Archief van: ‘Lucas 4’

Het is mijn geluk dat Jezus als geen ander weet hoe je met de Bijbel dient om te springen. Want de satan weet er op zijn manier ook wel raad mee, veel nepchristenen evenals allerlei soorten sektarische groeperingen kunnen met alle gemak allerlei teksten naar hun hand zetten.
Maar Jezus en zij die hem volgden en vol van hem waren/werden, zijn de leraren die ik serieus neem.

Ik loop geregeld vast in het Oude Testament. En een van de eerste dingen die ik dan doe is nagaan of die tekst in het Nieuwe Testament wordt aangehaald. En dan kom ik tot de meest verrassende ontdekkingen. Heerlijke eye-openers.

Vandaag las ik het eerste stukje uit Jesaja 61. Ik wist al, door mijn afstudeerscriptie, dat Jezus dit gedeelte aanhaalde in zijn thuiskerk, de synagoge van Nazaret (Lucas 4). Daar leest Jezus Jesaja 61, 1-2a voor om dat Bijbelgedeelte vervolgens doodleuk op zichzelf toe te passen.

Jesaja 61, 1-2a

‘De Geest van de Heer rust op mij,
want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

Dit citaat is volgens mij niet alleen heel bewust door Jezus uitgekozen, maar ook zeer bewust geëindigd.
Ik schreef zo-even dat Jezus tot vers 2a voorlas. De zin die daarna komt bewust niet!

Jesaja 61, 2b

‘…en een dag van wraak voor onze God [uit te roepen]‘

Waarom stopt Jezus bij het zinsdeel ‘om een genadejaar van de Heer uit te roepen’? Omdat Jezus daarvoor zijn nabijheid bij God heeft opgegeven. Of, om een uitspraak van Jezus zelf aan te halen, om duidelijk te maken dat hij niet gekomen is om de wereld te oordelen, maar haar te redden.

Ruim 2000 jaar geleden is de wraak van God niet over de mensheid losgebarsten. Integendeel, Gods liefde kwam in de persoon van zijn Zoon op aarde. Om mensen naar zijn koninkrijk te trekken, om mensen aan hem te laten spiegelen zodat zij zichzelf zouden leren kennen, om te ontdekken wat genade inhoudt, om zich te verwonderen om Jezus’ radicale en bewonderenswaardige woorden en niet te vergeten zijn uitzonderlijke, bovennatuurlijke daden, om God zelf te leren kennen en hem alle aanbidding te geven die hij verdient, om in te zien dat Jezus in onze plaats de wraak van God accepteerde en droeg.

Jezus sprak de dag van Gods wraak niet uit. Want die Bijbelse waarheid was niet voor zijn publiek in die synagoge bestemd, maar voor zichzelf.

Komt er dan helemaal geen wraak van God? Natuurlijk wel. Jesaja 61, 2b is geen leugen of afgedane zaak. Maar pas in tweede instantie is hij voor de mensheid bestemd.
Wanneer Jezus zich nogmaals zal laten zien, zal dit gepaard gaan met gebeurtenissen die op mondiaal, zelfs kosmisch niveau zullen plaatsvinden.
Maar zij die hun redding door Jezus liefhebben, op grond van zijn eerste komst, zullen daarvan niets meemaken. Voor hen wordt het genadejaar vanaf dat moment direct omgezet in ontelbaar veel genade-eeuwen.

Drie minuten voor de kerkdienst van half tien kwam ik rustig binnenlopen. Ja, normaal ben ik in de morgendienst wel een kwartiertje voor tijd aanwezig. Maar op weg naar Oegstgeest bleek de A10-zuid afgesloten te zijn. Kon ik dus even een rondje Amsterdam maken. En m’n TomTom maar lief schreeuwen: “Sla hier af” (om me terug bij de A10 te krijgen).

Maar goed, op tijd dus (en anders maar niet, denk ik dan, ze wachten wel.)

Vandaag zat ik op preekgebied heerlijk in m’n vel. Lekker is dat, wanneer het lekker loopt. Zowel in Oegstgeest als, later op de dag, in Putten.

Vanmorgen stonden we stil bij Jezus’ confrontatie in z’n eigen synagoge (Lucas 4), voor vanmiddag haalde ik de manna- oftewel de ‘wat-is-dát-preek’ (Exodus 16) weer ’s uit de digitale kast.

Klik hier voor de synagoge-preek.
En hier voor de manna-preek.

Volgende week zondagmiddag voor de eerste keer naar Utrecht. Voor de morgendienst ben ik nog te boeken…

Afgelopen donderdag kreeg ik een mailtje uit Nunspeet. Of ik zondag – vandaag dus – in hun kleine gemeente kon voorgaan. Vanwege ziekte van de voorganger die ingepland stond, trouwens een Kamper jaargenoot van mij.

Ik antwoordde meteen dat ik kon, dus ik maakte de preekvoorzienster blij. En vanmiddag reed ik met Benjamin in m’n Swiftje, nu een keer noordwaarts.

Het is een klein kerkje (meer een zaaltje), voor een man of 100. Tot mijn verbazing staat er een preekstoel, waarvan ik het nut niet begrijp. Ik zou zeggen: snel weghalen, en er een mooie, moderne, in hoogte verstelbare katheder voor in de plaats zetten.
Geldt voor meer kerken, dit. (Zal wel iets principieels zijn, vermoed ik.)

Ik voelde me in Nunspeet op m’n gemak. En dat komt vast, omdat ik er eens eerder ben geweest (eind 2006, eindstage Nijkerk).

De preek mag bekend zijn, is iets gewijzigd ten opzichte van vorige keren, en voor wie wil is-ie hieronder te (her)lezen.
Reageer gerust.

Lucas 4, 14-30 Preek 18012009

Wim Buenk is een broer van mij, omdat we allebei in dezelfde Heer geloven. Hij heeft een grote gave. Hij kan namelijk muziek schrijven en maken. En als hij die nummers dan alleen of samen met z’n dochter Rebecca zingt, dan móet je wel luisteren.

Een paar weken geleden preekte ik over Jezus Christus die een bezoek bracht aan zijn geboortedorp. Op de ‘zondag’ is hij te vinden in de synagoge van Nazaret. Daar leidt hij de dienst, die bijna uitmondt in een lynch.

Wim vertelde me na de dienst dat hij naar aanleiding van de preek een lied wilde maken. Een paar weken later kreeg hij de Geest en ontstond het.
Het verhaal is trouwens te lezen in Lucas 4, 14-30. Het lied dat Wim gemaakt heeft, heet Jezus Narener.

JEZUS NAZARENER

Jezus houdt een korte preek
in Nazarets synagoge:
Jesaja’s woord, zoals gehoord,
vervuld voor jullie ogen

WANT VADERS GEEST DIE RUST OP MIJ
VANUIT ZIJN HEMELWONING
GEZONDEN EN GEZALFD WERD IK
TOT JULLIE GLORIEKONING

EN ARMEN HOREN HET GOEDE NIEUWS
EN BLINDEN ZIEN MIJN OGEN
GEVANGENEN DIE LAAT IK VRIJ
HUN TRANEN ZAL IK DROGEN

de weduwe van Sarfat kreeg
haar zoon weer terug in leven
Naäman is door het geloof
niet meer melaats gebleven

ELIA EN ELISA DOEN
WAT GOD HEEFT OPGEDRAGEN
ZIJ ZIJN PROFEET IN ISRAEL
MAAR NIEMAND KOMT MET VRAGEN

ZO GAAT HET NU IN NAZARET
WAAROM DOET HIJ GEEN WONDER
IN KANA EN KAPERNAUM
WAS HIJ TOCH OOK BIJZONDER

de mensen zijn vol ongeloof
wie denkt hij wel te wezen
die zoon van Jozef lijkt wel gek
hij moet zichzelf genezen

MAAR JEZUS IS DE ZOON VAN GOD
MARIA’S ZOON, GEBOREN
EN HIJ VERTREKT UIT NAZARET
ALS NIEMAND HEM WIL HOREN

WANT DIT IS HET GENADEJAAR
WIE ARM IS DIE MAG KOMEN
WIE BLIND IS MAG HET LICHT WEER ZIEN
EN SLAVEN WORDEN ZONEN

Als hij op CD uitkomt, zal ik die – als het mag – ook op m’n weblog plaatsen. Ik ben er natuurlijk best wel trots op.

Het was me het dienstje wel, vanmorgen. In een behoorlijk gevulde kerk – wat is 10.45 uur toch een heerlijke tijd – was de sfeer goed. De muziek werd op kwalitatieve en authentieke wijze begeleid. En de verkondiging hopelijk ook… :)

Ik vind dat toch wel het mooiste, hoor. Voor 400 man staan en God zo dicht mogelijk bij mezelf en anderen brengen. En ik merk gewoon dat het mensen raakt. Het was bij tijd en wijlen zo stil dat je een speld kon horen vallen (van een kansel af is dat best eng, kan ik je vertellen).

Ik zie daar twee dingen in:

1. Een verhoring van het gebed dat we voor de preek gebeden hebben.
2. Het gegeven dat het Woord van God mensen wil raken en raakt. Het is geen gebakken lucht ofzo. Het vult ons diepste behoeften.
En het is noodzakelijk voedsel. Tenminste, als je het leven serieus neemt.

De leesstof is Lucas 4, 14-30.
De preek kun je hieronder lezen.

Stel je vraag of maak je opmerking gerust.

Lucas 4, 14-30-Preek

Leven uit genade is moeilijk. Vooral als je al jaren christen bent. Of al decennia lang naar de kerk gaat.

Ik merk het bij evangelischen die God in hun broekzak lijken te stoppen en stellig over hem en zijn nabijheid spreken.
Ik merk het bij gereformeerden die God vereenzelvigen met hun eigen trouw aan de kerk en een bepaalde, dwangmatige gedragscode.
Ik merk het bij mezelf als ik meen niet (meer) te hoeven bidden.

Leven uit Gods genade is moeilijk.

Dat leer ik uit Lucas 4 wanneer Jezus zijn eigen kerk in zijn geboortedorp bezoekt. Zijn dorp is razend enthousiast. Hun ‘man’ komt. Hij gaat zijn wonderen ook bij hen doen. Dat wordt genieten.

Maar Jezus komt van God. En dan spreekt-ie zulke harde woorden:

Lucas 4, 25-27 Maar ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.

Niemand heeft recht op God, omdat God ook zomaar kan besluiten zijn genade buiten zijn volk te laten zien. Sidon ligt buiten Israël. En Syrië natuurlijk ook.

Als Jezus dit gezegd heeft wordt het volk weer razend. Maar dan van woede. Ze willen hun ‘man’ per direct uit de weg ruimen.

Weet je wat ik denk? Dat leven uit genade niet moeilijk is.
Het is onmogelijk!

Behalve als God het mogelijk maakt.
Ik ga maar bidden, denk ik.

Da’s geen moeilijke vraag, lijkt me. Wel een belangrijke en confonterende. Natuurlijk denk ook ik als eerste aan de melkboer. Maar wat nou als het eerste scenario geen Mariasmoes maar tóch waar is?

Ik heb het wel vaker geschreven. Ik geloof in de meest vreemde gebeurtenissen. En niet voor niets is deze geloofsuitspraak in de Apostolische Geloofsbelijdenis opgenomen. Zonder deze waarheid zakt het hele christelijke geloof als een pudding in elkaar.

Dat zie ik al gebeuren als de prediker Jezus Nazaret – de stad van zijn jeugd – met een bezoek vereert. Zijn dorpsgenoten kijken naar hem uit. Jezus gaat zijn toneelstukjes in zíjn en hún stadje opvoeren. Het zou ’s tijd worden, zeg.

Jezus leest in de Joodse kerk een stuk uit Jesaja 61 voor en betrekt die woorden op zichzelf. Zijn publiek luistert ademloos naar zijn mooie woorden.

Lucas 4, 21-22 Jezus zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?

Nazaret wist niets van het bestaan van een melkboer af, laat staan van een maagdelijke geboorte. Jezus was gewoon de zoon van Jozef. Toch?
“Maar hoe kan zo’n simpele timmerman opeens zulke woorden spreken?” hoor je het publiek hardop afvragen.

Als je Lucas 4, 14-30 leest, dan is die vraag een van de cruxen van dit verhaal. Is Jezus verwekt door een man of door God?

Denk je het eerste, dan is Jezus niet meer dan een spiritueel prediker en wonderdoener geweest. Opvallend vind ik dan dat hij het niet voor eigen parochie deed (24-29), terwijl hij juist in zijn eigen stad kon scoren.

Denk je het tweede, dan is Jezus de Zoon van God die zich niet aanpast aan egoïstische belangen van buren en vriendjes. Ook zijn eigen belang staat niet voorop. Je moet doorhebben dat deze Jezus gezónden is (vers 18).
De maagdelijke geboorte is geen grappige truc van God die alle schijnwerpers op zichzelf richt (”Kijk mij eens anders zijn!”). Er zit een diepe drive van liefde voor ons achter. Wij mensen hebben deze Jezus, deze God nodig om te kunnen leven.

En dan kan Jesaja 61, 1-2a (Lucas 4, 18-19) een prima alternatief voor de wekelijks uitgesproken Apostolische Geloofsbelijdenis zijn. Dan lees ik het in de derde persoon, dan weet ik me aangesproken en ontdek ik tegelijk het wonder van de drie-eenheid!

En dat allemaal n.a.v. die unieke maagdelijke geboorte. Een van de christelijke geheimen die onze denkwijze totaal wil en moet omkeren.