Archief van: ‘Exodus 11’

De NCRV heeft ongeveer vijf jaar geleden een kwalitatief behoorlijke serie over de bijbel neergezet. Maar liefst 13 DVD’s over de belangrijkste bijbelse personen.

Margreet en ik hebben nu alle tijd om ze te bekijken. Het is altijd leuk of ons dan nieuwe dingen opvallen. Of eye-openers. Jozef vonden we nog het leukst.

Gisteren en eergisteren keken we naar onze geestelijke voorvader Mozes. De verfilming van de 10 plagen in Egypte (al zie je ze niet allemaal) is natuurlijk interessant om te zien.

In de bijbel valt op dat de HEER het zelf is die het hart van de farao zo koud en hard als een steen maakt. “Zo”, legt de HEER in Exodus 11 uit, “kan ik des te meer wonderen in Egypte laten gebeuren.”

De kern van de tien plagen is dus niet in de eerste plaats dat het volk Israël uit Egypte bevrijd wordt. Ook niet dat het volk geduld moet leren.

Gods uitleg kan maar één ding betekenen: hij en niemand anders is de God van de hemel en aarde. Hij zet alle andere goden faliekant voor schut. Ontmaskert hun zwakte en nepheid. En hij laat dat wel heel concreet zien.

Want je ziet het gewoon in enkele plagen terug. De Nijl (de god Hapi) en de kikkers (de vruchtbaarheidsgodin Heket werd als een kikker afgebeeld) waren belangrijke goden in Egypte.
En de zonnegod Ra is nergens te bekennen tijdens de drie dagen (tastbare!) duisternis.
God drijft er de spot mee: deze Egyptische goden staan symbool voor de dood.

En die God is dus ook mijn God!

Exodus 11, 9-10 De HEER had tegen Mozes gezegd: ‘De farao zal niet naar jullie luisteren. Zo kan ik des te meer wonderen in Egypte laten gebeuren.’ Al deze wonderen hadden Mozes en Aäron daarna in het bijzijn van de farao verricht, en de HEER had ervoor gezorgd dat de farao hardnekkig bleef weigeren de Israëlieten uit zijn land weg te laten gaan.