De gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Leerdam is er een uit tientallen. Een man of 300 (gok ik), die trouw naar de kerk gaan en behoefte hebben aan een zondagse preek – en als ze zin hebben twee preken op een dag – en het zingen van liederen.
En al die keren dat ik er nu een dienst geleid heb, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ook deze gemeente grote moeite heeft om een aantrekkelijke gemeente te zijn. Het gaat er zo z’n bekende gangetje.
Maar nogmaals… ik denk dat de meeste GKV’s zich hierin zullen herkennen.
Vanmorgen mocht ik spreken over Gods uitspraak in Openbaring 21, 5: “Ik maak alles nieuw!”
De preek is hiernaast (na) te lezen: Openbaring 21, 1-8
God heeft voor zichzelf en voor ons een totaal nieuwe wereld in petto. Jezus Christus is die nieuwe toekomst zelfs al (liefdevol, confronterend én vernieuwend) komen inluiden.
En nu zijn wij, met Gods hulp [lees: krachtige, creatieve en bemoedigende Geest], aan de beurt.
Maar ja, hoe? Hoe word je als een standaard-GKv met ál je gebruiken, rituelen, symbolen en gewoontes een aantrekkelijke kerk in je stad (Leerdam)?
Ik denk dat je twee kanten op kunt.
1. Je staat als kerkenraad of beleidsbepalers stevig in je geestelijke schoenen en zet een totaal vernieuwende koers in. Je oriënteert jezelf door middel van goede boeken (ik noemde tijdens de kerkdienst al ‘De werkers van het laatste uur’ en ‘Als een kerk (opnieuw) begint’) en vraagt je af wat jouw gemeente nodig heeft.
Nogmaals: hiervoor moet je stevig in je geestelijke schoenen staan, want in de GKv krijg je veel tegengas als het om vernieuwingen gaat. Ben je als gemeente bijvoorbeeld bereid om de mééste energie niet te steken in je kerkdiensten, maar in je wijk? En heb je het lef om je wijkgroep ook als kerk te beschouwen, misschien wel dé kerk van de 21ste eeuw?
Deze laatste opmerking heeft te maken met deze belangrijke, actuele vraag voor gereformeerden: Is het terecht dat wij onze wekelijkse kerkdiensten als de ‘ware eredienst’ zien?
Zo niet, dan is er alle ruimte voor vernieuwing.
Zo ja, dan moet het je verbazen dat Paulus in Romeinen 12, 1-2 totaal niet spreekt over een gestructureerde kerkdienst van een uur als hij het over onze ‘ware eredienst’ heeft!
Is het wel terecht dat veel, zo niet de meeste gereformeerden de wekelijkse kerkdienst(en) als het kernpunt van hun geloofsbeleving beschouwen? Ik vraag me dat op basis van Romeinen 12 zwaar af.
Natuurlijk zijn die kerkdiensten op zich niet fout. Ik zei het al in de kerk: er gebeuren best wel goede dingen, en je hoort er misschien wel goede prekenseries. Maar is het de bedoeling dat we daarmee ooit voor onze God komen? “Luister, God, ik ben te weten gekomen hoe je over homoseksualiteit moet denken door als volgeling van Jezus Christus trouw naar de kerkdiensten te gaan?” Is God daarin geïnteresseerd?
Ik denk niet dat dit nu zo vernieuwend is. En wees eerlijk, de reden dat je lid bent van de GKv is toch niet omdat je van de kinderdoop en de kerkorde houdt? De meeste gereformeerden zijn toch gewoon lid van hun GKV-gemeente omdat ze erin zijn geboren en opgegroeid? Laten we alsjeblieft ophouden met de schijn hoog te houden dat de GKv in de huidige vorm ons na aan het hart ligt!
Echt, van mij mag de GKv morgen ophouden te bestaan, als het gevolg daarvan is dat we ons eindelijk vrij voelen om kerk te worden die op een vernieuwende, schurende, confronterende manier aansluit bij de huidige generatie(s) Nederlanders. Want op dit moment gedragen grefo-christenen zich – echt niet alleen op zondag – als grijze muizen of als wereldvreemde snuiters.
En de jeugd loopt of gillend of stilletjes de kerken uit. Begrijpelijk, en terecht!
2. Maar ik kan me ook voorstellen dat je het als beleidsbepalers niet aandurft met je bestaande gemeente. Omdat het waarschijnlijk een collectieve ruzie wordt als blijkt dat slechts een kleine kern in de gemeente daadwerkelijk hun denken en doen en gezindheid wil vernieuwen.
Ik denk dat je dan bereid moet zijn om (een) dochtergemeente(s) te stichten.
Dat houdt in dat je als oude, wijze (maar hopelijk niet seniele, lachwekkende) moeder zorg draagt voor je dochter. Al biddend en gevend (uw geld, beste mensen!) sta je als trotse moeder achter je nieuwe kind.
Onderzoek of er in je gemeente de wens, de denkkracht en het vermogen beschikbaar is om middenin je dorp of stad een totaal vernieuwende gemeenschap te stichten. Geef hen alle ruimte om hun creativiteit te gebruiken om mensen te winnen voor Jezus Christus.
Betaal zo nodig deze mensen, of stel een gemeentestichter aan. Geld heeft u toch in overvloed. Kijk maar ’s naar uw huis, uw keuken, uw overvolle bankrekening, uw auto(’s) en de vakantie(s) die u al geboekt heeft. Dus daar hoeft het niet aan te liggen.
Echt, het is mijn grote wens dat er een opwekking in Nederland plaatsvindt. En dat we de Bijbel ’s met vernieuwde ogen gaan lezen, in plaats van dat er vanaf de kansel naar de mens en z’n wens gesproken wordt.
Houd toch op met die eindeloos repeterende preken over onze ellende, de (kinder)doop, het heilig avondmaal en het Onzevader! Wat moet je ermee? Is dat echt elk jaar weer opnieuw vernieuwend? (Ja, misschien als je een goede voorganger in je gelederen hebt, maar anders echt niet.)
Het is mijn wens dat de GKv, ook op synodaal niveau, leren in te zien dat vernieuwingen niet vanuit de kerk beginnen (beamers, podia, goedgekeurde liedjes en dergelijke onzin), maar vanuit de wedergeboren harten van de gemeenteleden.
En dat is ook precies de reden waarom (niet alleen) ik de komende jaren mijn hart vasthoud als het om de GKv gaat. Er gebeurt niks en we vieren zondag in zondag uit onze eigen feestjes, omdat we ten diepste totaal niet geïnteresseerd zijn in (het Woord van) God en in de eeuwige redding van onszelf en de redding van de mensen in onze omgeving. Een redding die Gods hart deed verscheuren aan een kruis in Israël.
Maar misschien ben ik nu wel te somber en te negatief.