter aan totaal andere werkelijkheden dan december-feestmaand:

1. De komst van Jezus Christus in de wereld is het oordeel van God in/over diezelfde wereld; (Hoezo dan?)
2. Jezus Christus móest komen om die wereld te redden van Gods oordeel/woede; (Waarom dan?)
3. Jezus Christus werd en wordt maar al te vaak niet aanvaard door diezelfde wereld; (Waarom niet – en wanneer wèl?)
4. De komst van Jezus Christus in de wereld heeft dé clash tussen hem en de satan, zijn tegenstander, tot gevolg; (Waarom dan?)
5. De komst van Jezus Christus is Gods ultieme en meest genadige poging de mensen voor zichzelf te winnen; (Waarom dan? En: Is dat niet ontzettend egocentrisch van God?)
6. De komst van Jezus Christus laat de glorie van God zien: Jezus ís het glorieuze beeld van God; (Waarom moet je dit weten?)
7. De terugkomst van Jezus wordt een gebeurtenis om naar uit te kijken wanneer al het bovenstaande (en ik ga aan nog veel te veel voorbij) serieus genomen wordt. (Hoezo dan?)

Ik zal nooit van de kansel roepen dat Kerst niet om de heerlijke maaltijden draait. Want dat is 1. een open deur en 2. ik kan me niet voorstellen dat de dominees die dit wel van de kansels roepen hun eigen buik diezelfde dag niet rond eten.
Wat mij betreft stoppen we ons over een maandje weer vol met ossehaas, varkenshaas of kalkoen, want een feest blijft het.

Maar ik vraag het me af: zou er in de christelijke kerken confronterend (niet simplistisch of zoetig maar Bijbels) en bevrijdend (vrij van moralisme en ‘de gulden middenweg’) gepreekt worden? Op weg naar Kerst en op de Kerstdag zelf?

Nederland heeft het nodig. Ik in ieder geval wel. En het geeft me de meeste vreugde, niet in de laatste plaats omdat m’n overheerlijke varkenshaas niet veel later in zo goed als vergane vorm ergens in een Hooglanderveens riool wegdrijft… Maar het Woord van God houdt eeuwig stand!

Deze week heb ik geploeterd met Lucas 3, 1-7. Maar ik ben God erg dankbaar voor het resultaat. Ik ben deze week via Johannes de Doper veel over hem te weten gekomen.
Heerlijk!
Goed nieuws!
Gaaf om door te vertellen!

Lucas 3, 1-7 [Bereid je voor op Jezus, de Heer en redder van de wereld]

Vandaag las ik ergens dat je een beetje ziek moet zijn als je in de naam van God voor wilt gaan in een kerk of geloofsgemeenschap.

En ik herken dat deze week. Al dagen schieten de woorden van Johannes de Doper door mijn gedachten. Ik wil namelijk vier preken schrijven in het kader van Advent: de komst van Jezus in de wereld.
En als je dan leest wat die Johannes als een van de eerste dingen (!) zegt… ja, dan denk ik: moet ik dat ook gaan doen dan? En dat nog wel in een gemeente die ik niet ken: een honderdtal christenen in Beverwijk. (Het duurt niet lang meer of ik krijg een intense afkeer van dat preekconsent van me. Wat een flauwekul en gedoe is dat reizen-voor-een-preek-en-een-vergoeding ergens toch eigenlijk.)

Johannes 3, 7-9

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.’

Het is zo simpel om Johannes’ woorden te verzwakken door bijvoorbeeld te zeggen: “Ja, hij sprak die woorden voordat Jezus kwam en die was veel aardiger.” Of: “Johannes sprak deze harde woorden tegen Joden – en dat zijn wij niet, dus…”

Ik zou mijn vorige twee blogs tegenspreken en ontkrachten, wanneer ik Johannes’ radicaliteit en uitgesproken taal af zou afzwakken tot iets (saais) als: ‘Wees dankbaar dat je geen Jood maar christen bent’ of: ‘Een christen draagt goede vruchten voort’, zonder hierbij ook maar één woord te laten vallen over de hel en het oordeel van God.

Maar ja, het blijft eng om te doen. En het heeft iets ‘ziekelijks’ om het te gaan doen. Maar de reden dat ik het woord tussen aanhalingstekens moet zetten is precies dezelfde reden waarom Johannes deed wat hij moest doen: alle mensen de mogelijkheid geven om graag met (de redding van) de genadige God te willen leven.

Nu ik ziek ben lig ik uren in bed of in onze mini-bank. En het lukt maar niet in slaap te vallen. Dat is frustrerend, maar tegelijkertijd maak ik vanbinnen van alles mee. Ik preek bijvoorbeeld veel (blijft een groot verlangen), beland zomaar in het programma Tequilla, ben opeens weer leraar en ik denk na over vele namen voor onze kleine.

Toen ik over dat laatste nadacht, begreep ik weer iets meer van God. Want aan de ene kant valt het me erg tegen om passende namen te bedenken, aan de andere kant vind ik het een enorme eer dat wij een naam mogen bedenken. Het is zelfs een scheppingsgegeven: je bent geen ouder als je niet zelf de naam mag geven.

Mijn God is namelijk de enige God die erop staat zélf de naam van zijn kinderen te bepalen. Bij Adam liet hij dat niet over aan zijn engelen of aan Eva. Vandaar dat Adam gerust ‘zoon van God’ genoemd mag worden. God bedacht de naam ‘Mens’.
En bij Jezus is het niet anders. Hij zegt niet tegen Jozef en Maria: “Ach, zoek maar een mooie naam uit.” Dat zou misschien een goedmakertje voor Jozef kunnen zijn. Zou hij toch nog wat in de melk te brokkelen hebben.
God heeft een Zoon en de wereld mag het weten ook. Hij bepaalt de naam – Jezus is zijn kind. Mijn God is echt Vader, een echte ouder.

Het feit dat God de naamkeuze nu aan Margreet en mij overlaat wil natuurlijk niet zeggen dat ons kind Gods kind niet zou zijn. Het geeft volgens mij aan dat hij ons echt vanaf het begin en in alles ouders wil laten zijn. Net als hij.

DE ZONEN VAN GOD

1. Lucas 3: 23-38. Jezus, de ‘zoon’ van Jozef, de zoon van Eli, [...], de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.

2. Matteüs 1, 21. [De engel zegt hier tegen Jozef:] “Ze (Maria) zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.”