Archief van: ‘Openbaring 2’

Die vraag werd me laatst gesteld. Door een lieve zus van Jezus, en dus ook een zus van mij.

Want ze vindt het vreemd dat God dat kan. Van honderdduizenden mensen tegelijk houden. En de vraag die daar nog achter zat, was: “Als God van zoveel mensen tegelijk houdt, hoe weet ik dan zeker dat hij dan ook echt van mij houdt? Heeft hij daar wel alle tijd en ruimte voor?”
Er zat dus ook wat angst achter die eerste vraag. “Kan God wel echt van mij houden, als hij zoveel andere mensen kent van wie hij ook te houden heeft?”

Het is, denk ik, een van de raadsels van het christelijk geloof. Dat God van duizenden tegelijk houdt. Intens liefheeft.

Ik denk dat zijn Zoon het antwoord geeft op de vraag hoe dit toch mogelijk is. Als hij zijn leerlingen in Matteüs 6 leert bidden, begint hij bewust zo:

Matteüs 6, 9a Onze Vader in de hemel.

Als God alleen maar God is en blijft, wordt hij afstandelijk. En zijn liefde dus ook. Dan kan het wel wáár zijn dat hij heel veel mensen liefheeft (hij is namelijk God die dat zou moeten kunnen), maar je weet het nooit zeker. Daarvoor moet je te hóren krijgen dat hij een Vader is. (Dankjewel, Jezus!)

Maar als hij behalve God ook een (goede) vader is, dan komt daar meteen zijn liefde in beeld. Want een goede vader heeft zijn kind(eren) lief.
Als God-de-Vader zoveel mensen liefheeft, betekent dat niets anders dan dat zijn gezin mega-groot is. Hij is een vader met heel veel kinderen. Maar dan wel een vader (en geen koude, afstandelijke God).

Tot slot een pastorale opmerking die op deze christelijke waarheid voortborduurt.

Als je het idee hebt dat deze Vader-God meer van een ander houdt dan van jou, moet je twee dingen goed nagaan.

1. Heb je al ’s goed nagedacht over het gegeven dat hij ook jouw Vader is? Ga bij jezelf na of je die God wel kent. Heeft hij zich bijvoorbeeld bekend gemaakt als een God van willekeur?

2. Heb je in de gaten dat degene van wie deze God volgens jou zoveel houdt, jouw broer of zus is? Ga bij jezelf na of er jaloezie (in plaats van blijdschap) in het spel is.

Ik ben me ervan bewust dat het verlangen om door deze God geliefd te zijn, na deze opmerkingen kan blijven bestaan. Mijn punt is dat je je geliefd-zijn niet moet afmeten aan Gods liefde die je bij een ander meent te zien.
Daar ga je aan onderdoor.
Verdiep je daarom het meest in het eerste punt hierboven.

Gisteren is Joël Mattias geboren, de zoon van Gilbert en Petra Veldhuizen. Die naam zegt wel wat. Over de ouders natuurlijk, en hopelijk heeft het later ook wat voor Joël zelf te zeggen.

Ook in de bijbel spelen namen een grote rol. Soms geeft God ze bewust zelf (Abraham en Jezus bijvoorbeeld) en laatst werd in de geschiedenis van Lea en Rachel ook het een en ander duidelijk.

Ik dacht aan mijn eigen naam. En ik las vanmorgen Openbaring 2, 17.

Openbaring 2, 17 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.”

In het nieuwe leven, waarin ik geloof en waar ik naar uit kijk, krijg ik een nieuwe naam. ‘Maar waarom?’ heb ik me afgevraagd.

Lees meer »

Gisteravond laat op Discovery. Een interessante documentaire over de Openbaring of Apocalyps van Johannes. Hierin werd een groot gedeelte van het laatste boek van de bijbel uitgespit en verklaard. De vele plagen en de vier ruiters (zie boven) bijvoorbeeld kwamen in beeld.

De ene theoloog dacht dat het boek figuurlijk c.q. symbolisch, de andere meende dat-ie letterlijk uitgelegd diende te worden. De ene beweerde dat Johannes over zijn eigen tijd (de 1ste eeuw) schreef, de andere over onze tijd (wij zouden de laatste generatie zijn). Ook de bijzondere positie van Israël en Jeruzalem kwam ter sprake.
Het viel me op dat deze documentaire allesbehalve zekerheid bood. Openbaring is vooral een boek dat ons voor raadsels en giswerk zet.

Ik word daar moe, en werd daar een tijdje geleden zelfs bang van. Ik hou niet van onzekerheid.

Ik word onzeker omdat de naam en persoon van Jezus niet of amper genoemd werd. In al die discussies staat Jezus er buiten of is hij (en zijn volgelingen) hoogstens de oorzaak of een onderdeel van de discussie.
Ik denk dat hij het onderwerp van het laatste boek is. Om deze Heer draait het boek. Jezus
staat boven onze geschiedenis.

Openbaring 2, 17-18: Toen ik [Johannes] hem [Jezus] zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.’

Lees meer »