[De titel van deze blog is een uitspraak die ik in de preek van afgelopen zondagmiddag gedaan heb in de gemeente van Amersfoort-Nieuwland. Ik wil er nu wat meer woorden aan wijden]
De door mij geliefde predikant Ton de Ruiter (hij heeft onze trouwdienst kundig en enthousiast geleid) schrijft die dingen op zijn gecreëerde website waarover ikzelf ook geregeld schrijf. Hij is vastgelopen op het door hem gesignaleerde feit dat gereformeerd-vrijgemaakten wel geloven dat Jezus in hun plaats is gekruisigd, maar er vervolgens niets mee doen. De Ruiter zegt: “De heiliging van ons leven is secundair aan de rechtvaardiging van ons leven (en aan deze praktijk is de gereformeerde leer zelf schuldig).”
In het verleden is daarop, zo kon ik op de site van het Nederlands Dagblad vinden, al genoeg ingegaan. In mijns inziens zowel dramatisch kortzichtige reacties (uit volkskerkhoek) als in reacties die Bijbels hout snijden.
Ook ik val geregeld over de lauwheid in het geloofsleven van – in mijn geval – vrijgemaakten. En met De Ruiter ben ik van mening dat er in de GKv veel – laat ik zeggen – ‘profiteurs van de rechtvaardiging’ zitten. Met die term bedoel ik dat we de heiliging van ons leven van ons afwerpen, ‘omdat we toch door Jezus vergeven zijn of worden. Dus waarom zou ik mijn leven heiligen? Bovendien… we zijn toch ook geheiligd in Jezus Christus? Klaar is Kees!’
Ik denk dat genoeg GKv’ers het volgende niet hardop zeggen, maar het wel uitleven: ‘Ik leef gewoon van zonden naar vergeving naar zonden naar vergeving. En dat houd ik met gemak m’n hele leven vol.’
Maar wat ik erg vind is het feit dat predikanten aan deze praktijk meewerken. Hoe? Door elke zondagmorgen, als de dienst nog geen vijf minuten oud is, de wet van de HEER voor te lezen, en dan met droge ogen de gemeente psalmen te laten zingen met de volgende strekking:
‘Een stroom van ongerechtigheden
had de overhand op mij. [namelijk in de afgelopen week]
Maar u verzoent ons overtreden
en maakt van schuld ons vrij.’ [Psalm 65 vers 2 uit het Gereformeerd Kerkboek]
Als je aan dit soort ‘vrome’ praktijken maar vaak genoeg meedoet, ga je vanzelf geloven dat de levenslange afwisseling tussen jouw zonden en Gods vergeving ervan de kern van het christelijk geloof is.
De beste christen is hij die het grootste zondebesef heeft. Hij krijgt namelijk de meeste vergeving…!
Mij bekruipt dan ook wel eens het idee dat we in kerk en liturgie wel willen lijken op die man die door Jezus geprezen wordt, maar dat niemand zich als die man voelt! We zeggen dat we zondig zijn, maar we voelen er geen moer van. ‘Maar ja, God wil dit, dus doen we het maar.’
Wees eerlijk en nuchter. Waarom zou je naar zonden zoeken als je ze niet gedaan hebt (vergelijk Psalm 26; wordt die wel ’s gezongen in de GKv)?
Mijn dominee zei vroeger op catechisatie als we geen zonden bij onszelf konden – en wilden – opnoemen: “Nou, als je geen zonden kunt vinden, bedenk dan goed dat je elke minuut zonden doet, ook onbewust!”
En toen werd David Heek op een dag in 2003 depressief en overspannen van deze ongereformeerde prietpraat die ik moest geloven.
Ik begrijp De Ruiters move van ‘verzoening door voldoening’ naar ‘verzoening door wedergeboorte’ heel goed, al vind ik hem – net als dat leerboekje dat we de Catechismus noemen – op de site te eenzijdig en te kort door de bocht overkomen. (Ik zou beide statements graag naast elkaar willen laten staan; ze laten me het geluk in en grote dankbaarheid voor God ervaren, op Bijbelse grondslag.)
Ik heb z’n boekje (Jezus in ons) vandaag besteld.
Met De Ruiter zou ik willen pleiten voor een heiligingsbeweging in de Gkv. Niet om onszelf vervolgens in de heiliging rechtvaardig te gaan zitten verklaren – “God, kijk ons ’s goed bezig zijn; zijn we niet geweldig?!” – maar omdat Jézus het is die mij rechtvaardig verklaart. Blijkbaar is wat hij gedaan en gezegd heeft, ook in de drie jaar voor zijn dood (!), de weg van het eeuwige leven met God!
Rechtvaardiging alléén geeft me geen vreugde. Wat heb ik er aan als mijn vrouw mij m’n domme dingen vergeeft en mij vervolgens in een donkere kast laat zitten (= geen heiliging)? Mag ik alsjeblieft ook genieten van m’n huwelijk, m’n vrouw en kinderen?
Inderdaad Ton, Jezus in mij! De mooiste verandering in het leven van een schepsel.
1 Johannes 3, 7-10
Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft.