Archief van: ‘Jesaja 64’

Vooral jonge christenen komen er geregeld mee op de proppen. Ze vinden dat ze te weinig bidden. En omdat ze geleerd is dat ze moeten bidden, doen ze het dan (soms) toch maar. Voordat ze gaan slapen: even de ogen dicht en dan in gedachten enkele zinnen richting de hemelse gewesten prevelen.
En als ik hun dan vraag wat ze bidden, komen ze zo goed als standaard uit bij de volgende antwoorden:

1. Danken voor de dag.
2. Vergeving vragen voor hun zonden.
3. Bidden voor een goede nacht.

Dan zeg ik: ja, vind je het écht gek dat je dan op een gegeven moment niet meer bidt?! Hoe saai en voorspelbaar kun je het voor jezelf maken…

Het zelfverwijt, zo valt me op, is als het over het gebed gaat groot onder jongeren. (Mijn vermoeden is dat oudere christenen er vaak al mee hebben leren leven óf het zelfverwijt niet meer hardop (durven/mogen?) uitspreken óf de hoop op verandering in hun relatie met God hebben opgegeven.)

Maar goed, de vraag blijft natuurlijk wel hoe je van dat zelfverwijt, dat zich behoorlijk hardnekkig in je geloofsleven kan nestelen, bevrijd kunt worden. Want dat moet natuurlijk kunnen. Het christelijk geloof rust namelijk op het leven en de dood en andermaal het leven van Jezus Christus. En Jezus kreeg die naam om geen andere reden dan mensen te bevrijden van alles wat op ons leven een druk legt.
Het zelfverwijt hoort daar zonder twijfel bij. Het is zonde als je het in je eigen leven herkent én accepteert.

Hoewel er meerdere oorzaken voor dit zelfverwijt zijn aan te wijzen (zoals kerk(cultuur), (groot)ouders, egocentrisme en neiging tot zelfrechtvaardiging) denk ik dat de vinger allereerst bij de volgende reden gelegd moet worden.
Ik heb het idee dat christenen te snel vergeten of maar moeilijk kunnen laten landen hoe groots het is dat de eeuwige God onze Vader is. Dat wil zeggen: hij heeft zich bekendgemaakt, het duidelijkst in zijn Zoon Jezus Christus maar dus ook duidelijk in het Oude Testament, als een Vader die niet zit te wachten op plichtplegingen maar op de liefde van zijn kinderen.

Op zich heb ik geen moeite met een gezond zelfverwijt. Wie structureel langs zijn of haar biologische vader voorbijloopt, hem niet ziet staan of aanspreekt, ja, die heeft alle reden zichzelf genoeg te verwijten. (Al weet ik best dat er genoeg vaders rondlopen die het met hun vaderschap niet zo nauw nemen of genomen hebben. Niet in de laatste plaats omdat ze zelf ook een dramatisch slechte vader hebben gekend.)

God, de Vader van Jezus Christus, is volmaakt goed en volmaakte liefde; een Vader die elke vader en elk kind voor zichzelf wenst.

Dé reden waarom (ik denk: veel) christenen niet of weinig bidden is dat ze niet weten dat God hun Vader is. Eerder laten we het beeld van een kille politie-agent of parkeerwachter in afstandelijk uniform in onze gedachten binnen. Of iemand die als een secretaresse dagelijks een christo-checklist afwerkt. Of een vader/opa die je per elk gemaakt doelpunt 2 euro geeft – en anders niets of alleen een snicker in de kantine). Of als een levende klok, waarin je bij tijd en wijlen wel een batterij (gebed) moet stoppen omdat hij anders geen nut meer heeft.

Neem dit Bijbelse advies ter harte: laat te allen tijde Jezus Christus jouw beeld van God bepalen. Elk ander beeld schiet tekort of stelt teleur.

Praktisch nu.
1. Als je niets tegen je Vader te zeggen hebt, nou, zeg dan niets! Is dat nou zo erg?
2. Als je al tijden niets tegen je Vader te zeggen hebt, sla dan de Bijbel ’s open, lees wie hij was en is, lees hoe zijn Zoon niet zonder hem kan leven, lees over de Naam, het koninkrijk en de wil van God. En leer zo langzaam maar zeker de duivelse gedachte uit je leven te verbannen dat God en de Bijbel saai zouden zijn.
Dan denk ik dat je op een (door God zelf) gegeven moment helder voor ogen komt waarom je weinig of niet bidt. We denken dat de dagen om onszelf draaien…
En weet je wat dat is? Dat is nog ’s saai, man!

Matteüs 6, 7-10

[Jezus:] “Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden [zie hier die saaie, ongelukkig makende en vervloekte zelfrechtvaardiging, DH]. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen. Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.”