Archief van: ‘Matteüs 10’

Morgenvroeg, Eerste Kerstdag, zal ook ik weer in de kerk zijn. Helaas ben ik nergens gevraagd om te spreken, ik had ‘t graag gewild.

Ik zie altijd op tegen deze kerkdienst. En dé reden daarvan is dat ik nog nooit een goede, prikkelende, confronterende Kerstpreek heb gehoord, waarin Gods liefde uiterst serieus aangepakt wordt. Natuurlijk hoor ik wel het bekende ‘vrede op aarde’ en ‘God houdt van je, kijk maar naar het kindje Jezus’ maar – ietwat flauw gezegd – veel verder dan een soort ‘Joepie-joepie-Jezus-is-geboren-dus-geloof-in-hem’ komt het in de meeste gevallen niet.
Kortgezegd: ik weet niet hoe u het ervaart, maar ik ben nog nooit geraakt in een Kerstdienst.

Terwijl het juist in déze dienst (en tijdens bruiloft- en begrafenisdiensten) moet gebeuren. Waarom? Omdat juist op zulke dagen mensen in een kerk zitten die er normaliter weinig of nooit een stap binnen zullen zetten.
Morgenvroeg zal het druk zijn in ‘mijn’ Boogkerk in Amersfoort-Nieuwland.

Waarom zit de kerk dan vol? Ik denk om twee redenen:

1. Kerkgang hoort gewoon bij Kerst, volgens velen.
2. En de kans is groot dat je lekkere feelgood-nieuws hoort. (En het vaak vanaf de kansel gehoorde ‘Het draait niet om de kerstboom en de gezelligheid met je familie’ neem je gewoon voor lief. Die waarschuwing hoort er ook een beetje bij, toch?)

Ik zou het wel weten als prediker. Juist op zo’n moment, juist met Kerst zou ik het zoetige ‘vrede op aarde’ mijden.

Want die prachtige uitspraak, gevangen in een lied uit de hemel (Lucas 2, 14), is een uitspraak voor de wereld (vrede op aarde), veel minder voor de kerk.
In de kerk is het spannender. Waarom? Omdat kerkmensen dichter bij het vuur zitten. Let op, ik zeg niet dat kerkmensen beter zijn dan de wereld (veel te vaak: integendeel!), maar dat ze dichter bij het heilige vuur, bij God, zitten.
En wie Jezus Christus, de Zoon van die God, een beetje kent, weet dat deze Jezus in dat geval veel confronterender spreekt.

Sterker nog: het lijkt wel of Jezus de uitspraak van de engelen volledig omdraait!

Matteüs 10, 34-35

[Jezus:] “Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder.”

Absoluut, Jezus is Gods vrede in levende lijve. En hij is hét geheim dat in de wereld in het lijfje van een kwestbare, hulpbehoevende baby is binnengedrongen.
Maar ik droom van Kerstdiensten waarin eerlijke, bewogen en tot tranen geroerde voorgangers hun hoorders waarschuwen voor de verschrikkelijke gevolgen die Jezus’ komst had en heeft voor mensen die hem als een lief baby’tje zijn blijven beschouwen – alsof hij niet groter, groot, nee groots geworden is.

De Kerstboodschap in een harde, verrotte, oorlogszuchtige, egocentrische wereld: “Er is vrede bij Jezus te krijgen!”
De Kerstboodschap in de kerken van Jezus Christus: “Merk je het zwaard in de keuze die je voor Christus hebt gemaakt? Dan ben je op de goede weg richting het koninkrijk van God!”

Ik wens iedereen gelukkige Kerstdagen toe.
Enne… we kunnen het betere kiezen, maar het is niet gek om op deze momenten goed te eten en lekker te drinken.
Het is en blijft een verjaardag.

Mijn site wordt in de meeste gevallen door medechristenen gelezen. Maar niet altijd. Vandaag ontdekte ik namelijk dat mijn bijdragen ook zeer kritisch bekeken worden. Veroordelend zelfs, ook richting mijn persoon.

In een verbaal-technisch uitstekend geschreven artikel reageert de schrijver furieus op mijn stukje over 11 september (Vrede?). Het lange artikel is hier te lezen.

Graag wil ik hierop reageren. Ik doe dat maar puntsgewijs.

1. De schrijver staat in zijn volle recht wanneer hij stelt dat aangehaalde bijbelteksten in hun context gelezen en geïnterpreteerd dienen te worden. Dit om biblicistisch bijbelgebruik te voorkomen.

2. De tekst uit Matteüs staat in een christelijke context. Jezus zegt zijn leerlingen toe dat hij hen bij hun zendingswerk (daar gaat Matteüs 10 over) zal bijstaan. En Jezus kan dat, omdat hij God persoonlijk kent (dat geloof ik inderdaad). En die God heeft het uiteindelijke oordeel over ons leven in handen. Kijk, ik kan vermoord worden, maar dan spreken we nog over materie (bijbel: stof). Mijn lichaam wordt namelijk gedood. God echter bepaalt wat er met mijn ziel gebeurt. Niemand anders dan hij heeft daar de beschikking over.

3. In die zin begrijp ik de verwarring die opgetreden is bij de schrijver. Want Matteüs 10, 34 spreekt over vrede en het zwaard wanneer christenen Gods boodschap van verlossing verspreiden. Mijn blog gaat echter over de vraag naar wat vrede is naar aanleiding van fundamenteel Islamitische acties. Daar wringt naar mijn mening de schoen in zijn betoog. Want de schrijver gaat in het vervolg van zijn verhaal in de fout: hij zet mij in de hoek van de moslim. Of anders gezegd: hij gaat er vanuit dat Allah en de God van Jezus dezelfde zijn. Een voorbeeld hiervan treedt op als de schrijver stelt:

“Vrede heeft niets te maken met dichter bij jouw god komen, David. Het raakt kant noch wal om mijn seculiere vrede te annexeren voor je eigen religieuze doeleinden. Dichter bij god staat zelfs haaks op de vrede. Vraag het aan de nabestaanden van de slachtoffers van 9/11.

Het gaat me om het onderstreepte gedeelte. Duidelijk wordt dat de schrijver geen onderscheid maakt tussen Allah en (de christelijke) God. Telkens wanneer de schrijver suggereert (en soms meer dan dat) dat ik de acties van radicale moslims probeer te rechtvaardigen, spreekt hij dus niet tegen mij (maar tegen die moslims die hun actie goed praten).

3. Als de schrijver het aangehaalde tekstgedeelte goed gelezen had, dan had hij dit onderscheid al zelf kunnen maken. Hij haalt Matteüs 10, 39 aan: “Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. De schrijver concludeert hieruit dat de christelijke God achter dood en verderf a la 9-11 staat, en zelfs goedkeurt. Jezus spreekt hier over het verlies van leven. Dat is iets anders dan het geven van je leven mét wat andere slachtoffers erbij. Ook hier moet je de context begrijpen. De leerlingen van Jezus gaan erop uit met het splijtende evangelie van Jezus. En dat gaat ruzie opleveren. Zelfs tussen man en vrouw, broer en zus. En ga er dan maar van uit dat je het als boodschapper zwaar te verduren krijgt. Mensen als Petrus, Paulus en Jacobus zijn vermoord. Ze hebben geen zelfmoord gepleegd, ze zijn vermoord door mensen die de boodschap identificeerden met de boodschappers. “Maar”, zegt Jezus, “je deed het voor mij. Je hebt je leven verloren, maar je ziel leeft.”

4. De schrijver stelt terecht het woordje ‘zullen’ aan de kaak. Ook christenen maken de fout en hebben de fout gemaakt die andere gelovigen ook gemaakt hebben. Dat immorele gedrag met aangenomen goedkeuring van een god(heid) keur ik absoluut af. Vervang het woordje door ‘moeten’. Want dit gedrag past een christen niet.
(Sorry hoor, maar ik leg niet al mijn woorden op een weegschaal, beste schrijver.)

5. Wat de offers/ slachtoffer betreft, valt me het volgende op. Het heeft er alle schijn van dat de schrijver een christen z’n dood (moord dus) kwalijk neemt. “Is een offer niet óók gewoon een slachtoffer bekeken vanuit de optiek van je tegenstander?” Dit is een open deur, want natuurlijk is dat ook een slachtoffer. Maar de dáád die tot dat offer geleid heeft, is totaal anders. De moslimfundamentalisten begingen de moord, de christen kan het (door het evangelie dat hij brengt) overkomen. In beide gevallen spreekt de bijbel dan over (slacht)offers. Maar beoordeel ze wel even anders, graag.

6. Ten slotte: de vrede. Want hier was het natuurlijk om te doen. Want christenen zagen wat er gebeurde op 9-11. En ze verbaasden zich, natuurlijk. Want wat is vrede nou eigenlijk? In mijn blog heb ik willen zeggen dat God vrede tussen mensen en zichzelf is komen brengen (vergelijk Efeziërs 2, 14-18). Dat is een totaal andere vrede dan waar de schrijver over spreekt: “In mijn ongelovige optiek is het immers niet meer dan normaal dat je je medemens niet om zeep helpt of je religie -met gods goedkeuring- wilt opdringen omdat hij iets anders gelooft dan jezelf.” Dit is geen verkeerde opvatting van vrede, het is alleen een omschrijving van vrede die losstaat van de vrede die God is komen brengen. Dat was mijn punt.
De schrijver moet accepteren dat christenen anders over vrede denken dan hij. Dat hij die goddelijke vrede niet inziet noch aanneemt (door hem weg te redeneren) is zijn vrijwillige keus waarin ook ik (net als mijn God) hem vrijlaat.
Dat de bijbel het goedkeurt dat de (laat ik zeggen) aardse vrede in Gods naam wreed verstoord mag worden is een pertinente leugen. Dat de wereld zelf moeite heeft met die goddelijke vreemde (en daar christeljike slachtoffers door vallen) is helaas de vaak terugkerende realiteit.

Hoewel we het verschrikkelijke slotstuk natuurlijk al kenden, vonden we Flight 93 toch spannend. De film gaat over de vlucht van 11 september 2001 die niet resulteerde in een doorboring van een gebouw. Het vliegtuig stortte in een weiland neer.

Dat dreunt wel even na bij me. En vanmorgen dacht ik aan de veel gestelde vraag: “Waar was God? Had hij dit niet kunnen voorkomen?”

Had God inderdaad de vrede niet kunnen bewaren? Daar ben je toch God voor? dacht ik even. God heeft het echter niet voorkomen. Ik weet zeker dat hij dat kan, en dat hij het ook nog doet. Maar ik moest denken aan een uitspraak van zijn Zoon, die hier was:

Matteüs 10, 34 Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Ik denk dat er een onderscheid te maken valt tussen vrede van mensen en de vrede van God.

1. Vrede van mensen. Nederland leeft al decennia in vrede, maar een gerechtvaardigde vraag is: Brengt dat mensen dichter bij God? Gebruiken mensen deze vredestijd om hun tijd aan hem en zijn komende rijk te besteden? De vragen stellen is ze beantwoorden. Nederland wordt met het jaar seculierder. Daarom noem ik onze Nederlandse vrede: lieve, onderlinge vrede.

2. Vrede van God. Deze vrede gaat dieper. Het is geen vrede tussen mensen onderling, maar tussen mensen en God zelf. Dat betekent dat er sprake is van een vrede die van buitenaf aan mensen is gegeven. Dat is dus geen lieve vrede, maar vreemde, goddelijke vrede.
Zo vreemd zelfs dat Jezus spreekt over het gevolg van die vrede: het zwaard. Dat betekent niet dat christenen in naam van de christelijke Allah vliegtuigen in flats zullen laten verdwijnen. Het is een logisch gevolg: De vrede die Jezus brengt moet botsen met de lieve, onderlinge vrede. Omdat Gods vrede de menselijke vrede verandert. Gods vrede boort door de oppervlakkigheid heen en verandert mensen die denken dat het goed met hun leven zit.
En die verandering wordt niet altijd geaccepteerd.

Kiezen voor die vreemde vrede vraagt dus om offers. Niet om slachtoffers, maar om offers aan de Vader van Jezus. Hem boven alles en iedereen liefhebben.

Johannes 14, 27 Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.