Ik kan me goed voorstellen dat iemand na het eerste deel over bovenstaande vraag z’n bedenkingen uit en (ook tegen Tim Keller) zegt: “Is het niet behoorlijk mager om je visie op de hel en op verlorenheid te baseren op één Bijbelse passage? Bovendien is het ook nog eens een verhaal van Jezus. In hoeverre kun je en mag je daaruit zulke verregaande en stellige conclusies trekken?”
Ik moest zo-even weer aan dat blog denken toen ik Jesaja 65 las. (Jaja, nog één hoofdstuk en ik heb de kleine Bijbel, zoals ik Jesaja noem, uit.)
By the way, heb je vers 17 tot 25 wel eens gelezen? Zacht gezegd is wat daar staat niet verkeerd! Negen feestjes (en preken?) op een rij!
Toch bleef ik in mijn gedachten vooral steken bij de verzen 11 en 12. Ik denk vanwege dat hemel/hel-verhaal. En ik ontdekte dat het publiek dat het bekendste verhaal van Jezus te horen kreeg, al kon weten hoe Bijbelse verlorenheid eruit ziet.
1. Bijbelse verlorenheid is een keuze waarvoor de mens zelf verantwoordelijkheid draagt.
Wie ‘naar de hel’ wil, wil zonder de God van de Bijbel leven.
De christen die hem heeft leren kennen en vervolgens besloten heeft hem niet meer te willen kennen, hem te dumpen, maakt zichzelf verantwoordelijk voor die keuze. (Over wie God en zijn Zoon hier op aarde niet heeft leren kennen, oordeelt God met andere maatstaven!)
Jesaja 65, 11a
Maar jullie die de HEER hebben verlaten
en mijn heilige berg veronachtzaamd [...]
2. Bijbelse verlorenheid begint met de gedachte dat je geluk en je bestemming maakbaar zijn.
Dit is volgens mij dé gedachte waarin Gods tegenstander ons dag in dag uit wil laten geloven, vooral door consequent gebruik te maken van de eindeloze wegen van de reclame. We moeten ons volsmeren met huidmiddelen, sneaky gemotiveerd met de slogan ‘omdat je het waard bent’. De mooiste auto’s moeten ons het idee geven van geluk, status, een goed imago en reden om uit je bed te komen. En zelfs maandverband schijnt het zwakke geslacht al een happy period te bezorgen. (Waarom merk ik daar nooit iets van
?!)
We dekken – christenen vaker bewust, niet-christenen vaker onbewust – de tafel voor god Geluk en ‘offeren’ ons geld aan de Staatsloterij voor god Bestemming.
Jesaja 65, 11 [Vertaling is mix van NBV en ESV]
Maar jullie die de HEER hebben verlaten
en mijn heilige berg veronachtzaamd,
die voor god Geluk de tafel dekten
en voor god Bestemming de kruiken vulden [...]
3. Bijbelse verlorenheid is onze bestemming als gevolg van bovenstaande godsverering.
Het idee van de bestemming van het leven behelst vaak niet meer dan het geluk voor ons lichaam. God maakt zichzelf in de persoon van Jezus bekend als de God die zowel de bestemming van ons lichaam als van onze ziel bepaalt. Eerst en vooral in positie zin: eeuwig leven met hem. Maar ook in negatieve zin: de eeuwige dood, die in de Bijbel de ‘tweede dood’ wordt genoemd. Over geluk gesproken!
Jesaja 65, 11b-12a
… die voor de god van het geluk de tafel dekten
en voor de god van het fortuin de kruiken vulden,
jullie zal ik voor het zwaard bestemmen,
ieder van jullie zal knielen voor de slacht.
Toegegeven, in het verhaal van de verloren zoons wordt met geen woord gerept over een doodvonnis van de oudste zoon die liever buiten blijft staan. De reden daarvan is dat Jezus het verhaal bewust een open eind geeft. De oudste zoon, waarmee Farizeeën en hoogmoedige ‘christenen’ zich hebben te identificeren, krijgt bedenktijd.
Maar de Bijbel is duidelijk: wie ook daarna nog dwars en ongelovig besluit buiten te blijven staan, is bestemd voor het zwaard: de eeuwige dood. Zo’n iemand wil knielen voor satan, die ooit definitief geslacht wordt.
Maar het belangrijkste element van Jezus’ verhaal blijft in Jesaja 65 overeind staan. Het is de goedheid van de Vader, die de reden van het zwaard en de slacht niet onbesproken laat:
4. Bijbelse verlorenheid is de Vader niet willen antwoorden, niet naar hem willen luisteren en het slechte doen: niet willen wat Vader wil.
Zie je in onderstaande citaat de Vader die zowel voor zijn jongste zoon als voor zijn oudste zoon naar buiten komt, of niet?!
Jesaja 65, 12
… jullie zal ik voor het zwaard bestemmen,
ieder van jullie zal knielen voor de slacht.
Want ik heb geroepen, maar jullie antwoordden niet,
ik heb gesproken, maar jullie luisterden niet;
jullie deden wat slecht is in mijn ogen,
en jullie verkozen wat ik niet wil.