Wat mooi is, kan zomaar lelijk worden. Wat goed is, zomaar fout.
Wat is er mis met de orden van dienst die wij in de gereformeerde kerken kennen? Wat is er mis met de psalmen, met de opwekkingsliederen? Wat is er mis met de onderwijsvormen die wij in de kerk kennen? Helemaal niets!
Maar iets goeds kan zomaar afgoderij worden. De vorm wordt belangrijker dan het doel. We verschuiven het middel naar het doel.
Een uitermate duidelijk (en voor mij nieuw) voorbeeld hiervan staat in het Oude Testament. Het gaat over het verhaal van de koperen slang. Wanneer God het volk Israël in de woestijn straft met giftige slangen, besluit hij op voorspraak van Mozes het volk toch van die plaag te redden. Hij laat een koperen slang maken, maakt die aan een stok vast en iedereen die door een slang gebeten is maar opkijkt naar het ding, zal niet sterven. Nalezen? Het staat in Numeri 21, 4-9.
Wat een ding, hè, die slang van koper! Geweldig wondermiddel natuurlijk.
Maar wat is er gebeurd? In de loop van de geschiedenis zijn de Joden dat ding gaan vereren. Ze zijn er wierook voor gaan branden. En het is Hizkia, een koning die voor God gaat, die er wat aan doet.
2 Koningen 18, 1-4 Hizkia, de zoon van Achaz, werd koning van Juda in het derde regeringsjaar van koning Hosea van Israël, de zoon van Ela. Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Negenentwintig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Abi, de dochter van Zecharja. Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER, net zoals zijn voorvader David gedaan had. Hij verwijderde de offerplaatsen, verbrijzelde de gewijde stenen, haalde de Asjerapalen omver en sloeg de koperen slang die Mozes gemaakt had aan stukken. De Israëlieten hadden namelijk nog altijd de gewoonte voor deze slang, die de naam Koperslang droeg, wierook te branden.
O, ik zou de ‘vrijgemaakte’ Joden wel willen zien. En horen! “Wat doe je nu, Hizkia, dat is onze traditie. Dit kun je echt niet maken! Of wil je soms graag vernieuwend bezig zijn?”
Hoe iets goeds een afgod kan worden!
Wat is er mis met de wekelijkse voorlezing van Gods wet in de kerk? Helemaal niets! Waar wat denk je: voor hoeveel vrijgemaakten is dit gebruik een wet van Meden en Perzen geworden? En dus een afgod?
PS 1. Riekt het vele, vele synodewerk rond de goed- dan wel afkeuring van bepaalde psalmen en (opwekkings)liederen ook niet naar afgoderij? Iemand zei m.i. terecht: “Als we al die tijd nu eens zouden gebruiken om God met al die liederen groot te maken (in plaats van te muggeziften), zouden we God daarmee dan niet veel meer eer geven en plezier doen?
PS 2. Overigens komt afgoderij ook in de maatschappij voor. Bijvoorbeeld in de voetbalwereld. Het feit dat de wereldvoetbalbond (FIFA) nog steeds niet overstag gaat voor het plaatsen van camera’s op de doellijn is een vorm van afgoderij, maar dan in wereldse zin. Men verheerlijkt de traditionele gedachte dat het voetbal onder de regie van de mens moet blijven (en niet onder de regie van de techniek mag komen).
Op deze manier voorkomt de FIFA dat voetbal mooier, eerlijker en puurder dan voorheen wordt. Men verheerlijkt het voetbal uit de 20ste eeuw, terwijl de 21ste eeuw nu al bijna 10 jaar duurt en om haar eigen regels vraagt.
Maar goed, hierom maak ik mij vanzelfsprekend minder druk dan om letterlijke afgoderij.
[Dit is een blog n.a.v. een kerkdienst van 22 februari 2009 in 'de Kandelaar' in Amersfoort, waarin René Barkema voorging]