Archief van: ‘Matteüs 19’

Of je nu gelooft of niet, áls er een unieke god bestaat moet-ie totaal anders zijn dan wij: sterfelijke, beperkte, machteloze wezens die zich continue bewegen tussen ervaringen van geluk en depressie, lachen en rouwen, juichen en klagen, controle en zoektochten-in-eenzaamheid.

Ik bedoel niet dat een god deze sterk uiteenlopende ervaringen niet mag kennen. Ik bedoel dat hij er ver boven moet (kunnen) staan – zowel boven ons heerlijkste gevoel van geluk als onze meest depressieve momenten. Een god moet dit kunnen handelen.

Nu zou er een god kunnen bestaan die niets met zijn schepping te maken wil hebben. Nogmaals, dit zou werkelijk waar kunnen zijn! Maar alleen al op grond van m’n eigen ervaringen acht ik een betrokken houding aannemelijker dan een afstandelijke.

Wat ikzelf aan materie of bedenksels creëer gooi ik nooit gemakkelijk weg. Ik heb of krijg er ‘iets’ mee.
Een nog sterkere ervaring is deze: ik moet er niet aan denken om geen betrokken, liefdevolle relatie aan te gaan met mijn zoontje die ik slechts heb verwekt, niet gecreëerd.
Als een schepsel deze liefde voor de ander al kent (zonder het geschapen te hebben), zou de werkelijke schepper van de mens dit dan anders gewild hebben? Wanneer ik Joram een stevige knuffel geef, zou die god zich dan, omdat hij is aangetast in zijn eer en in zijn doel met zijn schepping, gepikeerd in zijn hemel terugtrekken?

Een god moet zich met elke menselijke ervaring kunnen confronteren en er tegelijkertijd ver boven kunnen staan; hij moet werkelijk god zijn.
Anders gezegd: een ‘bruikbare’ god moet zich zowel dichtbij kunnen opstellen als zich ver terug kunnen trekken. Hij moet onafhankelijk én aan te hangen, oneindig én bereikbaar, soeverein én te genieten zijn.

Ik meen (iets van en tegelijk veel meer van) deze God in de persoon van Jezus Christus te ontmoeten. Op het ene moment wil Petrus dat Jezus bij hem vandaan gaat, op het andere moment is geen ouder en kind bang voor hem. Jezus brengt zowel een ervaring van goddelijke soevereiniteit teweeg (gevolg: verwijdering) als een ervaring van hemelse aantrekkingskracht (gevolg: nabijheid).

Een mens krijgt volgens mij de keuze om met de onzichtbaarheid, de oneindigheid en de soevereiniteit van God drie kanten op te gaan.

1. Hij kiest voor de korte weg van de onverschilligheid. “Nou en, laat dat hele godsdienstgezever maar zitten.”
2. Hij kiest voor de lange weg van de frustratie. “Ik kan God niet zien, ik voel hem niet, ik heb er niets aan, het slaat nergens op, ook m’n vrome moeder kreeg kanker.” Deze weg kent veel afslagen naar de weg van de onverschilligheid.
3. Hij kiest voor de eindeloze weg van de (stille) verwondering.

Deze laatste weg lijkt aantrekkelijk, en dat is-ie ook. Wie wil zich niet verwonderen (in sport, tijdens vakanties, richting je partner of kind)?

Maar voor mensen die in een tijd leven waarin de lange adem of dat oude begrip ‘volharding’ niet hoog aangeschreven staat, verloopt deze weg als een eindeloze wandelroute naar – laten we zeggen – de top van de Alpe d’Huez.
Je kunt deze beklimming zo snel mogelijk maar gefrustreerd afleggen. Je kunt er ook voor kiezen om het rustig aan te doen en je lang en steeds weer te laten inpakken door de schitterende omgeving die na elke haarspeldbocht weer anders op je afkomt.

Ongeveer op deze manier werkt het volgens mij in de christelijke godsdienst. Ik ervaar dit de laatste tijd regelmatig, vooral wanneer de Bijbel spreekt over het ‘zijn’ van God. Vaak wanneer het woord ‘is’ na het woordje God (of uit de mond van Jezus) volgt, voel ik de neiging opkomen het christelijk geloof uit frustratie op te geven.

God is liefde, God is licht, “Ik ben de weg, ik ben de waarheid, ik ben de opstanding, ik ben het leven.”
De weg van de frustratie (Bijbel snel aan de kant leggen) ligt eerder voor de hand dan de weg waarop ik ga stilstaan en tijd neem voor verwondering (meditatie en gebed).

Ik moet blijven vechten voor en bidden om verwondering en acceptatie van het grote geheim dat God heet. Hij is te groot voor me – en ergens diep in mijn hart haat ik deze waarheid. En als ik deze haat niet voel, merk ik dat ik tot deze haat word aangezet.

(Hoe anders was het geweest als de Bijbel niet verder zou zijn gekomen dan dat God de waarheid, het leven, de opstanding, het licht en de liefde slechts zou geven. Dat zou behapbaar zijn – ik hoefde dit alles slechts te ontvangen. Maar nee hoor, God overweldigt, overvalt me – hij zegt het allemaal te zijn!)

Met C.S. Lewis zeg ik dat de keuze van deze onbereikbaar grote God om zijn leven met mij te willen delen, een “ondraaglijk compliment” aan mijn persoon is.
Ik zou daaraan “onbegrijpelijke liefde” willen toevoegen.

[Voor Dick, mezelf en anderen]

De genade van God betekent dat je op de een of andere manier toch door het oog van een naald komt.
Dat is blijkbaar mogelijk. Jezus zegt ‘t in Matteüs 19.

Als Jezus een gelovig en rijk man oproept zijn bezittingen te verkopen en de opbrengst aan de armen te geven, gaat de man teleurgesteld naar huis. ‘Want’, staat er dan, ‘hij had namelijk veel bezittingen.’

Jezus begint vervolgens over het oog van een naald. Een kameel gaat er gemakkelijker doorheen dan dat een rijke bij God komt!

Daarom schreef ik gisteren dat christenen niet moeten zeggen dat het moeilijk is om uit genade te leven. Dat blijkt ook uit de reactie van Jezus’ leerlingen: “Wie kan er dan nog gered worden?”

Het kán gewoon niet.

Jezus pareert: “Bij mensen is dat (inderdaad!) onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.”
God kan dus een kameel door het oog van een naald krijgen. Of een piano door een toiletraampje.

Hoe dat hij dat dan? Het antwoord schuilt in het laatste stuk van vers 21. Want Jezus roept de man niet alleen op om zijn bezittingen de verkopen en te verdelen. Daarná komt hij bij de kern.

Matteus 19, 21b “Kom daarna terug en volg mij.”

God heeft zijn Zoon Jezus naar deze wereld gestuurd. Het menselijk onmogelijke heeft hij mogelijk gemaakt:

1. Jezus is uit een maagd geboren;
2. Jezus maakt doden levend;
3. Jezus staat zelf op uit de dood;
4. Jezus stijgt uit zichzelf op naar de hemel.

Ik bedoel, is dat onmogelijk of niet? En als je dan ook nog eens bedenkt dat hij al dit onmogelijke niet zomaar deed maar voor de mensheid… Voor mij…

Ik weet niet hoe hij het doet, maar ik weet zeker dat deze Jezus in staat is mij ook in zijn koninkrijk te krijgen.
Hij krijgt mij door die naald, omdat hij heeft laten zien dat dat echt kan.

Jezus was, zoals gelukkig de meeste mensen denken, zijn hele leven single.
Maar als getrouwde man zou ik me dan kunnen afvragen wat hij ervan vindt dat ik getrouwd ben.

Als hij het in een vinnig gesprek met de Farizeeën heeft over het huwelijk (in Matteüs 19, 1-9) en de man-vrouw verhouding, verzuchten zijn eigen leerlingen op een gegeven moment: “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.”

Jezus gaat daar verder op in.

Matteüs 19, 11-12 Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: 1. er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, 2. andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, 3. en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel.

Jezus heeft het dus over drie categorieën mensen; ik heb ze in de tekst hierboven genummerd. Wie die ‘mannen’ nu precies zijn laat ik nu zitten. Waarom? Omdat ik wél getrouwd ben. En mijn vraag is: Hoe zit het nu met mij? Ziet Jezus mij als getrouwde man wel staan in zijn koninkrijk?

Gelukkig wel, want ik val in de vierde categorie: de getrouwde mensch. Die categorie komt, zij het impliciet, ter sprake in het overbekende stukje met de zegening van de kinderen. Deze handeling volgt direct op Jezus’ moeilijke uitleg.
Ouders waren totdantoe nog niet door Jezus aangesproken. Voelen ze zich misschien achtergesteld op singles die bewust op Gods koninkrijk gericht kunnen zijn? Komen ze daarom met hun kinderen naar Jezus toe?

Matteüs 19, 13-14 Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten, zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’

Proberen de leerlingen de ouders (niet de kinderen, maar de ouders, denk ik) nog te berispen, Jezus accepteert de getrouwden wel. Omdat hij hun kinderen accepteert.

Dit bekende stukje gaat volgens mij dieper dan Jezus’ acceptatie van kinderen. (Al gaat het ook zeker daarover, zie Jezus’ uitspraak over hen). Maar indirect ontdek ik Jezus’ acceptatie van hun ouders.

In Gods koninkrijk zijn zowel singles als getrouwden welkom.

“Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.” [Jezus]

Dit is een uitspraak zonder evangelie. Dat blijkt wel uit de reactie van de leerlingen van Jezus: “Wie kan er dan nog gered worden?”

Toen ik hier met iemand over doorsprak zei hij het volgende tegen mij (en ik heb het ook wel eens gezegd): “Wat Jezus hier bedoelt heeft te maken met een poortje in Jeruzalem. Daar konden de kamelen niet door heen.

Dit kon wél als ze hun lading afdeden en diep door de knieën gingen. Al kruipend lukte de beesten het wel. En zó, bedoelde Jezus, moeten ook wij knielen en kruipen.”

Dit noem ik de kamelensmoes. Er zit namelijk een groot gevaar in. Omdat het in mijn ogen verkapt eigenbehoud is. Alsof ik mezelf moet redden… Gewoon m’n best doen.

Lees meer »

Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. [Matteüs 19, 24]

Soms voel ik me erg ongemakkelijk als ik serieus naar Jezus luister. Vanmorgen las ik de bijbel serieus. Dus zonder uitvluchten te verzinnen:

- Ja, maar zo rijk ben ik niet. Ik ken wel mensen die het beter dan ik hebben.
- Jezus bedoelt natuurlijk dat je God op de eerste plaats moet zetten. En geld mag dan best op de tweede plaats staan.
- Rijkdom is niet erg, het gaat erom of je eraan vastzit.
- Als je maar zuiver met je geld omgaat, vindt God het goed.

Jezus is zo duidelijk als wat. Een rijke komt er niet, net als een kameel met geen mogelijkheid door het oog van een naald kan.

Nou, dan voel ik me ongemakkelijk. Omdat ik rijk ben. Ik kan maandelijks de huur betalen, een keyboard kopen, Sinterklaascadeaus, en zometeen brood op de markt halen. Vanavond met een vriend naar een toneelstuk.
Volgens mij… heb ik een probleem!

Lees meer »