Archief van: ‘Jesaja 6’

Het duurt, denk en hoop ik, niet lang meer voordat ik in Gods naam aan de slag ga. Natuurlijk preek ik nu ook al, maar ik heb nog geen eigen gemeente of ik sticht er op dit moment nog geen één. En dus blijf ik bidden, en lezen voor duidelijkheid en Gods startsignaal.

Waaraan moet een prediker voldoen voordat hij aan de slag kan? Moet-ie klaar zijn met zijn theologische studie? Moet-ie zich geroepen voelen? Moet-ie genoeg zelfvertrouwen hebben en het idee hebben tegen een stoot(je) te kunnen?
Wanneer kan ik gaan?!

Jesaja 6 geeft me het antwoord, en in het verlengde daarvan Lucas 5.

Jesaja antwoordt in Jesaja 6, 8 op Gods vraag ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ met: “Hier ben ik, stuur mij.”
Waarom kon Jesaja dat opeens zeggen?

Antwoord:
1. Jesaja heeft Gods heerlijkheid of glorie gezien.

Jesaja 6, 1-4 en 5b In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook. [...] Nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.

2. Jesaja weet dat hij een door God vergeven zondaar is.

Jesaja 6, 5a en 6-7 Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft.’ [...] Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.

En ik kan het beamen. Hoewel nooit in het echt – maar in geestelijke zin heb ik het zo goed als voor m’n eigen ogen -, heb ik de glorie van God (in zijn woord) gezien. En ik ben er ondersteboven van geraakt!
Bovendien geloof ik in Jezus Christus’ dood in mijn plaats. Hij is mijn Heer en de enige die mij vergeven en wel voor altijd in Gods aanwezigheid kan brengen.

Ik kan dus niet anders concluderen dan dat Gods startsignaal voor mij al heeft geklonken! Want ik héb Gods glorie in de persoon van Jezus Christus gezien (en verlang naar meer daarvan), en ik wéét mij voor de volle 100 procent door hem vergeven!

Een prediker van God kent, ziet, verkondigt en verlangt naar de glorie van God. En hij weet en ervaart dat God hem vergeven heeft.

PS. Precies hetzelfde als wat met Jesaja gebeurd is, beschrijft Lucas eeuwen later in een ander geval. Voordat Petrus en de zijnen predikers in de naam van Jezus worden, valt Petrus voor de voeten van zijn overweldigende Heer. Lees deze elf verzen maar.
Wie verbaast zich niet over Petrus’ woorden á la Jesaja én Jezus’ reactie á la de God van Jesaja?

Johannes ziet op Paaszondag een merkwaardig graf. Een opgeruimd graf. En wanneer hij dat ziet, gelooft hij.

Johannes 20, 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde.

Je zou achter dat laatste zinnetje de volgende woorden kunnen plaatsen: ‘nu pas!’ Johannes en Petrus geloven nu pas dat Jezus wel uit de dood moest opstaan. Want:

Johannes 20, 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan.

Dus: uit het Oude Testament (de Schrift van toen) valt al te begrijpen dat Jezus de dood achter zich zou laten. Let op: er staat begrijpen, niet gelezen. Er is namelijk niet één tekst te vinden waaruit blijkt dat Jezus uit de dood moest opstaan.

In de preek van gistermiddag passeerde enkele Schriftgedeeltes de revue. Laat ik nu een ander gedeelte pakken.

Lees meer »

Het is wel gek, hoor. Je rijdt 100 kilometer, je gaat voor in een dienst, en je rijdt dezelfde afstand weer terug. Oftewel: ik rijd langer dan dat ik voorga. Tsjonge, als dát geen liefde voor het kerkverband is.

We reden de Groen van Prinstererstraat in Vlaardingen in, we zagen de kerk aan onze rechterhand en m’n broertje zei: “Wat is dat voor een oud krot hé!” En inderdaad, van buiten af bezien geef je er geen stuiver voor.

Maar van binnen! Het is het mooiste interieur dat ik totnogtoe ben tegengekomen. Zo strak, zo fris, zo licht. Zo’n mooi (en laag!) podium, een tafel als katheder, beamer recht boven het podium. De mensen vooraan zitten lekker dichtbij. Alles klopt gewoon.

Dus: heerlijk voorgegaan. Ja, echt, ik voelde me meteen helemaal op m’n gemak. Heerlijk om daar te staan.

En het evangelie was ook zo mooi, vond ik. Als ik Jesaja 6, 1-7 serieus lees en overdenk, begint het me gewoon te duizelen. En dan heb ik dus het voorrecht om het hele plaatje uit te vergroten. Ik hoop dat het een beetje overgekomen is.

Hieronder de preek, een behoorlijke herziene ‘gouwe ouwe’ (uit 2006). Reageer gerust.

Jesaja 6,1-7 Vlaardingen 1-2-2009

Gisteren heb ik voor de eerste keer in de Kruiskerk gepreekt. Spannend en gaaf tegelijk. Daar stond ik dan, voor 800 à 900 man.

Ik vond het redelijk gaan. De zenuwen verdwenen langzaam, maar toch. Ik was behoorlijk tevreden over de preek, dus ik kon hem met overtuiging uitspreken.
Ik vond het dan ook leuk om te horen dat sommigen me authentiek vonden. Een enkeling zei zelfs dat ik de tekst “doorleefd” had. Super!

Jesaja 6, 1-7 is dan ook een supertekst. De groot- en heiligheid van God druipt er vanaf.
Wie de preek wil nalezen kan hieronder terecht.

Jesaja 6, 1-7 Preek 24092006.pdf

Aanstaande zondag preek ik bij leven en welzijn weer om 10.45 uur in de Kruiskerk in Nijkerk