En dat is niet leuk. Ik ben verdorven.
Het is helemaal niet leuk om het daarover te hebben. Maar ik doe dat wel heel erg weinig. (Zal wel door de eenzijdige prediking uit mijn jeugd komen, vermoed ik.) Maar de vraag blijft: durf ik het nu nog wel onder ogen te zien?
Het is natuurlijk veel leuker om het over Jezus te hebben. En over bevrijding, verlossing, genade en liefde.
Ook is het veel leuker om een wat positiever mensbeeld te hebben. De mens is nog helemaal zo slecht nog niet; hij heeft alleen nog wat genade van God nodig (vergelijk de huidige, katholieke leer).
Als christen moet ik recht doen aan de bijbel. En recht doen aan de God van de bijbel. En dan komt het geregeld voor dat blijkt dat de mens, ik dus ook, in Gods ogen niet deug.
Jesaja staat er vol van. Hij kijkt om zich heen en vertelt in hoofdstuk 59 waartoe de mens in staat is. En dan komt hij op een gegeven moment tot de volgende conclusie:
Jesaja 59, 15b-16a
Maar de HEER zag het,
en het was slecht in zijn ogen
dat er geen recht meer was.
Hij zag dat er niemand was,
hij was geschokt dat niet één mens zijn zijde koos.
Niemand kiest de zijde van God. Paulus zegt later: “Er is niemand die goed doet, zelfs niet één.”
Nu zou ik kunnen zeggen: “Als ik in die tijd had geleefd, had ik wel anders gedaan.” Iets wat ik vroeger ook wel ’s dacht als het over Adam en Eva ging. “Ja, hallo, ík kan er toch niets aan doen dat deze twee mensen hebben gezondigd? Wat heb ik daarmee te maken?”
Als ik dat zeg, geef ik daarmee alleen maar te kennen dat ik precies als Adam en Eva ben. Vaak geven predikanten als antwoord op de vraag hoe het nu zit met de zonde in het paradijs en het gevolg voor mij daarvan: “Ja, jij zou in het paradijs precies hetzelfde hebben gedaan!”
Dat is niet scherp genoeg, omdat je daarvan geen bewijs hebt. Daarom komt zo’n antwoord ook niet aan.
Daarom is dit een beter antwoord: “Jij doet nú nog precies hetzelfde als zij!”
Want als ik zeg dat ik niets heb te maken met de zondeval van Adam en Eva, dan doe ik precies hetzelfde als zij. Eva kon er naar eigen zeggen niets aan doen, omdat de slang haar verleid had. Adam kon er naar eigen zeggen niets aan doen, want Eva had hem tot ongehoorzaamheid verleid. Adam geeft zelfs God de schuld: “De vrouw die ú gemaakt hebt!”
Zo kan ik ook zeggen: “Ja sorry hoor, het lag aan Adam en Eva (of aan God).”
Maar als ik wel eerlijk naar mijn leven kijk en dus ook recht doe aan mezelf, dan moet ik anders concluderen. Volgens mij ben ik een diep verdorven mensje.
Maar… er gloort licht in de donkere nacht. (En daar ga ik het graag een andere keer weer over hebben.)
[Met grote dank aan René Barkema, van wie ik voor het eerst in mijn leven een goede, invoelende en confronterende preek over Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus mocht beluisteren]
Christenen van gereformeerde snit hebben het er vaak over. Misschien iets te vaak, maar goed.